34 083 Wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Wet op de loonbelasting 1964 en de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in verband met de versnelling van de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd

G MOTIE VAN HET LID DE BOER C.S.

Voorgesteld 19 mei 2015

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende:

  • dat de overbruggingsregeling tot doel heeft een voorziening te bieden voor mensen die al met de VUT of prepensioen zijn en zelf onvoldoende middelen hebben om het inkomensgat ten gevolge van de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd te overbruggen;

  • dat de mensen die, terwijl ze een partner hebben, na hun 65e een inkomen uit pensioen of uitkering hebben van meer dan € 731,64 bruto per maand niet in aanmerking komen voor de OBR, ook als hun partner geen inkomen heeft;

  • dat dit betekent dat niet iedereen die zelf onvoldoende middelen heeft het inkomensgat te overbruggen aanspraak kan maken op de OBR, nu immers niet verwacht mag worden dat twee mensen met een gezamenlijk inkomen tussen de € 731 en € 1.132 bruto daarmee hun inkomensgat kunnen overbruggen;

  • dat het onwenselijk is mensen louter ter overbrugging van de periode tussen hun VUT of prepensioen terug te laten vallen op de participatiewet,

roept de regering op om er door aanpassing van de OBR of anderszins voor te zorgen dat wordt voorkomen dat mensen ter overbrugging van het inkomensgat tussen VUT of prepensioen en AOW een beroep op de participatiewet moeten doen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De Boer

Thissen

De Lange

Reuten

Nagel

Naar boven