Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 maart 2017
Met deze brief voer ik mijn toezegging uit om uw Kamer te informeren over de uitkomst
van drie werksessies over de financiering en ondersteuning van maatschappelijke- en
buurtinitiatieven, gevoerd met een breed scala aan partijen tussen oktober 2016 en
februari 2017. Deze toezegging deed ik u in een brief van 16 juni 2016 (Kamerstuk
34 065, nr. 11).
Motie Voortman en Fokke
Aan de basis van dit traject stond een motie van de leden Voortman en Fokke (Kamerstuk
34 065, nr. 5). Zij verzochten de regering te onderzoeken hoe er in Nederland gekomen kan worden
tot de oprichting van een maatschappelijke bank die buurtinitiatieven kan ondersteunen,
en om te onderzoeken of de tegoeden op slapende bankrekeningen ook in Nederland ingezet
kunnen worden om buurtinitiatieven te ondersteunen.
De hoofdconclusie van het in opdracht van BZK verrichte onderzoek – Samen Maatschappelijke
Impact Financieren1 – was dat niet het gebrek aan aanbod van financiering het cruciale probleem is, als
wel het feit dat vraag en aanbod elkaar onvoldoende weten te vinden. Met name bij
kleinschalige maatschappelijke initiatieven. De oplossing zou dan ook niet gezocht
moeten worden in een bank, maar in een betere aansluiting van vraag en aanbod van
financiering en ondersteuning van maatschappelijke initiatieven. Het rapport constateerde
een intentie bij de betrokken partijen om een nieuwe vorm van samenwerken te verkennen.
Verloop en uitkomst van de werksessies
In mijn brief van juni 2016 schreef ik u dat ik een tijdelijke rol voor BZK zag weggelegd
om de start van het vervolgoverleg te stimuleren. Tussen oktober 2016 en februari
2017 hebben drie werksessies plaatsgevonden met het brede veld van bij het onderzoek
betrokken stakeholders. Het doel van de sessies was om te verkennen of er bij de partijen
inderdaad enthousiasme bestond om nauwer samen te werken op het terrein van de financiering
en ondersteuning van maatschappelijke initiatieven. En indien dit het geval was, om
concrete vervolgafspraken te maken voor de samenwerking. Aan de sessies hebben in
totaal ruim dertig partijen deelgenomen, uiteenlopend van mogelijke financiers – waaronder
banken, investeringsmaatschappijen, crowdfunders en (lokale) fondsen – tot stichtingen
die zich inzetten voor buurtinitiatieven en voor sociaal ondernemers, provincies en
gemeenten. De sessies zijn georganiseerd en begeleid door Twynstra Gudde – de auteurs
van het oorspronkelijke onderzoeksrapport – en financieel mogelijk gemaakt door, behalve
BZK, drie marktpartijen en vijf andere overheden.
Tijdens de sessies hebben de deelnemers concrete casus uit de praktijk met elkaar
uitgediept en hebben ze gekeken naar waar de financiering spaak liep en waar deze
juist wel tot stand kwam. En ze hebben met elkaar gesproken over onder andere het
bestaande financieel instrumentarium, het verbeteren van services en ondersteuning
voor maatschappelijke initiatieven, over impactmeting en over maatschappelijke «challenges».
Terugkijkend op de werksessies viel het volgende op. Om te beginnen hoezeer het onderwerp
– de financiering en ondersteuning van maatschappelijk initiatief – leeft. Er was
energie en partijen gaven er blijk van gemotiveerd te zijn om op dit terrein iets
te betekenen; ze wilden in ieder geval van elkaar leren en slimme verbindingen leggen.
Vervolgens viel op hoe gevarieerd de uitgangspunten en visies van de groep deelnemers
waren. Dat had een positieve kant: er was veel kennis aanwezig en er zaten mensen
met uiteenlopende invalshoeken aan tafel. Tegelijkertijd legde het ook de enorme variëteit
van taal, percepties en belangen bloot. Partijen verschilden van mening over waar
ze zich op wilden richten: landelijke versus regionale oplossingen, voornamelijk gefinancierd
door overheden of het accent op private investeringen, gericht op niet schaalbare
buurtinitiatieven versus de focus op sociale ondernemers, en aansluiten bij wat er
al is – juist omdat er al zoveel is – versus iets nieuws doen. En deels hadden ze
ieder voor zich ook nog geen antwoord op de vraag waar nu juist meerwaarde valt te
behalen in dit complexe onderwerp.
Dit heeft tot gevolg gehad dat er geen eenduidige strategie uit de sessies is gekomen.
Een breed makel- en schakel mechanisme voor de financiering van maatschappelijk initiatief,
dat niet primair door de overheid wordt gefinancierd, is voor nu niet haalbaar gebleken.
Hoe nu verder?
Er zijn waardevolle contacten gelegd. Een deel van de partijen overweegt onder de
noemer Actieplatform Maatschappelijke Impact Financiering (AMIF) verder te gaan. Zij
overwegen om een netwerk te vormen voor ontmoeting en leren, om op specifieke deelthema’s
te experimenteren met matchmaking tussen initiatieven en financiering/ondersteuning,
en om «challenges» te organiseren waarbij overheden burgers oproepen actief bij te
dragen aan maatschappelijke problemen door met een creatief businessmodel te komen.
Hoewel dat laatste zich meer richt op het creëren van nieuwe initiatieven, in plaats
van op het verbeteren van de financiering voor bestaande maatschappelijke initiatieven
– de vraag uit de oorspronkelijk motie – zal BZK deze pilots geïnteresseerd blijven
volgen en alert blijven op mogelijkheden die zich alsnog kunnen voordoen.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
R.H.A. Plasterk