34 150 EU-trendrapport 2015

Nr. 4 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 8 juni 2015

De commissie voor de Rijksuitgaven heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Algemene Rekenkamer over het rapport van de Algemene Rekenkamer bij de Nationale verklaring 2015 (Kamerstuk 34 150 VII, nr. 3).

De Algemene Rekenkamer heeft deze vragen beantwoord bij brief van 5 juni 2015. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Harbers

De adjunct-griffier van de commissie, Klapwijk

Vraag 1

Wat zijn de kosten van de Algemene Rekenkamer voor het opstellen van het rapport bij de Nationale verklaring 2015?

Voor het opstellen van het Rapport bij de Nationale verklaring, inclusief reviewen van de werkzaamheden van de ADR en het verrichten van eigen onderzoek, stelt de Algemene Rekenkamer op jaarbasis ongeveer 4 fte’s beschikbaar.

Vraag 2

Heeft de regering (al) aan de andere EU-lidstaten gevraagd om hun annual summaries openbaar te maken en/of is zij voornemens dit te vragen?

Wij hebben niet geïnventariseerd of de regering dit heeft gedaan of voornemens is dit te doen. Voor informatie hierover verwijzen we naar de verantwoordelijke bewindspersonen.

Vraag 3

Bestaat de bereidheid bij andere EU-lidstaten om hun annual summary openbaar te maken? Zo ja, welke andere lidstaten hebben hun annual summary inmiddels openbaar gemaakt? Zo nee, wat is de reden (per lidstaat) dat zij dit niet willen of kunnen doen?

Wij hebben geen onderzoek verricht naar de bereidheid van EU-lidstaten om hun annual summaries openbaar te maken.

In ons EU-trendrapport 2014 constateerden we dat in 2012, 14 van de 27 lidstaten hun annual summary over 2010 op de website van het Europees parlement lieten plaatsen. De meeste van deze documenten (12 van de 14) waren echter in de eigen taal opgesteld, waardoor ze praktisch gesproken niet breed toegankelijk waren. Verder waren de stukken niet voorzien van een analyse van de Europese Commissie.

Vraag 4

Wat is de reden (per lidstaat specifiek) dat EU-lidstaten geen Nationale verklaring afgeven?

Wij hebben geen onderzoek verricht naar de reden dat EU-lidstaten geen Nationale verklaring afgeven.

Vraag 5

Op welke wijze zou de Algemene Rekenkamer kunnen bijdragen aan meer inzicht in de resultaten en effecten van (in Nederland uitgegeven) Europese subsidies?

De Algemene Rekenkamer benadrukt in veel van haar publicaties al het belang van inzicht in de resultaten en effecten van (Europese) subsidies en doet ook eigen onderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van (subsidie-)beleid. Naar aanleiding van ons onderzoek hebben wij recent in het EU-trendrapport 2015 (10 februari 2015) geconstateerd dat bij een aantal projecten dat gefinancierd wordt vanuit EU-fondsen onvoldoende inzicht was in de gerealiseerde effecten. Sommige onderzochte projecten, zo bleek, zouden bovendien wellicht ook zonder het toegekende EU-geld zijn uitgevoerd. Wij hebben het kabinet aanbevolen om voor het brede publiek inzichtelijk te maken welke effecten zijn bereikt met het EU-geld dat Nederland ontvangt. De website «Europa om de hoek», met informatie over Europese fondsen in gedeeld beheer in Nederland, zou een goede mogelijkheid kunnen bieden om het publiek te informeren over de resultaten en effecten van de Europese subsidies.

Vraag 6

Hoe zouden de inspanningen van de Algemene Rekenkamer voor het rapport bij de Nationale verklaring gebruikt kunnen worden om meer inzicht te krijgen in de resultaten van (in Nederland uitgegeven) Europese subsidies?

Indien informatie over de doelmatigheid en doeltreffendheid van Europese subsidies door het kabinet in de Nationale verklaring wordt opgenomen, wat nu nog niet het geval is, zal de Algemene Rekenkamer in haar rapport kunnen aangeven of de verklaring van de Minister over de doelmatigheid en doeltreffendheid van EU-fondsen deugdelijk is. Eén en ander leidt op die manier tot (meer) inzicht in de resultaten van deze subsidies en de wijze waarop de informatie daarover kan worden gebruikt.

Vraag 7

Hoe verhouden de prestaties van de verschillende fondsen zoals samengevat in de tabel op pagina 5 zich tot de uitgaven in de andere lidstaten?

Het is op dit moment niet mogelijk de prestaties van de verschillende fondsen te vergelijken met die van andere lidstaten, omdat – met uitzondering van Denemarken en Zweden – andere lidstaten geen Nationale verklaring afgeven waarin vergelijkbare informatie is opgenomen. Ook zijn de annual summaries met vergelijkbare informatie in de meeste andere lidstaten niet openbaar.

Vraag 8

Waarom is het foutenpercentage bij de Europese Visserij Fondsen (EVF) zo hoog (10,4%)? Waarom is dit volgens u al jarenlang het geval?

Het hoge foutenpercentage van (voorlopig) 10,4% wordt vooral veroorzaakt door (reeds langer voorkomende) tekortkomingen in het beheers- en controlesysteem en meningsverschillen over de interpretatie van regelgeving. Daarnaast speelt bestedingsdruk: vanwege de eis van de Europese Commissie binnen twee jaar na de toekenning van een subsidie de gerealiseerde kosten te declareren, ontstaat het risico van fouten in declaraties, zeker omdat sprake is van achterstanden in realisatie en declaratie van kosten door begunstigden.

Er zijn acties ingezet om deze tendens van langdurige tekortkomingen in het beheers- en controlesysteem te doorbreken, zoals verscherpte controles op declaraties die begunstigden hebben ingediend. Of deze maatregelen in de praktijk tot verbeteringen leiden, moet nog blijken.

Naar boven