Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 augustus 2017
Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Uitbreiding spreekrecht op 27 mei 2015
heeft de Tweede Kamer de motie Kooiman1 aangenomen die de regering verzoekt onderzoek te doen naar de mogelijkheden om het
spreekrecht uit te breiden naar tbs-verlengingszittingen en slachtoffers en nabestaanden
beter te betrekken bij en te informeren over deze zittingen. Op 5 april 2016 heb ik
tijdens de plenaire vergadering, naar aanleiding van een vraag van het lid Wezel over
deze motie, toegezegd u te informeren over de resultaten van het onderzoek over het
spreekrecht van slachtoffers bij tbs-zittingen. Met deze brief informeer ik u over
de resultaten van het onderzoek.
Op 30 juni jl. heb ik de voorzitter van de Tweede Kamer geïnformeerd over het onderzoek
dat gedaan is naar aanleiding van de Motie van Kooiman2.
Spreekrecht bij tbs-verlengingszittingen en het beter informeren van slachtoffers
en nabestaanden over deze zittingen
Voor de uitvoering van de motie Kooiman zijn focusgroepen en een expertmeeting georganiseerd
met slachtoffers en nabestaanden. Ook professionals uit de strafrechtketen waren hierbij
aanwezig. Op basis van deze bijeenkomsten concludeer ik dat de positie van slachtoffers
en nabestaanden bij de tbs-verlengingszitting kan en moet worden versterkt. De belangrijkste
uitkomst is dat slachtoffers en nabestaanden beter geïnformeerd willen worden over
het verloop van de behandeling en de verlengingszittingen.
Daarom neem ik de volgende maatregelen:
-
– Het OM zal de algemene informatievoorziening aan slachtoffers en nabestaanden verbeteren:
over de tbs-verlengingszitting en wat deze inhoudt;
-
– Het OM zal alle slachtoffers en nabestaanden, die hebben aangegeven dit te wensen,
voorafgaand aan de zitting informeren over wanneer de zitting plaatsvindt en wat de
positie van een slachtoffer of nabestaande dan is;
-
– Het OM zal voorafgaand aan de zitting de behoeften en wensen van slachtoffers en nabestaanden
inventariseren voor eventuele voorwaarden bij de voorwaardelijke beëindiging van de
dwangverpleging. De officier van justitie kan deze meenemen in zijn vordering;
-
– Slachtoffers en nabestaanden die dat wensen zullen, waar mogelijk, beter worden geïnformeerd
over de tbs-behandeling. De tbs-klinieken hebben daarvoor een richtlijn opgesteld
die dit jaar zal worden geïmplementeerd.
Uit de bijeenkomsten met slachtoffers en nabestaanden bleek ook dat de behoefte om
tijdens de verlengingszitting te spreken over wat de dader hen heeft aangedaan verschilt
en vooral aanwezig is bij de slachtoffers en nabestaanden die geen gebruik hebben
kunnen maken van het spreekrecht tijdens de strafzitting omdat die mogelijkheid toen
nog beperkt was of ontbrak. Sinds de invoering van het spreekrecht bestaat de mogelijkheid
voor slachtoffers en nabestaanden om zich tijdens de strafzitting te uiten over de
impact die het delict op hen heeft gehad en sinds 1 juli 2016 ook over hun wensen
met betrekking tot de straf. Deze informatie kan de rechter meenemen bij het opleggen
van een sanctie, zoals een tbs-maatregel. Ik verwacht dat door het spreekrecht bij
de strafzitting de behoefte aan spreekrecht bij de tbs-verlengingszitting in de toekomst
verder zal afnemen. Daarbij komt dat de rechter bij de tbs-verlengingszitting de impact
op het slachtoffer niet kan meewegen. De rechter oordeelt over de noodzaak tot voortzetting
van de tbs-behandeling op basis van de aanwezige stoornis, het daaruit voortvloeiende
recidiverisico en het verloop van de behandeling. Invoering van spreekrecht bij de
tbs-verlengingszitting zou ten onrechte de indruk kunnen wekken dat hetgeen door het
slachtoffer of de nabestaande wordt ingebracht, ook bij het rechterlijke oordeel wordt
betrokken. De rechter kan de belangen van slachtoffers en nabestaanden wél meewegen
in de eventuele voorwaarden die worden opgelegd bij de voorwaardelijke beëindiging
van de dwangverpleging. Daarom zorg ik er met bovenstaande maatregelen voor dat alle
slachtoffers en nabestaanden de mogelijkheid krijgen om hun behoeften en wensen voor
bijzondere voorwaarden (bijtijds) kenbaar te maken.
Ik verwacht dat ik met voornoemde verbetermaatregelen tegemoet kom aan (een groot
deel van) de behoeften van slachtoffers en nabestaanden. De maatregelen worden dit
jaar geïmplementeerd, in overleg met slachtoffers en nabestaanden. Het OM heeft de
implementatie en de kosten uitgewerkt in een impact-analyse. De kosten kunnen worden
gedekt uit de middelen die in mijn meerjarenagenda slachtofferbeleid3 voor het OM zijn gereserveerd voor het informeren van slachtoffers. Ik zal de voortgang
en het effect van deze maatregelen nauwgezet monitoren waarbij ik de ervaringen van
slachtoffers en nabestaanden meeneem.
De Minister van Veiligheid en Justitie,
S.A. Blok