Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201534200-XII nr. 5

34 200 XII Jaarverslag en slotwet Ministerie van Infrastructuur en Milieu 2014

Nr. 5 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 8 juni 2015

De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Algemene Rekenkamer over het rapport van de Algemene Rekenkamer «Resultaten verantwoordingsonderzoek 2014 bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (XII)» (Kamerstuk 34 200 XII, nr. 2).

De Algemene Rekenkamer heeft deze vragen beantwoord bij brief van 5 juni 2015. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Van Dekken

De griffier van de commissie, Sneep

Vraag 1

Bestaat het vermoeden dat er inderdaad onterechte betalingen zijn gedaan? Zo ja, hoe kan hier zekerheid over verkregen worden?

De Auditdienst Rijk is samen met het ministerie en met de externe beheerder nagegaan of risico’s op onterechte betalingen zich daadwerkelijk hebben voorgedaan. Er zijn geen signalen gevonden dat de betrouwbare werking van het financieel systeem is aangetast, of dat er onterecht betalingen zijn verricht.

Vraag 2

Heeft de Algemene Rekenkamer (ARK) kunnen beoordelen of de aanpak ten behoeve van het binnenhalen van voldoende ICT-deskundigheid reëel is gezien de geconstateerde problemen?

Wij hebben deze aanpak niet beoordeeld. Wel constateren we dat Rijkswaterstaat de personele krapte inmiddels goed in beeld heeft. Bovendien is men bezig om extern te werven, om zo meer deskundigheid binnen te halen.

Vraag 3

Welke meest kritieke systemen gaan aangepakt worden? Worden daarmee de grootste knelpunten die de ARK signaleert, aangepakt?

Het Ministerie van IenM heeft in 2014 voor het kerndepartement de volgende zeven kritieke systemen benoemd:

  • Delphi, een systeem voor de opslag van parlementaire gegevens en informatie-uitwisseling met parlement en ministerraad.

  • Identity management, een systeem voor het beheer van digitale ID’s van medewerkers (bijvoorbeeld voor de toegang tot gebouwen).

  • Landelijk Asbest Volgsysteem, een systeem voor het volgen van individuele asbestgevallen (van inventarisatie tot verwijdering).

  • Omgevingsloket, een systeem voor de aanvraag en behandeling van omgevingsvergunningen voor burgers en bedrijven.

  • Ploftool, een systeem om de risico’s rondom opslagplaatsen van explosieven en munitie van Defensie te berekenen.

  • SAP, het financieel administratief systeem van het Ministerie van IenM.

  • TRIM, een systeem voor opslag en archivering van alle digitale documenten van het Ministerie van IenM.

Wij vragen in ons rapport aan de Minister om de ICT-systemen met meer urgentie te beveiligen en ervoor te zorgen dat maatregelen worden geïmplementeerd en geborgd. Het kerndepartement geeft bij de informatiebeveiliging voorrang aan de kritieke systemen. Wij denken dat hiermee de grootste knelpunten voor het kerndepartement worden aangepakt.

Vraag 4

Kunt u ingaan op de opmerking dat het programma Beter Benutten niet de afname van files meet maar meet of het reistijdverlies vermindert?

Rijkswaterstaat spreekt van een file als het verkeer over een snelwegtraject van ten minste twee kilometer nergens harder rijdt dan 50 kilometer per uur. Op het onderliggend wegennet, waarop de maatregelen van het programma Beter Benutten ook zijn gericht, is deze definitie van wat een file is, vaak niet toepasbaar, omdat de snelheid in veel gevallen gelijk is aan of lager is dan 50 kilometer per uur. De verbetering in het aantal voertuigverliesuren is op deze trajecten echter wél te meten. Voor de tweede fase van het programma is de doelstelling dan ook veranderd in 10% reistijdverbetering.

Vraag 5

In hoeverre heeft de ARK een onderscheid gemaakt tussen de verschillende delen van het programma Beter benutten, namelijk deel 1, 2, en 3? Geldt dit zowel voor de financiële als de inhoudelijke aanpak?

Ons onderzoek beperkt zich tot de inhoudelijke en financiële aanpak van fase 1 van het programma Beter Benutten.

Vraag 6

Welke mogelijkheden ziet de ARK om helder te krijgen wat toe te schrijven is aan het programma Beter benutten en wat reeds voorzien was? En is hierbij onderscheid te maken in incidentele en structurele effecten?

In de praktijk van het programma Beter Benutten komt het voor dat er op één traject maatregelen zijn die uit verschillende programma’s worden betaald. Voor dergelijke trajecten is daardoor niet te bepalen wat de bijdrage is van de maatregelen die vallen onder het programma Beter Benutten. Dat is in de eindmeting niet op te lossen. Daarom hebben wij aanbevolen dat IenM bij de eindmeting medio 2015 duidelijk aan de Tweede Kamer aan moet geven welke beperkingen de meting én het programma kent.

Vraag 7

Kunt u uw stelling dat de (semi-)elektrische auto duurder is in vergelijking met een gewone auto, nader onderbouwen?

We hebben geen volledige vergelijking gemaakt van de prijzen van (semi-)elektrische auto’s en hun conventionele tegenhangers. Voor de plugin hybride modellen (de Mitsubishi Outlander en de Volvo V60) die we in het onderzoek noemen geldt dat deze duurder zijn dan hun conventionele alternatieven van dezelfde fabrikant. De volledig elektrische auto die we in ons onderzoek noemen (de Tesla) heeft geen conventioneel alternatief.

Vraag 8

Heeft de ARK zelf een toetsing uitgevoerd op basis van het zogenoemde toetsingskader Belastinguitgaven van de fiscale regelingen ten behoeve van de (semi-)elektrische auto? Zo ja, wat is daaruit gekomen?

Een toetsing op basis van het Toetsingskader Belastinguitgaven is primair aan de verantwoordelijke departementen en heeft daarom geen deel uitgemaakt van ons onderzoek. Wij hebben gekeken of de departementen voor de inwerkingtreding van de belastinguitgaven op het gebied van (semi-)elektrische rijden gebruik hebben gemaakt van dit (verplichte) toetsingskader. Wij hebben vastgesteld dat dit niet het geval is.

Vraag 9

Hoe gaat de verantwoordelijkheidsverdeling bij het toezicht op de uitvoering van het contract met de externe beheerder van het financiële systeem eruitzien?

In het verantwoordingsonderzoek blikken we terug op het afgelopen jaar. Uw vraag gaat over de verantwoordelijkheidsverdeling in de toekomst. De Minister geeft in haar reactie aan dat de regie in de toekomst explicieter, transparanter en slimmer zal worden ingericht met als doel een duidelijke verantwoordelijkheidsverdeling. De verleende autorisaties zijn inmiddels teruggebracht en het toezicht op deze autorisaties zal spoedig worden ingericht. Voor ons oordeel over deze nieuwe verantwoordingsverdeling verwijzen we naar onze volgende verantwoordingsonderzoeken.

Vraag 10

Wat is de verklaring voor het feit dat de meeste fouten in de inkoop bij de directie OVS zijn gevonden? Tot welke acties heeft dit geleid?

We hebben geen nader onderzoek gedaan naar de verklaring voor de fouten in de inkoop bij de directie OVS. De Minister heeft in haar reactie op ons onderzoek geen concrete acties genoemd.

Vraag 11

Zijn er meer aanpassingen van DBFM-contracten voorzien?

In het verantwoordingsonderzoek blikken we terug op het afgelopen jaar. Voor eventuele aanpassingen van DBFM-contracten in de toekomst verwijzen we naar de Minister van IenM.

Vraag 12

Hoe verklaart u het verschil in de onrechtmatig verstrekte voorschotten aan de Sociale Verzekeringsbank onder artikel 22 (externe veiligheid en risico’s) welke € 2,6 miljoen zijn volgens de Algemene Rekenkamer en € 2,4 miljoen volgens het jaarverslag (p. 144)?

Wij komen tot een hoger bedrag aan onrechtmatig verstrekte voorschotten omdat wij de fouten en onzekerheden bij elkaar optellen. Het ministerie rapporteert alleen de fouten en komt dus op een lager bedrag uit.