Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2015-201634098 nr. A

34 098 Wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de invoering van een nieuw normen- en handhavingstelsel voor de luchthaven Schiphol en enige andere wijzigingen

A GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET

16 februari 2016

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet luchtvaart te wijzigen in verband met de invoering van een nieuw normen- en handhavingstelsel voor de luchthaven Schiphol, dat leidt tot een betere verdeling van de wettelijk toegestane geluidruimte, terwijl een gelijkwaardige bescherming van de omgeving wordt geboden;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet luchtvaart wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 8.1b, eerste lid, wordt na het begrip «gebruiker» ingevoegd:

gebruiksjaar:

de periode van een jaar die loopt van 1 november tot en met 31 oktober;.

B

Artikel 8.5, vijfde lid, komt te luiden:

  • 5. De gebieden worden langs elektronische weg en met gebruikmaking van een of meer ondergronden vastgelegd. Van een zodanig elektronisch document wordt tevens een papieren versie gemaakt.

C

Artikel 8.8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «waarvoor geen bestemmingsplan of beheersverordening geldt dat in overeenstemming is met het besluit» vervangen door: waarvoor geen bestemmingsplan of beheersverordening geldt in overeenstemming met het besluit en voor het bestemmingsplan geen toepassing is gegeven aan artikel 8.9, derde lid.

2. In het derde lid wordt na «binnen een jaar» ingevoegd: of een andere bij het besluit te bepalen termijn.

D

Artikel 8.9 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° of 3°» vervangen door: artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, 2° of 3°.

2. In het derde lid wordt «Bij de toepassing van de artikelen genoemd in het eerste lid» vervangen door: Bij de toepassing van artikel 8.8, eerste lid, artikel 3.6, eerste lid, onderdeel a en b, van de Wet ruimtelijke ordening, en de artikelen genoemd in het eerste lid.

3. Een nieuw lid wordt toegevoegd dat als volgt luidt:

  • 6. Artikel 10:31, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing met betrekking tot de verklaring van geen bezwaar.

E

Artikel 8.17 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vervanging van de punt aan het slot van het tweede lid, onderdeel c, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d. preferentieel baangebruik.

2. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. Het besluit bevat in ieder geval:

    • a. een maximum aantal vliegtuigbewegingen per jaar, waaronder een maximum aantal voor de nacht;

    • b. de grenswaarden voor het externe-veiligheidsrisico, de geluidbelasting en de uitstoot van stoffen die lokale luchtverontreiniging veroorzaken in de vorm van criteria voor gelijkwaardige bescherming;

    • c. de voorwaarden met betrekking tot de grenswaarde voor de geluidbelasting in de vorm van een maximum hoeveelheid geluid per jaar, die jaarlijks voorafgaand aan het gebruiksjaar bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu wordt vastgesteld.

3. Onder vernummering van het zesde tot en met achtste lid tot zevende tot en met negende lid, wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:

  • 6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de regels bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, het maximum aantal vliegtuigbewegingen bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, alsmede omtrent de grenswaarden bedoeld in het vijfde lid, onderdelen b en c.

F

Na artikel 8.17 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 8.17a

  • 1. De exploitant van de luchthaven stelt jaarlijks voorafgaand aan het gebruiksjaar in overleg met de verlener van luchtverkeersdiensten een gebruiksprognose inzake het gebruik van de luchthaven op.

  • 2. De gebruiksprognose wordt ten minste vier weken voor de toezending, bedoeld in het vierde lid, voor advies voorgelegd aan de Omgevingsraad Schiphol, bedoeld in artikel 8.34.

  • 3. Voorafgaand aan het gebruiksjaar zendt de Omgevingsraad Schiphol zijn advies aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

  • 4. Voorafgaand aan het gebruiksjaar zendt de exploitant van de luchthaven de gebruiksprognose aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

  • 5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inhoud en de procedure van de gebruiksprognose.

Artikel 8.17b

  • 1. De exploitant van de luchthaven zendt binnen vier maanden na afloop van het gebruiksjaar een evaluatie van het werkelijke gebruik van de luchthaven in vergelijking tot de gebruiksprognose voor dat jaar aan de Omgevingsraad Schiphol en aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

  • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inhoud en de procedure van de evaluatie.

G

In artikel 8.18 komt de tweede volzin te luiden:

Zij treffen daartoe zelf en in onderlinge samenwerking de voorzieningen die redelijkerwijs van hen kunnen worden gevergd om te bewerkstelligen dat:

  • a. de in artikel 8.17, tweede lid, onderdeel d, bedoelde regels, voor zover in een regel niet een van de in de eerste volzin bedoelde partijen wordt genoemd, niet worden overtreden, en

  • b. de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer de in artikel 8.17, vierde lid, bedoelde grenswaarden niet overschrijdt.

H

Artikel 8.22 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Zodra de inspecteur-generaal constateert dat de in artikel 8.17, vierde lid, bedoelde grenswaarden zijn overschreden of de in artikel 8.18 bedoelde regels zijn overtreden, schrijft hij maatregelen voor die naar zijn oordeel bijdragen aan de naleving van de desbetreffende regel respectievelijk het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden.

2. In het tweede lid wordt «zesde lid» vervangen door: zevende lid.

3. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. De inspecteur-generaal trekt de maatregelen in of matigt deze voor zover zij naar zijn oordeel niet langer nodig zijn voor het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden dan wel de naleving van de desbetreffende regel.

I

Artikel 8.23 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan indien ten gevolge van groot onderhoud het normale gebruik van een luchthaven naar zijn oordeel ernstig wordt belemmerd vrijstelling verlenen van een regel in het luchthavenverkeerbesluit.

2. Het vierde lid vervalt.

3. Het vijfde lid wordt vernummerd tot vierde lid en komt te luiden:

  • 4. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan indien ten gevolge van een bijzonder voorval het normale gebruik van een luchthaven naar zijn oordeel ernstig wordt belemmerd vrijstelling verlenen van een regel in het luchthavenverkeerbesluit. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

J

Artikel 8.23a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan worden bepaald dat bij wijze van experiment wordt afgeweken van krachtens artikel 8.15 gestelde voorschriften, mits de Omgevingsraad Schiphol, bedoeld in artikel 8.34, bij advies heeft aangegeven dat het experiment een gunstig effect kan hebben op de hinderbeleving. De afwijking kan bestaan uit het verlenen van vrijstelling van een regel in het luchthavenverkeerbesluit voor zover deze de luchtverkeerwegen of het gebruik van het luchtruim en de beschikbaarheid en het gebruik van de banen betreft.

2. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. Een experiment kan slechts worden toegestaan voor een bepaalde in de ministeriële regeling vast te stellen termijn van ten hoogste twee jaar. Deze termijn kan eenmaal met maximaal een jaar worden verlengd indien dit met het oog op de doeltreffendheid en de beoordeling van de effecten van het experiment noodzakelijk is. De looptijd van een experiment sluit zoveel mogelijk aan bij een gebruiksjaar. Bij voortijdige beëindiging van het experiment stelt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu een overgangsregeling vast.

3. In het zevende lid wordt in de eerste volzin na «Staten-Generaal» ingevoegd: en aan de Omgevingsraad Schiphol.

4. Het achtste lid komt als volgt te luiden:

  • 8. De Omgevingsraad Schiphol, bedoeld in artikel 8.34, kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu verzoeken om een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid vast te stellen. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu overweegt het verzoek en deelt uiterlijk zes weken na ontvangst van het verzoek zijn overwegingen, met redenen omkleed, aan de raad dan wel het aangewezen orgaan en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal mee.

5. Het negende lid vervalt.

K

De titel van afdeling 8.7 komt te luiden:

Afdeling 8.7 De Omgevingsraad Schiphol.

L

De artikelen 8.34 en 8.35 komen als volgt te luiden:

Artikel 8.34

  • 1. Er is een Omgevingsraad Schiphol.

  • 2. De Omgevingsraad Schiphol heeft een onafhankelijke voorzitter en biedt een zetel aan vertegenwoordigers van:

    • a. de exploitant;

    • b. de verlener van de luchtverkeersdienstverlening;

    • c. de luchtvaartmaatschappijen die van de luchthaven gebruik maken;

    • d. de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland;

    • e. bij ministeriële regeling vast te stellen gemeenten binnen de in onderdeel d bedoelde provincies;

    • f. de regionale werkgevers- en ondernemersorganisaties;

    • g. de regionale milieuorganisaties;

    • h. de bewonersorganisaties binnen de in onderdeel e bedoelde gemeenten;

    • i. het Rijk.

Artikel 8.35

  • 1. De Omgevingsraad Schiphol heeft tot doel een duurzame ontwikkeling, inpassing en gebruik van de luchthaven Schiphol in zijn omgeving te bevorderen.

  • 2. De partijen, genoemd in artikel 8.34, tweede lid, hebben als gezamenlijk uitgangspunt om door middel van overleg, consultatie en advies te zoeken naar de balans tussen het versterken van de netwerkkwaliteit van de luchthaven, een ruimtelijk-economische structuurversterking en het vergroten van de kwaliteit van de leefomgeving rond de luchthaven.

  • 3. De Omgevingsraad Schiphol neemt bij de taakuitoefening, bedoeld in het tweede lid, het nationale luchthavenbeleid in acht dat door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu over de luchthaven Schiphol is vastgelegd.

M

Artikel 8.36 vervalt.

N

De artikelen 8.37 tot en met 8.40 komen te luiden:

Artikel 8.37

  • 1. De voorzitter van de Omgevingsraad Schiphol wordt door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu na overleg met de organisaties bedoeld in artikel 8.34, tweede lid, benoemd, geschorst en ontslagen.

  • 2. Elk ander lid wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de voorzitter.

Artikel 8.38

De Omgevingsraad Schiphol heeft een secretariaat. De samenstelling en de werkzaamheden van het secretariaat worden in het bestuursreglement geregeld.

Artikel 8.39

De Omgevingsraad Schiphol stelt een bestuursreglement vast, dat in ieder geval regels bevat over benoeming, schorsing en ontslag van de leden en over de termijn van benoeming van de voorzitter, de leden en het secretariaat. Het reglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

Artikel 8.40

De bescheiden van de Omgevingsraad Schiphol worden na beëindiging van de werkzaamheden van de Omgevingsraad Schiphol opgeborgen in het archief van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

O

In artikel 8.45, tweede lid, wordt na «van overeenkomstige toepassing» ingevoegd: ten aanzien van de grenswaarden.

P

Artikel 8.71a wordt als volgt gewijzigd:

1. De onderdelen a tot en met d worden geletterd b tot en met e.

2. Een nieuw onderdeel a wordt ingevoegd luidende:

  • a. de afwijking tevens kan bestaan in het vervangen van een in het luchthavenbesluit vastgelegde grenswaarde voor de geluidbelasting in een bepaald punt door een andere grenswaarde;

3. In de onderdelen b en e wordt «de commissie regionaal overleg Schiphol» telkens vervangen door: de Omgevingsraad Schiphol.

Q

Artikel 8a.38 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «Gemeenschappelijke regeling Schadeschap Schiphol» ingevoegd: dan wel van de opvolger van dit schadeschap belast met de behandeling van en de besluitvorming inzake een aanvraag als bedoeld in artikel 8.31.

2. In het derde lid wordt na «tweede volzin» ingevoegd: dan wel de opvolger van dit schadeschap bedoeld in het eerste lid, tweede volzin.

R

Artikel 10.25 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid vervalt de tweede volzin.

2. Onder vernummering van het vijfde lid tot achtste lid worden drie leden ingevoegd, luidende:

  • 5. Elk ander lid wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de voorzitter op voordracht van het orgaan dat of de organisatie die het lid vertegenwoordigt.

  • 6. De benoeming geschiedt voor ten hoogste vier jaren. Herbenoeming kan telkens voor ten hoogste vier jaren plaatsvinden.

  • 7. De commissie stelt een bestuursreglement vast. Het reglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Defensie.

S

Artikel 10.39, zesde lid, komt te luiden:

  • 6. Het luchthavengebied wordt langs elektronische weg en met gebruikmaking van een of meer ondergronden vastgelegd. Van een zodanig elektronisch document wordt tevens een papieren versie gemaakt.

T

Aan artikel 11.16, eerste lid, onderdeel c, wordt na «8.77, tweede lid, juncto artikel 8.23» toegevoegd: , artikel 8a.58, tweede lid, juncto artikel 8.12;.

U

Het opschrift van § 11.2.2a komt te luiden: Bestuursrechtelijke handhaving beperkingengebied buitenlandse luchthavens door Minister van Infrastructuur en Milieu.

ARTIKEL II

De Luchtvaartwet wordt als volgt gewijzigd:

1. In de artikelen 1, onderdeel j, 37a, derde lid, 61a, eerste, tweede en derde lid, en 73, eerste lid, van de Luchtvaartwet, wordt «Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» telkens vervangen door: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

2. In artikel 58, zesde lid, wordt «Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Defensie» vervangen door: Onze Ministers van Infrastructuur en Milieu en van Defensie.

ARTIKEL III

  • 1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu zendt binnen 5 jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van artikel I, onderdelen E tot en met J, van deze wet in de praktijk.

  • 2. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van artikel I, onderdelen L tot en met N, van deze wet in de praktijk.

ARTIKEL IV

  • 1. Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing ten aanzien van de wijze van vaststelling van de gebieden bedoeld in artikel 8.5, vijfde lid, van de Wet luchtvaart in een luchthavenbesluit waarvan het ontwerp ter inzage is gelegd voor dat tijdstip.

  • 2. Indien het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet ligt binnen een periode van drie maanden voor de start van een gebruiksjaar is artikel 8.17, vijfde lid, niet van toepassing tot de start van dat gebruiksjaar. Indien het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet ligt buiten deze periode is artikel 8.17, vijfde lid, van toepassing op de resterende periode van dat gebruiksjaar.

ARTIKEL V

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,