Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201534088 nr. 18

34 088 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter implementatie van Richtlijn 2013/32/EU van het Europees parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (PbEU 2013, L 180) en Richtlijn 2013/33/EU van het Europees parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (PbEU 2013, L 180)

Nr. 18 AMENDEMENT VAN HET LID GESTHUIZEN

Ontvangen 13 april 2015

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I wordt na onderdeel M een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ma

Na artikel 41 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 41a

  • 1. Indien Onze Minister dit voor de beoordeling van een verzoek om internationale bescherming relevant acht, laat hij, mits de vreemdeling daarmee instemt, een medisch onderzoek naar aanwijzingen van vroegere vervolging van, of ernstige schade bij, de vreemdeling uitvoeren.

  • 2. Indien een onderzoek als bedoeld in het eerste lid niet wordt uitgevoerd, stelt Onze Minister de vreemdeling ervan op de hoogte dat hij dit onderzoek op eigen initiatief en voor eigen rekening kan laten uitvoeren. De kosten van het onderzoek, bedoeld in de vorige volzin, worden door Onze Minister vergoed indien uit het besluit op de aanvraag of een rechterlijke beslissing blijkt dat het onderzoek een aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, heeft opgeleverd.

  • 3. Bij algemene maatregel van bestuur:

    • a. wijst Onze Minister een onafhankelijke organisatie aan die tot taak heeft medische onderzoeken als bedoeld in het eerste lid uit te voeren in opdracht van Onze Minister, en

    • b. kunnen nadere regels worden gesteld over het medisch onderzoek, bedoeld in het eerste lid.

Toelichting

De tekst van het voorgestelde artikel 41a is gebaseerd op het rapport «Sporen uit het verleden» van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ). De ACVZ gaf reeds in juli 2014 aan dat het recht op medisch onderzoek naar aanwijzingen van bijvoorbeeld vervolging of mishandeling dient te worden vastgelegd op het niveau van een formele wet. Het medisch onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Procedurerichtlijn zal na implementatie een belangrijk onderdeel gaan uitmaken van het onderzoek naar de asielaanvraag in de gevallen waarin er aanwijzingen zijn van marteling, verkrachting of andere ernstige vormen van psychisch, fysiek of seksueel geweld. Aanwijzing 24, eerste lid, onder h, van de Aanwijzingen voor de Regelgeving schrijft voor dat «voorschriften die beogen aan de burger procedurele waarborgen te bieden ten aanzien van het gebruik van bevoegdheden door de overheid» bij voorkeur in de (formele) wet dienen te worden opgenomen. De verplichting om – indien relevant geacht – een medisch onderzoek in te stellen is een dergelijke procedurele waarborg voor een zorgvuldige bevoegdheidsuitoefening door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Het feit dat de Staatssecretaris over discretionaire ruimte beschikt om te beoordelen in welk geval medisch onderzoek moet worden ingesteld, doet hieraan niet af.

Indien de Staatssecretaris een medisch onderzoek niet relevant acht, dient hij de vreemdeling op de hoogte te stellen van het feit dat het mogelijk is dit onderzoek op eigen initiatief en voor eigen rekening te laten uitvoeren. De kosten van het medisch onderzoek worden aan de vreemdeling vergoed, indien uit het besluit op de aanvraag of een rechtelijke beslissing blijkt dat het onderzoek een aanwijzing heeft opgeleverd van vroegere vervolging van of ernstige schade bij de vreemdeling. De voorgestelde tekst van het tweede lid beoogt uit te drukken dat de aanwijzing geen onomstotelijk bewijs hoeft te zijn voor bijvoorbeeld marteling en dat die aanwijzing niet per definitie heeft moeten leiden tot een positieve beslissing, maar dat er wel sprake moet zijn van enige aanwijzing dat de vreemdeling enige objectief vast te stellen grond had om dit onderzoek te verlangen.

De Staatssecretaris dient voorts te garanderen dat asielzoekers medisch forensisch onderzocht kunnen worden. De Adviescommissie voor vreemdelingenzaken beval in haar rapport «Sporen uit het verleden» aan om één onafhankelijke organisatie, niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Veiligheid en Justitie, aan te wijzen, die het medisch onderzoek uitvoert. Zo garandeert de Staatssecretaris dat er een organisatie is waar asielzoekers voor medisch onderzoek terecht kunnen in geval medisch onderzoek door de Staatssecretaris relevant wordt geacht of ingeval de vreemdeling dat zelf wenst. De voorkeur verdient daarbij een organisatie die niet werkzaam is onder zijn verantwoordelijkheid, nu dat het vertrouwen in de objectiviteit en onpartijdigheid van deze organisatie ten goede zal komen.

Gesthuizen