Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634251 nr. 80

34 251 Wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met versterking van de bestuurskracht van onderwijsinstellingen

Nr. 80 NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN JASPER VAN DIJK EN MOHANDIS TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 69

Ontvangen 8 februari 2016

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Voor artikel V, onderdeel A, worden drie onderdelen ingevoegd, luidende:

0A

In artikel 7.8a, derde lid wordt na «7.8b,» ingevoegd: 7.10, vierde lid,.

01A

Aan artikel 7.10 wordt na het derde lid een vierde lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Het instellingsbestuur kan de geldigheidsduur van met goed gevolg afgelegde tentamens beperken, behoudens de bevoegdheid van de examencommissie die geldigheidsduur in een individueel geval te verlengen. De geldigheidsduur van een met goed gevolg afgelegd tentamen kan uitsluitend worden beperkt, indien de getentamineerde kennis of het getentamineerde inzicht aantoonbaar verouderd is, of indien de getentamineerde vaardigheden aantoonbaar verouderd zijn. De geldigheidsduur van de tentamens kan niet beperkt worden, indien er sprake is van een bijzondere omstandigheid in de zin van art. 7.51, tweede lid. Het instellingsbestuur stelt nadere regels vast omtrent de uitvoering van dit lid.

02A

In artikel 7.13, tweede lid, komt onderdeel k te luiden:

  • k. de nadere regels bedoeld in artikel 7.10, vierde lid,.

Toelichting

Het instellingsbestuur kan in het onderwijs- en examenreglement regelen dat de geldigheidsduur van tentamens beperkt kan worden indien de kennis, de vaardigheden of het inzicht van de student aantoonbaar sterk is verouderd. Bij het nieuwe artikel 7.10, vierde lid, is aansluiting gezocht bij art. 7.8b, dat het bindend studieadvies regelt. Er zijn altijd omstandigheden denkbaar waarin het vervallen van tentamens voor studenten een onrechtvaardig zware belasting zou vormen, daarom blijft de examencommissie bevoegd om in individuele gevallen de beperking van de geldigheidsduur ongedaan te maken. De geldigheidsduur van de tentamens kan niet beperkt worden indien er sprake is van een bijzondere omstandigheid in de zin van art. 7.51, tweede lid. In 7.51 lid, tweede lid, worden onder andere een bestuursjaar en ziekte als bijzondere omstandigheid aangemerkt. Na het besluit van het instellingsbestuur om de geldigheidsduur te beperken kan de student in administratief beroep bij het college van beroep voor de examens. Door dit artikel kan een student door bijvoorbeeld een bestuursjaar of ziekte langer studeren zonder dat de geldigheidsduur van de tentamens worden beperkt.

Jasper van Dijk Mohandis