Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201534166 nr. 21

34 166 Staat van de Europese Unie 2015

Nr. 21 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 mei 2015

Graag bied ik u hierbij, mede namens de Minister-President, de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor Europese Zaken van 27 mei 2015 inzake de inzet van het kabinet voor het aanstaande gesprek met de Britse premier Cameron.

Het bezoek van premier Cameron aan Nederland volgt op de recente winst van de Conservatieve Partij bij de Britse Lagerhuisverkiezingen van 7 mei jl. Zoals u weet onderhoudt Nederland nauwe politieke en economische banden met het Verenigd Koninkrijk. Het kabinet maakt dan ook graag van de gelegenheid gebruik om kennis te nemen van de plannen van de nieuwe Britse regering voor de komende periode. Mede gezien het door de Britse regering aangekondigde referendum over de vormgeving van de betrekkingen tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU, zullen de EU en de positie van het Verenigd Koninkrijk daarbinnen zeker aan bod komen.

Het staat de Britse regering uiteraard vrij om een referendum over het EU-lidmaatschap te organiseren. Indien de Britse regering voorafgaand aan een referendum met de Europese partners wil spreken over EU-hervorming, is het aan de Britse regering haar wensen daaromtrent concreet te maken.

Het kabinet is van mening dat het in het belang van de EU, Nederland en het Verenigd Koninkrijk zelf is dat het Verenigd Koninkrijk lid blijft van de EU. Het kabinet participeert actief in discussies om de EU beter te laten functioneren, bijvoorbeeld door een versterkte rol van nationale parlementen, vervolmaking van de interne markt, better regulation (waaronder vermindering van regeldruk), effectieve samenwerking op terreinen als energie, klimaat en buitenlands beleid, en heeft daarbij nadrukkelijk het belang van alle 28 lidstaten en de EU-instellingen op het oog. De Nederlandse inzet ten aanzien van de Europese samenwerking, zoals onder meer uiteengezet in de Staat van de Unie, is daarbij voor het kabinet leidend.

Het kabinet zal bovengenoemde punten in de contacten met de Britse regering aan de orde stellen.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders