34 273 Wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2016)

Nr. 6 VERSLAG

Vastgesteld 24 september 2015

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, belast met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave

blz.

   

1. Algemeen

1

2. Klein beleid

3

3. Uitvoering

5

4. Artikelsgewijs

5

1. Algemeen

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel Verzamelwet SZW 2016. Zij hebben een aantal vragen, die in dit verslag zijn opgenomen. De leden van de VVD-fractie verzoeken (mede naar aanleiding eerder aangenomen motie) om de Kamer een schematisch overzicht van de technische wijzigingen en beleidswijzigingen te doen toekomen (ook al zijn deze klein).

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het voorliggende wetsvoorstel. Zij hebben nog enkele vragen, die in dit verslag zijn opgenomen.

De leden van de SP-fractie hebben kennis genomen van de Verzamelwet SZW 2016. Zij constateren dat de wet een aantal maatregelen bevat die gevolgen hebben voor de verschillende doelgroepen. Daarbij constateren zij dat de Raad van State kritische kanttekeningen bij een aantal voorgestelde maatregelen plaatst. Dit is voor de leden van de SP-fractie aanleiding om een aantal vragen te stellen bij voorgestelde maatregelen.

Zij vragen welke aanpassingen in het voorliggende wetsvoorstel gevolgen hebben voor de koopkracht van mensen en wat deze gevolgen zijn.

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van onderhavig wetsvoorstel. Zij hebben nog enkele vragen, die in dit verslag zijn opgenomen.

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij hebben hierover nog enkele vragen, die in dit verslag zijn opgenomen.

Zij vragen waarom er voor onderdelen van het wetsvoorstel sprake is van terugwerkende kracht. Kan de regering garanderen dat hierdoor geen mensen bijvoorbeeld een eerder verstrekte uitkering (deels) moeten terugbetalen of op een andere manier negatief worden geraakt.

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennis genomen van het wetsvoorstel Verzamelwet SZW 2016. Zij willen graag enkele vragen ter beantwoording aan de regering voorleggen.

Naar aanleiding van het advies van de Raad van State vragen de leden van PvdA-, SP-, CDA-, D66 fracties, constaterende dat de concentratie van het beroep tegen Wav-boetes bij de rechtbank Den Haag op advies van de Raad van State is vervallen, maar dat dit wel onderdeel uitmaakte van de Taakstellingsoperatie 2016–2018, wat de gevolgen zijn voor deze operatie nu de beoogde concentratie niet doorgaat.

De leden van de D66-fractie vragen daarbij aanvullend of de regering anderszins van plan is om deze concentratie vorm te geven

De leden van de ChristenUnie-fractie stellen vast dat de oorspronkelijk in het wetsvoorstel opgenomen concentratie van het beroep tegen Wav-boetes bij de rechtbank Den Haag onderdeel was van de Taakstellingsoperatie 2016–2018. Hoe worden de financiële gevolgen opgevangen nu de beoogde concentratie vooralsnog niet doorgaat? Zij vragen om verduidelijking of de regering ondanks de kritiek van de Raad van State vasthoudt aan het plan om het beroep tegen Wav-boetes te concentreren bij de rechtbank van Den Haag. Wanneer gaat de regering dit separate wetsvoorstel dan indienen?

De leden van PvdA-, SP-, CDA-, D66 fracties hoe het onderdeel van het wetsvoorstel inzake het woonlandbeginsel ANW zich verhoudt met het bij de Kamer aanhangige wetsvoorstel Goedkeuring van het voornemen tot opzegging van het op 14 februari 1972 te Rabat tot stand gekomen Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko?

De leden van de SP-, CDA-, fracties vragen wanneer en bij welke gelegenheid de in het oorspronkelijke wetsvoorstel opgenomen wijziging van de Remigratiewet bij de Kamer zal worden ingediend.

Aanvullend hierop lezen de leden van de D66-fractie in het nader rapport dat het voorstel tot wijziging van de Remigratiewet geen deel meer uitmaakt van de Verzamelwet, omdat dit geen «klein beleid» is. Zij vragen of de regering van plan is om dit via een ander wetsvoorstel alsnog voor te leggen aan de Staten-Generaal, temeer omdat dit voorstel geen onderdeel uitmaakte van het planningsoverzicht van spoedeisende wetsvoorstellen van 21 september 2015.

2. Klein beleid

Vangnetbepalingen

De leden van de SP-fractie vragen de regering om aan te geven wat de gevolgen van dit besluit voor de gemeenten zijn. Kan de regering aangeven op welke wijze dit besluit tegemoet komt aan de bezwaren van de gemeenten inzake het verdeelmodel voor het inkomensdeel van de Wwb? Op welke wijze hebben de vangnetbepalingen een dempend effect op de negatieve gevolgen van het nieuwe verdeelmodel? Heeft de regering een beeld bij de inhoudelijke uitwerking van het vangnet? Aan welke voorwaarden moet het vangnet voldoen? Op welke wijze worden beide Kamers betrokken bij de totstandkoming van de AMvB? Waarom is de regering van mening dat het beschikbare budget afdoende is om de negatieve gevolgen van het nieuwe verdeelmodel op een effectieve en eerlijke manier te dempen?

De leden van de D66-fractie vragen wat er nu precies wordt gewijzigd met de vangnetbepaling in de Participatiewet. Zij menen dat er ook in 2015 reeds een vangnetbepaling van toepassing is. Welke wettelijke grondslag heeft die dan en wat wordt hier precies in gewijzigd?

Kostendelersnorm Participatiewet

Op hoeveel personen hebben de verschillende voorgestelde wijzigingen van de kostendelersnorm in de Participatiewet en AIO betrekking vragen de leden van de VVD-fractie.

Zij vragen of de regering kan toelichten waarom de kostendelersnorm volgens de voorgestelde wijziging niet meer van toepassing is op de belanghebbende en in plaats daarvan de norm wordt vastgesteld op basis van de basisnormen? Waarom is deze voorgestelde wijziging noodzakelijk?

Kan toegelicht worden waarom de voorgestelde wijziging(en) geen materieel effect hebben?

Waarom stelt de regering voor om jonggehuwden met medebewoners die zijn uitgezonderd van de kostendelersnorm een hogere norm te geven dan gehuwden die niet onder de kostendelersnorm vallen?

De leden van de PvdA-fractie vragen of inwonende kinderen van een derde waarmee een commerciële relatie bestaat wel worden aangemerkt als kostendelende medebewoners van een bijstandsgerechtigde.

De leden van de SP-fractie vragen de regering om inzicht te geven in de gevolgen van voorgestelde maatregelen voor de volgende groepen: alleenstaanden met AIO, jonge gehuwden, jonge gehuwden met ten laste komende kinderen, jonge gehuwden met medebewoners die allen zijn uitgezonderd en niet-rechthebbende partners. Om hoeveel mensen gaat het per groep? Wat zijn de gevolgen voor de koopkracht per groep? Is de regering voornemens om de groepen die er ten onrechte sterker op achteruit zijn gegaan met terugwerkende kracht hiervoor te compenseren? Indien nee, welke overwegingen heeft de regering om dit niet te doen? Wat zijn de gevolgen voor de groepen die door deze wet alsnog worden gekort? Waarom heeft de regering niet overwogen om deze groepen alsnog te ontzien en de kostendelersnorm niet toe te passen op deze groepen. Wat is de reactie van de regering op de steeds luider wordende roep om de kostendelersnorm te herzien? Is de regering beleid om de gevolgen van de kostendelersnorm op korte termijn te evalueren?

De leden van de D66-fractie vragen of het zo is, dat met de Verzamelwet de kostendelersnorm zo wordt aangepast dat een student alleen wordt uitgezonderd van de kostendelersnorm als hij bij aanvang van de opleiding recht had op studiefinanciering. Klopt het dat hierdoor studenten die jonger dan 18 jaar waren bij aanvang van hun opleiding, niet meer worden uitgezonderd van de kostendelersnorm? Wat is de reden voor deze voorgestelde wijziging?

De leden van de D66-fractie lezen dat de kostendelersnorm aangepast wordt. Een specifieke vraag hebben zij hierbij: indien in een pand meerdere mensen wonen, waarvan één persoon recht heeft op een uitkering waarop de kostendelersnorm van toepassing is, maar waar iedereen een eigen huurcontract heeft met de verhuurder (bijvoorbeeld kamerverhuur in een anti-kraakpand), klopt het dan dat er geen sprake is van kostendelen, maar van een commerciële relatie?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen om een nadere toelichting op de keuze voor de eis dat de student bij aanvang van het onderwijs gelet op zijn leeftijd in aanmerking moet komen voor studiefinanciering. Zij vragen of dit niet tot het ongewenste effect leidt dat een persoon die voltijds studeert wordt aangemerkt als een kostendelende medebewoner, alleen omdat hij jonger dan 18 jaar was bij aanvang van de studie. Waarom kiest de regering niet voor de eis dat de student gelet op zijn leeftijd op enig moment tijdens het onderwijs in aanmerking moet komen voor studiefinanciering, zo willen de leden van de ChristenUnie-fractie weten.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de betrokkenen van wie de uitkering volgend jaar lager uitvalt als gevolg van het herstel van de omissie hiervan al op de hoogte zijn gebracht. Zo nee, hoe en wanneer worden de betrokkenen dan hierover geïnformeerd?

De leden van de ChristenUnie-fractie of de regering bekend is met signalen over de gevolgen van de kostendelersnorm in de Participatiewet bij gezinnen met een Nederlandse partner, een buitenlandse partner en kinderen. De lagere uitkering van de Nederlandse partner kan in tegenstelling tot als deze gezinnen twee Nederlandse partners zouden hebben gehad, niet zondermeer worden opgevangen door als buitenlandse partner een eigen uitkering aan te vragen. De gemeente zou de uitkering immers moeten melden aan het IND. Hoe kunnen te grote negatieve (financiële) effecten voor deze gezinnen met kinderen worden voorkomen?.

Gegevensuitwisseling tussen de SVB en de stichting normering arbeid(SNA)

De leden van de VVD-fractie vragen hoeveel gedetacheerden met een A1-verklaring in Nederland werken. Hoe is het toezicht hierop georganiseerd en hoe wordt het eventueel verbeterd?

Hoeveel Nederlanders worden er gedetacheerd in de EU en krijgen een A1-verklaring?

Beëindigen organisatiegericht toezicht

De leden van de VVD-fractie constateren dat het organisatiegericht toezicht door de Inspectie SZW vervalt. Wat wordt hier precies mee bedoeld? Hoe verschillen het toezicht op de doeltreffendheid en het organisatiegericht toezicht van elkaar en in hoeverre zit hier overlap in? Waardoor ontstaat de opbrengst van 500 duizend euro?

Welke overwegingen liggen ten grondslag aan het beëindigen van het organisatiegericht toezicht bij de SVB?

Hoe is de sturingscyclus tussen het departement en de SVB verbeterd zoals de Verzamelwet aangeeft? Hoe wordt toezicht gericht op grote ICT-projecten als SVB-tien vormgegeven in de toekomst en wat verandert er exact?

De leden van de VVD-fractie vragen of het verstandig is in het licht van de uitvoeringsperikelen bij de SVB op het gebied van ICT-infrastructuur om deze verandering door te voeren.

De leden van de SP-fractie constateren dat de regering voorstelt om het organisatiegericht toezicht door de Inspectie SZW af te schaffen. Zij vragen op welke wijze continu toezicht op de interne bedrijfsvoering geborgd blijft.

Doorbelasting loonaanvullingsuitkering aan eigen risicodrager

De leden van de VVD-fractie vragen wat hier nu exact wordt geregeld. Wordt de gewenningsbijdrage van 24 maanden aangepast aan wat nu gebruikelijk is bij publiek verzekerden of bij privaat verzekerden? Wordt met het inkomen van gedeeltelijk arbeidsgeschikte werkenden rekening gehouden en leidt dit tot lagere of juist hogere werkgeverslasten? Om hoeveel personen gaat het hier? Wat is de grondslag van de uitkering gedurende 24 maanden, nu de arbeidsgeschiktheid is toegenomen? Waarom duurt het 24 maanden voordat het inkomen wordt gebaseerd op de toegenomen mate van arbeidsgeschiktheid?

3. Uitvoering

De leden van de PvdA-, SP- en CDA-fracties vragen op welk onderdeel van de Verzamelwet SZW 2016 de VNG extra uitvoeringskosten voor de gemeenten verwacht. Is inmiddels met de VNG gesproken over eventuele compensatie van de uitvoeringskosten? Zo ja, wat is de uitkomst van dit gesprek?

De leden van de CDA-fractie vragen hierbij aanvullend als het gesprek nog niet heeft plaatsgevonden, wanneer dit gesprek plaats zal vinden.

De leden van de ChristenUnie-fractie stellen vast dat het UWV een risico ziet in het met terugwerkende kracht in werking laten treden van artikel 20 WW, waarin een definitie van het begrip «werkloos blijven» is opgenomen. Zij vragen om een toelichting op de consequenties die voor werknemers kunnen optreden als met terugwerkende kracht nieuwe verplichtingen van toepassing op de werknemer worden. Waarom kiest de regering er niet voor om de maatregel zonder terugwerkende kracht in te voeren?

4. Artikelsgewijs

Participatiewet

Onderdeel E (Artikel 19 a)

Om niet als kostendelende medebewoner te worden aangemerkt wegens het volgen van onderwijs wordt in dit artikel onder andere vereist dat de betreffende persoon bij aanvang van het onderwijs gelet op zijn leeftijd in aanmerking moet komen voor studiefinanciering. De leden van de CDA-fractie vragen wat de regering vindt van het commentaar van Schulinck dat dit het ongewenste effect met zich mee kan brengen dat een persoon die voltijds studeert kan worden aangemerkt als kostendelende medebewoner, louter omdat hij jonger dan 18 jaar was bij aanvang van de studie. Is het niet beter om in plaats van «bij aanvang van het onderwijs» te spreken van «op enig moment tijdens het onderwijs»?

Onderdeel W (artikel 60c Participatiewet), artikel XIX, onderdeel B (artikel 29a IOAW) en artikel XX, onderdeel B (artikel 29a IOAZ)

De leden van de SP-en CDA fracties vragen waarom de regering er niet voor heeft gekozen om gemeenten de mogelijkheid bieden om op basis van een individuele afweging, vorderingen in het kader van het niet nakomen van de inlichtingenplicht geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden.

De leden van de ChristenUnie-fractie stellen vast dat de gemeenten voortaan de mogelijkheid krijgen om mee te werken aan een schuldregeling als er sprake is van een vordering als gevolg van het niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting en waarbij als gevolg van dit gedrag een boete is opgelegd of aangifte is gedaan bij het Openbaar Ministerie (OM). Kan de regering aan de hand van voorbeelden of criteria toelichten in welke situaties de medewerking aan een schuldregeling opportuun wordt gevonden?

Het blijft voor gemeenten niet toegestaan om een vordering als gevolg van het niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting waarbij als gevolg van dit gedrag een boete is opgelegd, geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen op welke wijze voorkomen wordt dat een betrokkene na het einde van de schuldregeling als gevolg van het moeten aflossen van de boetes opnieuw in de financiële problemen komt.

Werkloosheidswet

Onderdeel E (artikel 42b WW)

De leden van de SP-fractie vragen of de voorgestelde aanpassing ook inhoud dat een eventueel grotere aanspraak op WW met terugwerkende kracht wordt toegekend

De voorzitter van de commissie, Van der Burg

De adjunct-griffier van de commissie, Esmeijer

Naar boven