Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2015-201634059 nr. C

34 059 Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht

34 138 Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie

C1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 oktober 2015

Inleiding

Overeenkomstig de toezegging van mijn ambtsvoorganger informeer ik de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal halfjaarlijks over de voortgang van het programma Kwaliteit en Innovatie rechtspraak van mijn Ministerie (KEI VenJ) en het programma KEI van de Rechtspraak (KEI Rechtspraak). De derde voorgangsrapportage ontvangt u hierbij. De eerdere voortgangsrapportages zijn in oktober 2014 en april 2015 aan uw Kamer verzonden.

Het programma KEI VenJ voorziet in de wetgeving die digitaal procederen in het civiele recht en het bestuursrecht mogelijk maakt. Deze wetgeving strekt er tevens toe het civiele procesrecht te vereenvoudigen. Voor professionele partijen wordt digitaal procederen verplicht gesteld. Binnen het programma KEI Rechtspraak wordt hiervoor de technische infrastructuur gerealiseerd en worden nieuwe procesreglementen opgesteld. Zowel bij de wijziging van de wetgeving als bij het traject naar digitalisering van de rechtsgang wordt nauw samengewerkt en afgestemd met betrokken partijen, zoals de verschillende rechtelijke colleges, de advocatuur, gerechtsdeurwaarders, bestuursorganen en burgers.

Voortgang wetgeving

De benodigde wetgeving bestaat uit vier afzonderlijke wetsvoorstellen. Twee wetsvoorstellen zijn reeds door de Tweede Kamer aangenomen en thans bij uw Kamer aanhangig. Dit betreft het voorstel tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Kamerstukken I, 2014/15, 34 059 nr. A) en het voorstel tot aanpassing van de civiele procedure in hoger beroep en cassatie (Kamerstukken I, 2014/15, 34 138, nr. A). Uw Kamer heeft over deze wetsvoorstellen een gezamenlijk voorlopig verslag uitgebracht. De memorie van antwoord wordt binnenkort aan uw Kamer gezonden.

Bij de Tweede Kamer is nog een invoeringswet aanhangig waarmee alle overige wetgeving wordt aangepast aan de terminologie van de twee hiervoor genoemde wetsvoorstellen (Kamerstukken II, 2014/15, 34 212 nr. 13). Naar aanleiding van het verslag dat de Tweede Kamer heeft uitgebracht en naar aanleiding van uit de rechtspraktijk ontvangen signalen, heb ik recent aan de Tweede Kamer met de nota naar aanleiding van het verslag een nota van wijziging gezonden. Na aanvaarding van dit wetsvoorstel door de Tweede Kamer kunnen de drie wetsvoorstellen gezamenlijk door de uw Kamer worden behandeld. Na aanvaarding kan, zoals aan de Tweede Kamer toegezegd, de inwerkingtreding na zes maanden na plaatsing in het Staatsblad starten.

Daarnaast is er nog een kleine invoeringsrijkswet aanhangig bij de Tweede Kamer, die Rijkswetgeving aanpast (Kamerstukken II 2014/15, 34 237 (R2054), nr. 13). Aan de beantwoording van het verslag dat de Tweede Kamer hierover recent heeft uitgebracht, wordt thans gewerkt.

Bij de Afdeling advisering van de Raad van State zijn in augustus twee ontwerpbesluiten ingediend voor advies:

  • een invoeringsbesluit, dat alle besluiten aanpast aan de nieuwe terminologie in het procesrecht.

  • het ontwerpbesluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht, waarin de voorwaarden voor het nieuwe digitale systeem van de rechterlijke instanties en de voorwaarden voor de rechtzoekende en diens procesvertegenwoordiger als gebruiker van het digitale systeem zijn opgenomen.

Voor beide besluiten is inmiddels het advies van de Afdeling ontvangen en dit leidt niet tot ingrijpende wijzigingen. De besluiten zullen in het Staatsblad gepubliceerd worden zodra de parlementaire behandeling van de eerste drie wetsvoorstellen KEI is afgerond.

Tot slot is een wijziging van het Besluit termijnen Rijkswet Cassatierechtspraak voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba in voorbereiding.

Het omvangrijke wetgevingstraject bevindt zich, zoals uit het voorgaande blijkt, in de eindfase. Ik streef ernaar dat de benodigde wet- en regelgeving zo spoedig mogelijk gereed is en hoop dat na aanvaarding van de wetgeving in 2016 een begin kan worden gemaakt met digitaal procederen volgens de nieuwe regels.

Voortgang bouw digitale systemen

KEI Rechtspraak is in opdracht van de Raad voor de rechtspraak (de Raad) belast met het (doen) ontwerpen van het nieuwe webportaal dat het digitaal procederen mogelijk moet maken, door aansluiting van ketenpartijen op dat webportaal dan wel aansluiting via een automatische systeemkoppeling.

De Raad heeft mij bericht dat de bouw van het systeem gestaag vordert. Voor het bestuursrecht is de bouw thans gericht op het vrijwillig digitaal procederen door asiel- en bewaringsadvocaten (bestuur 0.9). De pilot is in de afgelopen maanden uitgebreid met advocaten uit de arrondissementen Overijssel en Noord-Holland. Met ingang van 19 oktober is de pilot uitgebreid tot zeven rechtbanken en kunnen alle vreemdelingenadvocaten hun zaak digitaal indienen. De digitale zaak wordt vervolgens verdeeld over één van de zeven gerechten die digitaal werken: Amsterdam, Noord-Holland, Overijssel, Limburg, Zeeland-West-Brabant, Oost-Brabant en Noord-Nederland. Vanaf medio januari 2016 zullen naar verwachting van de Raad de overige vier gerechten kunnen worden aangesloten. Het daadwerkelijk door advocaten aanbrengen van zaken is belangrijk voor de verdere (uit)bouw van de systemen. De diverse bevindingen leiden tot aanpassingen en verduidelijking in het systeem.

Het portaal wordt naar aanleiding van de ervaringen tijdens de pilot verder doorontwikkeld. De Rechtspraak werkt er momenteel aan om het portaal gereed te hebben bij de inwerkingtreding van de wet. In de eerste fase zullen in asiel- en bewaringszaken en vorderingszaken met verplichte procesvertegenwoordiging rechtzoekenden en hun vertegenwoordigers door middel van het portaal digitaal kunnen communiceren met de rechter. De ervaringen van zowel rechters, andere rechtspraakmedewerkers en procespartijen en hun vertegenwoordigers, zullen vervolgens leiden tot aanvullingen en waar nodig aanpassingen ten behoeve van de volgende fasen van de inwerkingtreding.

Naar verwachting komt eind van dit jaar een oefenomgeving (clickable demo) van het portaal gereed, waarmee advocaten en deurwaarders de mogelijkheid wordt geboden om alvast ervaring met het portaal op te doen.

Ten behoeve van de realisatie van het Aansluitpunt rechtspraak (de automatische systeemkoppeling) werkt KEI Rechtspraak intensief samen met de advocatuur en deurwaarders. Een positieve ontwikkeling is dat hiertoe vanuit de advocatuur met brede steun een samenwerkingsverband in het leven is geroepen, onder de naam Silex. Voor de deurwaarders heeft KEI Rechtspraak goede gesprekspartners in de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders en de Stichting Netwerk Gerechtsdeurwaarders die de ICT-voorziening voor gerechtsdeurwaarders faciliteert. Recent zijn door KEI Rechtspraak de technische specificaties voor het aansluitpunt beschikbaar gesteld voor de eerste fase van de inwerkingtreding van de wetgeving. Op basis hiervan kunnen geïnteresseerde partijen daadwerkelijk hun systemen laten aanpassen om gebruik te kunnen maken van de systeemkoppeling. In het kader van genoemde samenwerking worden afspraken gemaakt over de planning in de realisatie van de systeemkoppeling.

Het civiele procesreglement voor de civiele release 1.0 is in concept gereed en wordt met inbreng van onder meer ketenpartijen nog nader verfijnd. Voor de volgende releases zal dit reglement via aanbouwbepalingen worden uitgebreid. De bestuursrechtelijke colleges zullen ten behoeve van de bestuursrechtelijke release 2.0 tot een gezamenlijke procesregeling te komen en hebben daarover werkafspraken gemaakt. Voor de asiel- en bewaringszaken is reeds ten behoeve van de pilot een procesreglement gereed gekomen.

De Afdeling bestuursrechtspraak en de Hoge Raad ontwikkelen ieder een eigen portaal dat in grote lijnen vergelijkbaar zal zijn met het portaal dat door KEI Rechtspraak wordt ontwikkeld. Net als KEI Rechtspraak toetsen de Afdeling bestuursrechtspraak en de Hoge Raad de ontwikkelingen bij zowel de interne gebruikers als bij de externe gebruikers, zoals advocaten. KEI Rechtspraak, de Afdeling bestuursrechtspraak en de Hoge Raad ontwikkelen tevens een automatische systeemkoppeling tussen de beide colleges enerzijds en de gerechten anderzijds voor het uitwisselen van dossiers indien hoger beroep of cassatie wordt ingesteld. Het systeem van de Afdeling bestuursrechtspraak is in de basis gereed voor digitale procesvoering en wordt verder verfijnd voor de inwerkingtreding van de eerste release. De bouw van het portaal voor de verwerking van civiele vorderingszaken door de Hoge Raad is ver gevorderd en zal naar verwachting nog dit jaar worden afgerond. De Hoge Raad werkt hierbij intensief samen met de Afdeling bestuursrechtspraak en de Raad voor de rechtspraak om de digitale toegankelijkheid, daar waar mogelijk, zo uniform mogelijk te maken.

Personeel en financiën

De Raad heeft aangegeven dat het de verwachting is dat door digitalisering van procesessen de griffies uiteindelijk met aanzienlijk minder personeel toe kunnen. Er wordt door alle gerechten geanticipeerd op deze ontwikkeling door veel te investeren in bewustwording en urgentie en medewerkers al zoveel mogelijk te faciliteren bij vrijwillige mobiliteit. Met de medezeggenschap en de bonden wordt gesproken over de wijze van reorganiseren, de condities waaronder (van werk naar werk) en de mobiliteitsorganisatie. De Raad verwacht dat hierover nog dit jaar concrete afspraken worden gemaakt.

De Raad heeft aangegeven dat zich in de kosten van het programma KEI Rechtspraak, zoals nader aangegeven in de eind 2014 herijkte business case, geen wezenlijke veranderingen hebben voorgedaan.

Implementatietermijn

Risico’s bij de implementatie van de digitalisering worden zo klein mogelijk gehouden door pas van start te gaan met digitale procesvoering als het digitale systeem goed en betrouwbaar werkt. Daarnaast zal de inwerkingtreding gefaseerd plaatsvinden en ook iedere volgende fase pas in werking treden als het digitale systeem goed en betrouwbaar werkt. Lopende zaken worden op de bestaande wijze en volgens het huidige procesrecht afgerond. Met de betrokken ketenpartijen is recent nog gesproken over de precieze invulling van de fasering door middel van golven binnen de drie fases. Draagvlak onder de ketenpartijen is gevonden voor het onderzoeken of de fasering in minder golven kan plaatsvinden. Iedereen is zich bewust van de noodzaak van een gefaseerde invoering. De ketenpartijen vragen evenwel om een fasering die tot zo min mogelijk belasting voor hun eigen werkprocessen leidt. KEI Rechtspraak onderzoekt momenteel of een beperktere fasering mogelijk is.

Zowel de vereiste wet- en regelgeving als de bouw van het digitale systeem vorderen gestaag. De rechtspraak en de juridische praktijk bereiden zich intensief voor op een geheel nieuwe wijze van procederen. Op diverse manieren wordt in de rechtspraktijk aandacht besteed aan de komende ontwikkelingen. Ik hoop dat een verantwoorde stap naar digitaal procederen ook daadwerkelijk spoedig gemaakt kan worden.

Ik ben graag bereid in het wetgevingsproces nadere vragen vanuit uw Kamer te beantwoorden.

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur


X Noot
1

Letter C heeft alleen betrekking op wetsvoorstel 34 059.