Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2016-201734082 nr. H

34 082 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering ter aanvulling van het spreekrecht van slachtoffers en nabestaanden in het strafproces en wijziging van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven ter uitbreiding van de mogelijkheid van uitkering aan nabestaanden

H BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 augustus 2017

Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Uitbreiding spreekrecht op 27 mei 2015 heeft de Tweede Kamer de motie Kooiman1 aangenomen die de regering verzoekt onderzoek te doen naar de mogelijkheden om het spreekrecht uit te breiden naar tbs-verlengingszittingen en slachtoffers en nabestaanden beter te betrekken bij en te informeren over deze zittingen. Op 5 april 2016 heb ik tijdens de plenaire vergadering, naar aanleiding van een vraag van het lid Wezel over deze motie, toegezegd u te informeren over de resultaten van het onderzoek over het spreekrecht van slachtoffers bij tbs-zittingen. Met deze brief informeer ik u over de resultaten van het onderzoek.

Op 30 juni jl. heb ik de voorzitter van de Tweede Kamer geïnformeerd over het onderzoek dat gedaan is naar aanleiding van de Motie van Kooiman2.

Spreekrecht bij tbs-verlengingszittingen en het beter informeren van slachtoffers en nabestaanden over deze zittingen

Voor de uitvoering van de motie Kooiman zijn focusgroepen en een expertmeeting georganiseerd met slachtoffers en nabestaanden. Ook professionals uit de strafrechtketen waren hierbij aanwezig. Op basis van deze bijeenkomsten concludeer ik dat de positie van slachtoffers en nabestaanden bij de tbs-verlengingszitting kan en moet worden versterkt. De belangrijkste uitkomst is dat slachtoffers en nabestaanden beter geïnformeerd willen worden over het verloop van de behandeling en de verlengingszittingen.

Daarom neem ik de volgende maatregelen:

  • Het OM zal de algemene informatievoorziening aan slachtoffers en nabestaanden verbeteren: over de tbs-verlengingszitting en wat deze inhoudt;

  • Het OM zal alle slachtoffers en nabestaanden, die hebben aangegeven dit te wensen, voorafgaand aan de zitting informeren over wanneer de zitting plaatsvindt en wat de positie van een slachtoffer of nabestaande dan is;

  • Het OM zal voorafgaand aan de zitting de behoeften en wensen van slachtoffers en nabestaanden inventariseren voor eventuele voorwaarden bij de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. De officier van justitie kan deze meenemen in zijn vordering;

  • Slachtoffers en nabestaanden die dat wensen zullen, waar mogelijk, beter worden geïnformeerd over de tbs-behandeling. De tbs-klinieken hebben daarvoor een richtlijn opgesteld die dit jaar zal worden geïmplementeerd.

Uit de bijeenkomsten met slachtoffers en nabestaanden bleek ook dat de behoefte om tijdens de verlengingszitting te spreken over wat de dader hen heeft aangedaan verschilt en vooral aanwezig is bij de slachtoffers en nabestaanden die geen gebruik hebben kunnen maken van het spreekrecht tijdens de strafzitting omdat die mogelijkheid toen nog beperkt was of ontbrak. Sinds de invoering van het spreekrecht bestaat de mogelijkheid voor slachtoffers en nabestaanden om zich tijdens de strafzitting te uiten over de impact die het delict op hen heeft gehad en sinds 1 juli 2016 ook over hun wensen met betrekking tot de straf. Deze informatie kan de rechter meenemen bij het opleggen van een sanctie, zoals een tbs-maatregel. Ik verwacht dat door het spreekrecht bij de strafzitting de behoefte aan spreekrecht bij de tbs-verlengingszitting in de toekomst verder zal afnemen. Daarbij komt dat de rechter bij de tbs-verlengingszitting de impact op het slachtoffer niet kan meewegen. De rechter oordeelt over de noodzaak tot voortzetting van de tbs-behandeling op basis van de aanwezige stoornis, het daaruit voortvloeiende recidiverisico en het verloop van de behandeling. Invoering van spreekrecht bij de tbs-verlengingszitting zou ten onrechte de indruk kunnen wekken dat hetgeen door het slachtoffer of de nabestaande wordt ingebracht, ook bij het rechterlijke oordeel wordt betrokken. De rechter kan de belangen van slachtoffers en nabestaanden wél meewegen in de eventuele voorwaarden die worden opgelegd bij de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Daarom zorg ik er met bovenstaande maatregelen voor dat alle slachtoffers en nabestaanden de mogelijkheid krijgen om hun behoeften en wensen voor bijzondere voorwaarden (bijtijds) kenbaar te maken.

Ik verwacht dat ik met voornoemde verbetermaatregelen tegemoet kom aan (een groot deel van) de behoeften van slachtoffers en nabestaanden. De maatregelen worden dit jaar geïmplementeerd, in overleg met slachtoffers en nabestaanden. Het OM heeft de implementatie en de kosten uitgewerkt in een impact-analyse. De kosten kunnen worden gedekt uit de middelen die in mijn meerjarenagenda slachtofferbeleid3 voor het OM zijn gereserveerd voor het informeren van slachtoffers. Ik zal de voortgang en het effect van deze maatregelen nauwgezet monitoren waarbij ik de ervaringen van slachtoffers en nabestaanden meeneem.

De Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok


X Noot
1

Kamerstukken II 2015/16, 34 082, nr. 12.

X Noot
2

Kamerstukken II 2016/17, 33 552, nr. 28.

X Noot
3

Kamerstuk 2016/17, 33 552, nr. 23