34 200 III Jaarverslag en slotwet Ministerie van Algemene Zaken, het Kabinet van de Koning en de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2014

Nr. 4 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2014 wijzigingen aan te brengen in:

  • 1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Algemene Zaken;

  • 2. de departementale begrotingsstaat van het Kabinet van de Koning;

  • 3. de departementale begrotingsstaat van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten;

  • 4. de begrotingstaat het agentschap Dienst Publiek en Communicatie.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, M. Rutte

B. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTWETMUTATIES)

Bedragen in navolgende toelichting zijn in € 1.000, tenzij anders vermeld.

B.1 MINISTERIE VAN ALGEMENE ZAKEN

Artikel 1 Eenheid van het algemeen regeringsbeleid

De onderuitputting is onder meer het gevolg van diverse meevallers bij een aantal projecten bij de Rijksvoorlichtingsdienst, in- en uitstroomeffecten voor het personele deel van de begroting en voor wat betreft het materiële deel een sobere uitvoering van de begroting.

B.2 KABINET VAN DE KONING

Artikel 1 Kabinet van de Koning

De onderuitputting is met name bereikt door strikt financieel management.

B.3 COMMISSIE VAN TOEZICHT BETREFFENDE DE INLICHTEN- EN VEILIGHEIDSDIENSTEN

Artikel 1 Commissie van Toezicht betreffende Inlichtingen -en Veiligheidsdiensten

De onderuitputting is met name het gevolg van een niet volledige bezetting van de personele formatie gedurende het gehele jaar.

B.4.1 Exploitatieoverzicht 2014

Bedragen x € 1.000

(1)

(2)

(3) = (2) – (1)

(4)

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie t-1

Baten

       

Omzet moederdepartement

21.326

24.636

3.310

22.562

Omzet overige departementen

30.603

46.751

16.148

39.906

Omzet derden

22.932

20.908

– 2.024

19.042

Rentebaten

0

19

19

104

Vrijval uit voorzieningen

0

320

320

145

Bijzondere baten

0

15

15

13

Totaal baten

74.861

92.649

17.788

81.773

Lasten

       

Apparaatskosten

       

– Personele kosten

13.851

12.129

– 1.722

11.753

Waarvan eigen personeel

12.633

9.804

– 2.829

9.603

Waarvan externe inhuur

1.000

1.970

970

1.761

Waarvan overige personele kosten

218

354

136

389

– Materiële kosten

61.010

78.978

17.968

70.446

Waarvan apparaat ICT

2.448

1.339

– 1.109

1.565

Waarvan bijdrage aan SSO’s

0

0

0

0

Waarvan overige materiële kosten

58.562

77.639

19.077

68.881

Afschrijvingskosten

       

– Immaterieel

0

0

0

0

– Materieel

0

0

0

0

Overige lasten

       

– Dotaties aan voorzieningen

0

712

712

551

– Bijzondere lasten

0

90

90

47

– Rentelasten

0

0

0

0

Totaal lasten

74.861

91.909

17.048

82.798

Saldo van baten en lasten

0

741

741

– 1.024

Toelichting:

Per saldo heeft DPC een positief saldo behaald van € 0,7 miljoen. DPC heeft in 2014 uit de normale bedrijfsvoering een positief resultaat behaald van € 1,2 miljoen. Een groot deel wordt veroorzaakt door minder betaalde loonkosten aan ambtelijk personeel (€ 0,8 miljoen) en een winst op de materiele kosten van € 0,4 miljoen. Verder is het saldo negatief beïnvloed door een netto donatie aan de voorziening van € 0,5 miljoen ten behoeve van wachtgelden voor eigen personeel. Het saldo van baten en lasten zal ten gunste worden gebracht van de exploitatiereserve. Het eigen vermogen komt hiermee € 0,301 miljoen boven de grens die op basis van de Regeling agentschappen door van het Ministerie van Financiën is vastgesteld. DPC is dit voornemens bij de eerste suppletoire begroting als winstuitkering aan het moederdepartement uit te keren.

Kasstroomoverzicht 2014

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

(3)=(2)-(1)

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2014 (incl. deposito)

21.071

18.717

– 2.354

2.

Totaal operationele kasstroom

0

2.591

2.591

 

Totaal investeringen (-/-)

n.v.t.

n.v.t.

 
 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

n.v.t.

n.v.t.

 

3.

Totaal investeringskasstroom

0

0

0

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

Aflossingen op leningen (-/-)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

4.

Totaal financieringskasstroom

0

0

0

5.

Rekening-courant RHB 31-12-2014 (incl. deposito) (=1+2+3+4)

21.071

21.308

237

Toelichting

De stand van de rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding per 31 december is hoger dan de stand per 1 januari. Dit wordt met name veroorzaakt door het feit dat het saldo van de nog te betalen facturen aan media-exploitanten als liquide middelen bij DPC terechtkomt.

Naar boven