Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 oktober 2016
Met deze brief informeer ik u over de uitvoering van de toezegging in de brief van
24 oktober 2013 (Kamerstuk 28 638, nr. 105) over te verrichten onderzoeken met betrekking tot de aard en omvang van de prostitutiebranche.
In die brief is aangegeven in de opeenvolgende jaren na de nulmeting Wetsvoorstel
regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche (Wrp) jaarlijks verdiepende
themaonderzoeken over de prostitutiebranche te verrichten. Hierbij ontvangt u het
onderzoeksrapport van het eerste themaonderzoek getiteld «de escortbranche: toezicht,
handhaving en naleving»1. Voor dit onderwerp is gekozen wegens de landelijk uniforme vergunningplicht die
gaat gelden voor escortbedrijven na inwerkingtreding van de Wrp.
Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) heeft Pro Facto en INTRAVAL
de opdracht gegeven dit onderzoek uit te voeren.
Het doel van het onderzoek is kennis te genereren over de manier waarop gemeenten
de naleving van regels binnen de escortbranche kunnen bevorderen en hoe zij toezicht
en handhaving vorm kunnen geven. Hiervoor hebben de onderzoekers een document- en
literatuurstudie verricht. Daarnaast is veel aandacht besteed aan het onderzoeken
van de lokale situaties binnen tien gemeenten door interviews af te nemen bij medewerkers
van politie en gemeenten, prostitutiecontroleteams, gecontroleerde escorts en exploitanten.
Ook op landelijk niveau zijn belangenbehartigers en personen van betrokken organisaties
gesproken. Vervolgens is inzichtelijke gemaakt op welke manier regelnaleving in deze
sector werkt.
Conclusies
De onderzoekers constateren dat de onderzochte gemeenten verschillende definities
voor escortbedrijf hanteren. In de praktijk werken sekswerkers niet altijd voor de
klassieke escortbureaus, maar ook zelfstandig op locatie zonder tussenpersoon. Afhankelijk
van de gemeente zijn deze sekswerkers vergunningplichtig als escortbedrijf.
De onderzochte gemeenten schakelen voor toezicht op de escortbranche de politie in.
De politie is gemandateerd voor bestuurlijk toezicht. De onderzoekers constateren
dat de politie de controles veelal met een strafrechtelijke bril op uitvoert. De aandacht
gaat dan vooral uit naar signalen van mensenhandel, uitbuiting en andere strafbare
feiten. De controles worden vooral uitgevoerd bij vergunde escortbedrijven, die de
hoeveelheid daarvan als belastend ervaren. Tegelijkertijd constateren de onderzoekers
dat de frequentie en omvang waarin de escortcontroles worden uitgevoerd, niet toereikend
zijn voor een effectief toezicht.
De handhaving die volgt wanneer er sprake is van regelovertreding, blijkt bovendien
lastig uitvoerbaar. De escortbranche kenmerkt zich door niet-locatiegeboden dienstverlening
en hebben daardoor meer mogelijkheden om zich te onttrekken aan handhaving. Welke
gemeente de bevoegdheid heeft om te handhaven is namelijk een moeilijk te beantwoorden
vraag, waardoor handhaving niet altijd doorgezet wordt.
Bovenstaande in acht nemende, hebben de onderzoekers geanalyseerd welke aspecten de
naleving bevorderen dan wel belemmeren. De mogelijkheden om regels te overtreden is
relatief groot. Een andere belangrijke factor lijkt de kosten-batenafweging te zijn
waarbij anonimiteit, veiligheid, financiën en administratieve lasten een grote rol
spelen. De onderzoekers doen tot slot enkele aanbevelingen voor het ontmoedigen van
illegaal (in de onvergunde branche) werken en bemoedigen van vergund werken.
Kabinetsreactie
Ik onderschrijf de constatering van de onderzoekers dat er verschillen zijn ten aanzien
van beleid en regelgeving tussen gemeenten en dat dit voor onduidelijkheid zorgt bij
gemeenten, politie en de escortbranche zelf over geldende regels. Uit de nulmeting
Wrp bleek ook dat 66% van de gemeenten regels en beleid hanteren ten aanzien van escortbedrijven.
Deze diversiteit bemoeilijkt de toezichts- en handhavingstaak van gemeenten en politie.
Dit onderzoek biedt diverse inzichten om de naleving te bevorderen.
Het verminderen van de gemeentelijke verschillen is één van de redenen geweest voor
de Wrp. Hierdoor ontstaat een landelijke uniforme vergunningplicht voor escortbedrijven.
Deze landelijke uniformiteit biedt mogelijkheden om naleving te vergroten. Na aanvaarding
van de Wrp, zal ik met gemeenten en politie de intergemeentelijke coördinatie op toezicht
en handhaving bevorderen.
Op grond van de Wrp worden escortbedrijven, die bedrijfsmatig gelegenheid geven tot
prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee, vergunningplichtig.
De vergunningplicht geldt niet voor de groep zelfstandig werkende escorts. Barrières
voor regelovertreding door deze groep worden hierdoor weggenomen. Zelfstandig werkende
escorts zijn als zelfstandig ondernemers vanzelfsprekend wel gebonden aan algemeen
geldende regelgeving, zoals het betalen van belasting.
De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur