Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201534204 nr. 7

34 204 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter uitvoering van verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PbEU 2014, L 257) (Wet uitvoering verordening centrale effectenbewaarinstellingen)

Nr. 7 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 21 augustus 2015

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel II wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

B

Bijlage II, onderdeel «Toezichthouder: Autoriteit Financiële Markten», wordt als volgt gewijzigd:

1. In de alfabetische volgorde van de toezichtcategorieën wordt een toezichtcategorie ingevoegd, die luidt:

Centrale effectenbewaarinstellingen

0,2%

Centrale effecten-bewaarinstelling waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 16, eerste lid, of artikel 19, eerste lid, van verordening (EU) nr. 909/2014 (centrale effectenbewaarinstellingen)

artikel 16, eerste lid, of artikel 19, eerste lid, van verordening (EU) nr. 909/2014 (centrale effectenbewaarinstellingen)

Transactievolume:

Het aantal afwikkelingsinstructies dat verwerkt wordt door de effectenbewaarinstelling

2. Het percentage zoals opgenomen in de kolom «Procentueel aandeel» behorend bij de toezichtcategorie «Effectenuitgevende instellingen: markt» komt te luiden: 7,9%

B

Na artikel IV wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL IVa

Indien het bij koninklijke boodschap van 15 mei 2015 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht, het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten ter implementatie van richtlijn nr. 2013/50/EU van het Europees parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot wijziging van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees parlement en de Raad betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, Richtlijn 2003/71/EG van het Europees parlement en de Raad betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en Richtlijn 2007/14/EG van de Commissie tot vaststelling van concrete uitvoeringsvoorschriften van een aantal bepalingen van Richtlijn 2004/109/EG (PbEU 2013, L 294) (Implementatiewet wijziging richtlijn transparantie), (Kamerstukken 34 232) tot wet is of wordt verheven en die wet later in werking is getreden of treedt dan deze wet, wordt artikel I, onderdeel D, als volgt gewijzigd:

1. In subonderdeel 1 wordt «vierde tot en met zevende lid tot vijfde tot en met achtste lid» vervangen door: vierde tot en met zesde lid tot vijfde tot en met zevende lid.

2. In subonderdeel 2 wordt «zesde lid (nieuw)» vervangen door: vijfde lid (nieuw).

3. Onder vernummering van subonderdeel 3 tot subonderdeel 4 wordt een nieuw subonderdeel ingevoegd, luidende:

3. In het zesde lid (nieuw) wordt «Voor de toepassing van het derde en vierde lid» vervangen door: Voor de toepassing van dit artikel.

4. In subonderdeel 4 (nieuw) wordt «achtste lid (nieuw)» vervangen door: zevende lid (nieuw).

Toelichting

Deze nota van wijziging bevat een tweetal wijzigingen. Allereerst wordt artikel II van het wetsvoorstel gewijzigd. Dit artikel voorziet in een wijziging van de Wet bekosting financieel toezicht (Wbft) die het mogelijk maken dat de Autoriteit Financiële Markten (AFM) de kosten in rekening brengt voor het behandelen van een aanvraag of wijziging van een vergunning en de toetsing van de betrouwbaarheid en geschiktheid van beleidsbepalers van de centrale effectenbewaarinstelling. Naast deze kosten maakt de AFM ook kosten voor het doorlopend toezicht op centrale effectenbewaarinstellingen. Naar verwachting zal de AFM hiervoor ongeveer 1 fte in moeten zetten, hetgeen neerkomt op een bedrag van 150.000 euro per jaar en 0,2% van de totale kosten voor het doorlopend toezicht van de AFM. Om deze kosten te kunnen doorberekenen aan centrale effectenbewaarinstellingen, dienen zij ingedeeld te worden in een toezichtcategorie in bijlage II van de Wbft. Er is ervoor gekozen om voor de centrale effectenbewaarinstellingen een nieuwe categorie in het leven te roepen. De reden is dat de heffingsmaatstaven van de bestaande toezichtcategorieën niet geschikt zijn om de omvang van de individuele centrale effectenbewaarinstellingen te bepalen.

De heffing voor centrale effectenbewaarinstellingen zal bestaan uit een minimumbedrag, vermeerderd met een bedrag dat afhangt van het aantal afwikkelingsinstructies dat is verwerkt door de effectenbewaarinstelling.

De toezichtinspanning die met het toezicht op de centrale effectenbewaarinstellingen is gemoeid, zal in mindering komen op het toezicht op de categorie «Effectenuitgevende instellingen: markt». Om die reden wordt het percentage voor die toezichtcategorie met 0,2% verlaagd van 8,1% naar 7,9%.

Ten tweede wordt een samenloopbepaling ingevoegd in verband met de samenloop van dit wetsvoorstel met het wetsvoorstel Implementatiewet wijziging richtlijn transparantie. Beide wetsvoorstellen wijzigen artikel 1:81 van de Wft door een nieuw lid in te voegen. Oorspronkelijk is uitgegaan van eerdere inwerkingtreding van het wetsvoorstel Implementatiewet wijziging richtlijn transparantie. Het ligt echter in de lijn der verwachting dat het wetsvoorstel uitvoering verordening centrale effectenbewaarinstellingen eerder in werking zal kunnen treden. De in te voegen samenloopbepaling leidt ook in dat geval de samenloop tussen de beide wetsvoorstellen in goede banen.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem