Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634219 nr. 19

34 219 Wijziging van de Kernenergiewet in verband met de instelling van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming

Nr. 19 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID VAN VELDHOVEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 14

Ontvangen 12 april 2016

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel D, wordt artikel 12e als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. In afwijking van de termijn van vijf jaar, bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, zendt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu het verslag de eerste keer uiterlijk zes maanden na het tijdstip dat de Autoriteit een zelfstandig bestuursorgaan is geworden, en de tweede keer uiterlijk twee jaar en zes maanden na dat tijdstip, toe aan de beide kamers der Staten-Generaal.

Toelichting

Dit amendement regelt dat het evaluatieverslag rondom het functioneren van de ANVS in afwijking van artikel 39, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen de tweede keer na twee jaar plaatsvindt (en vervolgens weer krachtens de Kaderwet vijfjaarlijks). De eerste toezending van een evaluatieverslag dient plaats te vinden uiterlijk een half jaar nadat de ANVS een zelfstandig bestuursorgaan is geworden. Met de huidige planning wordt aangenomen dat dit dus voor 1 juli 2017 gebeurt.

De indiener van dit amendement constateert dat er op een aantal punten afgeweken wordt van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, teneinde de gewenste mate van onafhankelijkheid van de ANVS te waarborgen. Deze afwijkingen zijn gerechtvaardigd vanwege het grote belang van het zelfstandig kunnen opereren van deze belangrijke zbo. Wanneer het gaat om de nucleaire veiligheid moet immers alles in het werk gezet worden om situaties te voorkomen waarbij er mogelijk een (verhoogd) risico bestaat op fouten.

Wat de indiener betreft is een van de situaties waarbij er mogelijk een (verhoogd) risico bestaat op fouten is de situatie waarbij de middelen en bekwaamheid niet in goede balans staan met het uitvoeren van de wettelijke taken van de ANVS. Ook het Internationaal Atoomenergieagentschap IAEA onderkent het belang van deze goede balans en heeft aanbevolen een nadere analyse uit te voeren op de structurele taken en kosten.

De indiener is van mening dat om onnodige risico’s te vermijden de wetgever de genoemde balans de eerste jaren met een hogere regelmaat dan gesteld in de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen moet kunnen controleren om zo nodig aanpassingen te kunnen doen aan de tot de ANVS ter beschikking staande capaciteit en middelen. De indiener is daarom van mening dat het gerechtvaardigd is dat er ook op het punt van het evaluatieverslag afgeweken wordt van de Kaderwet, door het evaluatieverslag van de ANVS de eerste keer een half jaar nadat de ANVS een zbo is geworden en de tweede keer twee jaar daarna te laten uitbrengen en vervolgens overeenkomstig de Kaderwet elke vijf jaar te laten plaatsvinden.

Van Veldhoven