34 251 Wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met versterking van de bestuurskracht van onderwijsinstellingen

Nr. 36 AMENDEMENT VAN DE LEDEN VAN MEENEN EN JASPER VAN DIJK TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 271

Ontvangen 21 januari 2016

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel IV wordt na de aanhef een onderdeel ingevoegd, luidende:

0A

Na artikel 8a.1.5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

8a.1.6. Instemmingsrecht hoofdlijnen jaarlijkse begroting

Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming over de hoofdlijnen van de jaarlijkse begroting van een gezamenlijke vergadering van de deelnemersraad, de ondernemingsraad en, in voorkomende gevallen, de ouderraad, waarbij in elk geval aandacht wordt besteed aan de beoogde verdeling van de middelen over de beleidsterreinen onderwijs, huisvesting en beheer, investeringen en personeel. Het instemmingsrecht wordt niet uitgeoefend indien het een onderdeel van de begroting betreft dat inhoudelijk is geregeld in een bij of krachtens de wet gegeven voorschrift.

II

In artikel IV, onderdeel C, wordt na «eerste volzin» ingevoegd: , alsmede de instemming, bedoeld in artikel 8a.1.6.

III

In artikel IV wordt na onderdeel C een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ca

Aan artikel 8a.5.1 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het instemmingsrecht, bedoeld in artikel 8a.1.6.

Toelichting

Dit amendement regelt het instemmingsrecht van de medezeggenschap in het middelbaar beroepsonderwijs op de hoofdlijnen van de begroting. De formulering van het amendement is overeenkomstig met de formulering van het instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting in het hoger onderwijs.

De indieners zijn van oordeel dat bestuurders in alle onderwijs sectoren zich meer moeten verantwoorden naar de interne stakeholders. Het gaat immers om hún onderwijs. De besteding van middelen zijn een belangrijke randvoorwaarde om goed onderwijs mogelijk te maken. De afgelopen jaren is gebleken dat een buiten proportioneel deel van de middelen besteed werd aan zake als huisvesting, in plaats van aan het onderwijs. Betrokkenheid van de interne stakeholders, deelnemers en personeelsleden, vertegenwoordigd in de medezeggenschap, is daarom essentieel.

Van Meenen Jasper van Dijk


X Noot
1

Vervanging in verband met een wijziging in de ondertekening.

Naar boven