Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
van het Koninkrijk d.d. 3 oktober 2014 en het nader rapport d.d. 12 december 2014,
aangeboden aan de Koning door de Minister van Buitenlandse Zaken. Het advies van de
Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk is cursief afgedrukt.
Bij Kabinetsmissive van 4 september 2014, no. 2014001615, heeft Uwe Majesteit, op
voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van
de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het verdrag
tot oprichting van het Caribisch Volksgezondheidsinstituut (CARPHA); Georgetown, 1 juni
2011 (Trb. 2014, 129), met toelichtende nota.
De Caribbean Community (Caricom) heeft in het verleden vijf instituten in stand gehouden
die actief waren op het gebied van de volksgezondheid. Die worden bij dit verdrag
samengevoegd tot één instituut, de Caribbean Public Health Agency (CARPHA) oftewel
het Caribisch Volksgezondheidsinstituut. Aruba en Sint Maarten wensen tot het oprichtingsverdrag
toe te treden, zodat zij geassocieerd lid van de organisatie kunnen worden. Curaçao
en Nederland beraden zich nog op toetreding (in het geval van Nederland zal het gaan
om toetreding ten behoeve van Bonaire, Sint Eustatius en Saba).
De toelichtende nota verschaft geen inhoudelijke informatie over CARPHA en is ook
overigens erg beperkt. Zo ontbreekt informatie over aard en omvang van het werk dat
CARPHA verricht, resultaten van dat werk, samenwerking met wereldwijde organisaties
zoals de World Health Organization, de omvang van het budget, de verdeelsleutel en
de financiële gevolgen van het geassocieerd lidmaatschap voor elk van de vier landen
van het Koninkrijk. Voorts blijkt uit de toelichting niet wat de lidmaatschapsstatus
van het Koninkrijk binnen de Caribbean Community is.
Er wordt wel vermeld dat Aruba, Curaçao, Sint Maarten en het Caribisch deel van Nederland
lid zijn van het Caribisch Centrum voor Epidemiologie (CAREC) en dat dit een van de
vijf instituten is die opgaan in CARPHA, maar niet wordt uiteengezet op welk moment
het oprichtingsverdrag van CAREC vervalt.3
De Afdeling adviseert de toelichting op de genoemde punten aan te vullen.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 4 september 2014, no. 2014001615,
machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk
haar advies inzake de bovenvermelde verdragswijziging rechtstreeks aan mij te doen
toekomen. Dit advies, gedateerd 3 oktober 2014, nr. W02.14.0310/II/K, bied ik U hierbij
aan.
De Afdeling merkt op dat de toelichtende nota geen inhoudelijke informatie verschaft
over CARPHA en ook overigens zeer beperkt is. De Afdeling geeft aan dat informatie
ontbreekt over de aard en omvang van het werk dat CARPHA verricht, over de resultaten
van het werk, over samenwerking met wereldwijde organisaties zoals de World Health
Organization, over de omvang van het budget, de verdeelsleutel en de financiële gevolgen
van het geassocieerd lidmaatschap voor elk van de vier landen van het Koninkrijk.
De Afdeling merkt ook op dat uit de toelichting niet blijkt wat de lidmaatschapsstatus
is van het Koninkrijk binnen de Caribbean Community. De Afdeling vraagt ten slotte
om aan te geven op welk moment het oprichtingsverdrag van CAREC vervalt.
De toelichting is aangevuld, in aanmerking genomen het advies van de Afdeling.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging
goed te vinden dat bedoeld verdrag wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal,
aan de Staten van Aruba, aan die van Curaçao en aan die van Sint Maarten, nadat aan
het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk,
J.P.H. Donner
Ik moge U verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen de verdragswijziging
vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te
leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over te
leggen aan de Staten van Curaçao, de Staten van Aruba en de Staten van Sint Maarten.
De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders