Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634052 nr. 24

34 052 Goedkeuring van het voornemen tot opzegging van het op 14 februari 1972 te Rabat tot stand gekomen Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko (Trb. 1972, 34), en het op 3 november 1972 te Rabat tot stand gekomen Administratief Akkoord betreffende de wijze van toepassing van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko (Trb. 1973, 130)

Nr. 24 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 juni 2016

Tijdens de Regeling van werkzaamheden van 7 juni 2016 (Handelingen II 2015/16, nr. 92, Regeling van werkzaamheden) en in de brief van de Vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 juni 2016 heeft u verzocht om een vervolgbrief over het met Marokko gesloten akkoord1 inzake de aanpassing van het bilaterale socialezekerheidsverdrag tussen beide landen. Hierbij voldoe ik mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken aan dit verzoek.

Verdrag en Akkoord

De leden van de VVD-fractie vragen wat er gebeurt als het Marokkaanse parlement de verdragswijziging niet ratificeert. Tevens vragen deze leden wat er met de wet tot opzegging van het verdrag gebeurt en of deze wordt aangehouden. Tot slot vragen deze leden welke afspraken hierover zijn gemaakt en of hierover iets staat in het Protocol of de aanvullende overeenkomst. De leden van de SGP-fractie vragen in hoeverre de mogelijkheid bestaat dat Marokko opnieuw de gemaakte afspraken ter discussie stelt. Tevens vragen deze leden of bevestigd kan worden dat de wet tot opzegging van het verdrag pas wordt ingetrokken nadat de noodzakelijke constitutionele procedures in beide landen zijn afgerond.

Nederland en Marokko hebben met het akkoord over wijziging van het bilaterale socialezekerheidsverdrag een pagina omgeslagen en kijken vol vertrouwen naar het continueren en versterken van de samenwerking tussen beide landen. Ik heb nu geen reden om aan te nemen dat het Marokkaanse parlement niet zou kunnen instemmen met de verdragswijziging. Ik vind het dan ook niet opportuun om vooruit te lopen op de situatie die zich zou kunnen voordoen als de Marokkaanse regering het verdrag niet zou ratificeren. Mocht deze situatie zich onverhoopt toch voordoen dan zal ik hierover in overleg treden met beide Kamers.

Ten aanzien van de Wet tot goedkeuring van opzegging van het verdrag met Marokko geldt het volgende. De wet machtigt de regering om het bilaterale socialezekerheidsverdrag met Marokko op te zeggen. Nu beide landen een akkoord hebben bereikt over aanpassing van het verdrag is er geen reden meer om van de machtiging gebruik te maken. Het verdrag wordt dan ook niet opgezegd. Ik kan bevestigen dat nadat beide landen het verdrag hebben geratificeerd, een wetsvoorstel tot intrekking van de opzeggingswet aan het parlement zal worden voorgelegd. Voorts kan ik u berichten dat ten aanzien van de opzeggingswet op generlei wijze afspraken zijn gemaakt met de Marokkaanse autoriteiten.

De leden van de CDA-fractie vragen wat er gebeurt als één van de parlementen niet akkoord gaat, zij vragen of het verdrag dan al opgezegd is en of de voorlopige toepassing dan vervalt.

Het verdrag uit 1972 en het bijbehorende Administratief Akkoord gelden op dit moment en zullen, op grond van de voorlopige toepassing van de wijzigingsverdragen, per 1 oktober 2016 in gewijzigde vorm worden toegepast. Als een parlement niet akkoord gaat met de wijzigingsverdragen, zal de betreffende partij de wijzigingsverdragen niet kunnen ratificeren en zullen die verdragen niet definitief in werking kunnen treden. Het verdrag uit 1972 is daarmee niet automatisch opgezegd; mocht daartoe besloten worden dan zal een nota moeten worden verstuurd naar de wederpartij, in overeenstemming met de voorwaarden voor opzegging in het verdrag. Een partij kan, nadat het parlement de wijzigingsverdragen heeft afgewezen, een kennisgeving aan de andere partij sturen waarin wordt aangegeven dat ratificatie uit zal blijven. Dit brengt met zich mee dat de voorlopige toepassing wordt beëindigd. Mocht een dergelijke situatie zich onverhoopt voordoen dan zal ik hierover in overleg treden met beide Kamers.

Ook vragen de leden van de CDA-fractie of de Kamer kan worden voorzien van een Nederlandse vertaling van de verdragen en waarom de verdragen alleen in het Frans zijn opgesteld. Vervolgens vragen deze leden of de Minister een toelichtende nota aan het parlement kan doen toekomen.

De vertalingen worden opgesteld en zullen zo spoedig mogelijk worden gepubliceerd in het Tractatenblad. De verdragen zijn alleen in het Frans opgesteld omdat de oorspronkelijke verdragen die gewijzigd dienden te worden ook alleen in het Frans opgesteld waren. Het wetsvoorstel tot goedkeuring van de wijzigingsverdragen zal, naar verwachting dit najaar, vergezeld van een memorie van toelichting, aan het parlement worden voorgelegd. Dit nadat de Raad van State advies over de wijzigingsverdragen heeft uitgebracht.

De leden van de SGP-fractie vragen waarom delen van artikel I, onderdeel A, punt 5, en onderdeel B, punt 4, van het Protocol niet voorlopig wordt toegepast.

De betreffende artikelen worden wel voorlopig toegepast. Dit gebeurt echter pas vanaf 1 januari 2021. Ook als het Protocol voor die datum in werking is getreden, zullen die delen van het Protocol toegepast worden vanaf 1 januari 2021. De artikelen hangen samen met stopzetting van export kinderbijslag en beëindiging werelddekking. Beide maatregelen gaan pas in op 1 januari 2021. Om deze reden gaat de voorlopige toepassing ook pas in per die datum.

De leden van de SGP-fractie vragen in hoeverre de verdragsluitende staten gebonden zijn voor ondertekening van het Protocol.

De verdragsluitende staten hebben zich door ondertekening van het Protocol op 4 juni 2016 verbonden om het Protocol voorlopig toe te passen per 1 oktober 2016. Zoals eerder aangegeven dienen parlementen in beide landen in te stemmen met het Protocol, alvorens dit geratificeerd kan worden.

Communicatie

De leden van de PvdA vragen hoe mensen die rechten ontlenen aan het Verdrag met Marokko geïnformeerd worden over de actuele stand van zaken dat het verdrag wordt gewijzigd in plaats van opgezegd.

Het akkoord met Marokko is van toepassing op de AKW, de Anw, WKB, de WGA-vervolguitkering en de TW. De uitvoering van deze uitkeringen is belegd bij Sociale Verzekeringsbank (SVB), het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en de Belastingdienst. Ten tijde van het bekend maken van het gesloten akkoord zijn tevens Marokkaanse belangenorganisaties in Nederland geïnformeerd. Onderstaand is weergegeven hoe SVB, UWV en de Belastingdienst rechthebbenden zullen informeren.

De SVB heeft op haar website een nieuwsbericht geplaatst waarin uitleg gegeven wordt over het bereikte akkoord. AKW-klanten en Anw-klanten die onder de overgangsregeling vallen, krijgen hiernaast een bericht zodat zij zijn geïnformeerd over hun rechten.

Het Bureau Sociale Zaken in Marokko heeft inmiddels op de website van de ambassade en op sociale media uitleg gegeven over het akkoord. Daarnaast heeft het Bureau relevante betrokkenen (o.a. het Marokkaanse verbindingsorgaan Nationale Fonds voor Sociale Zekerheid, de Stichting Steunpunt Remigranten) geïnformeerd over de op handen zijnde veranderingen via informatiebulletins. Deze bulletins worden ook actief aan klanten overhandigd tijdens spreekuren op het Bureau of op locatie in Marokko.

De Belastingdienst zal de informatie over het gewijzigde verdrag zo spoedig mogelijk op haar website publiceren met een duidelijke uitleg wat er gaat veranderen en voor wie. Ook de doelgroep die gaat verhuizen naar Marokko na 1 oktober 2016 wordt op deze wijze geïnformeerd. Wanneer zij een nieuwe beschikking ontvangen door een verhuismelding, worden ze naar de website verwezen voor meer informatie over hun gewijzigde beschikking. Alle bestaande klanten die behoren tot de doelgroep ontvangen van de SVB een brief over dit akkoord. Hierin worden zowel de gevolgen voor de kinderbijslag als het kindgebonden budget genoemd.

Daarnaast zal de informatie op de zogenaamde «jaarovergang pagina» van de Belastingdienst worden geplaatst. Deze pagina komt rond november op de website en informeert de burger over de alle wijzigingen met betrekking tot toeslagen in het nieuwe jaar. In uitingen die Belastingdienst/Toeslagen rond die periode verspreidt, wordt hiernaar verwezen.

Ook UWV zal de informatie over het gewijzigde verdrag zo spoedig mogelijk op zijn website publiceren met duidelijke uitleg over wat er verandert en voor wie. Het gesloten akkoord heeft gevolgen voor mensen die een WGA-uitkering gaan ontvangen en die besluiten om op of na 1 oktober 2016 naar Marokko te verhuizen of die reeds in Marokko wonen en op of na 1 oktober 2016 recht krijgen op een WGA-vervolguitkering. Het UWV zal betrokken uitkeringsgerechtigden tijdig informeren.

Cijfers

De leden van de CDA-fractie vragen aan te geven hoe hoog de levenslange uitkering is van iemand die in Marokko woont en op 1 november 2016 voor het eerst recht heeft op een Anw-uitkering indien:

  • A. Het huidige verdrag is opgezegd en niet langer geldig is;

  • B. Het verdrag nog wel geldig zou zijn;

  • C. Het voorliggende protocol geldig is.

Indien de opzegging doorgang zou hebben gehad, dan zou het verdrag per 1 juli 2016 opgezegd zijn en per 1 januari 2017 buiten werking zijn getreden. Voor de beantwoording van deze vraag wordt uitgegaan van de fictieve situatie dat het verdrag op 1 november 2016 reeds buiten werking zou zijn getreden.

  • A. Als het huidige verdrag niet meer in werking zou zijn per 1 november 2016 zal er geen sprake meer zijn van nieuwe export van Anw-uitkeringen. Er is dan ook geen recht op een Anw-uitkering voor een belanghebbende per 1 november 2016 die woonachtig is in of gaat verhuizen naar Marokko.

  • B. Het huidige verdrag staat toepassing van het woonlandbeginsel op een Anw-uitkering van een gerechtigde in Marokko niet toe. Iemand die in Marokko voor het eerst recht heeft op een Anw-uitkering per 1 november 2016 zou onder het huidige verdrag een bedrag van circa € 1.167 bruto ontvangen.

  • C. De hoogte van het bedrag waarop iemand in Marokko die voor het eerst recht heeft op een Anw-uitkering per 1 november 2016, onder voorlopige toepassing van het overeengekomen protocol, is onderhevig aan een korting van 10%. De uitkering komt uit op bruto circa € 1.050.

Hierbij dient nog opgemerkt te worden dat een Anw-uitkering niet levenslang is. Het recht stopt in ieder geval indien de gerechtigde de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt of niet meer voldoet aan de overige voorwaarden voor het recht op uitkering. De Anw-uitkering wordt twee keer per jaar geïndexeerd. Bovenstaande bedragen zijn de bedragen per 1 januari 2016 en gaan uit van een volledige uitkering.

Voorts vragen de leden van het CDA aan te geven hoe hoog de levenslange WGA 80–100% uitkering is, van iemand die op 1 november 2016 voor het eerst recht krijgt op die uitkering in Marokko (referentie-inkomen: Modaal) indien:

  • A. Het huidige verdrag is opgezegd en niet langer geldig is;

  • B. Het verdrag nog wel geldig zou zijn;

  • C. Het voorliggende protocol geldig is.

Ook bij het antwoord op deze vraag wordt uitgegaan van de fictieve situatie dat het verdrag op 1 november 2016 reeds buiten werking zou zijn getreden.

Binnen de WIA zijn twee uitkeringen gericht op personen die volledig arbeidsongeschikt zijn. Ten eerste gaat het om de groep WGA 80–100% die niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt zijn (er is kans op herstel). Zij ontvangen na de loongerelateerde WGA-uitkering een WGA-loonaanvullingsuitkering die dezelfde hoogte heeft als de loongerelateerde uitkering en die na twee maanden 70% (van het maandloon- inkomen) bedraagt2. Bij een maandloon van 2.000 euro bedraagt de loongerelateerde uitkering na twee maanden 1.400 euro.

Ten tweede gaat het om de IVA uitkering voor gerechtigden die duurzaam volledig arbeidsongeschikt zijn. De hoogte van de IVA-uitkering is 75% van het maandloon. Bij een maandloon van 2.000 euro bedraagt een IVA-uitkering 1.500 euro.

De WGA-loonaanvullingsuitkering is in beginsel niet levenslang. De IVA-uitkering loopt door tot aan de pensioengerechtigde leeftijd.

  • A. Als het huidige verdrag niet meer in werking is per 1 november 2016, zal er geen sprake zijn van nieuwe export van IVA-uitkeringen en WGA-uitkeringen. Er is dan ook geen nieuw recht op een uitkering voor een belanghebbende die per 1 november 2016 woont of verhuist naar Marokko.

  • B. Op basis van het huidige verdrag wordt een WIA-uitkering geëxporteerd. Er is geen sprake van toepassing van het woonlandbeginsel. De regering past het woonlandbeginsel namelijk niet toe op de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die qua hoogte gebaseerd zijn op het dagloon, waaronder de IVA-uitkering de loongerelateerde WGA-uitkering en een WGA-loonaanvullingsuitkering.

    De loongerelateerde uitkering blijft 1.400 euro, de IVA-uitkering blijft 1.500 euro.

  • C. Het voorliggende protocol brengt geen wijziging met zich mee ten aanzien van de IVA-uitkering, de loongerelateerde WGA-uitkering en een WGA-loonaanvullingsuitkering. De loongerelateerde uitkering blijft 1.400 euro, de IVA-uitkering blijft 1.500 euro. Wie 80% of meer arbeidsongeschikt is, krijgt geen vervolguitkering.

Ook vragen de leden van de CDA-fractie om aan te geven hoe hoog de levenslange WGA 35% uitkering is van iemand die op 1 november 2016 voor het eerst recht krijgt op die uitkering in Marokko en wellicht nog recht heeft op een toeslagenwetuitkering (referentie-inkomen: minimumloon) indien:

  • A. Het huidige verdrag is opgezegd en niet langer geldig is;

  • B. Het verdrag nog wel geldig zou zijn;

  • C. Het voorliggende protocol geldig is.

Ook bij het antwoord op deze vraag wordt uitgegaan van de fictieve situatie dat het verdrag op 1 november 2016 reeds buiten werking zou zijn getreden. Binnen de WGA zijn er drie soorten uitkeringen. De eerste twee uitkeringen zijn de loongerelateerde WGA-uitkering en de loonaanvullingsuitkering die zijn gebaseerd op het dagloon van de werknemer. Op die uitkeringen wordt geen woonlandbeginsel toegepast en heeft aanpassing van het verdrag geen effect. De derde uitkering is de vervolguitkering WGA voor de werknemer die 35% tot 80% arbeidsongeschikt is en die niet voldoende werkt. Die WGA-vervolguitkering is een percentage van het wettelijk minimumloon of van het dagloon als dat lager is. Op die WGA-vervolguitkering kan, indien het verdrag daaraan niet in de weg staat, bij export het woonlandbeginsel worden toegepast.

  • A. Als het huidige verdrag buiten werking is getreden, zal er geen sprake zijn van export van de WGA 35% uitkeringen. Er is dan ook geen recht op een uitkering voor een belanghebbende per 1 november 2016 die gaat verhuizen naar Marokko. Hetzelfde geldt voor de toeslag op grond van de Toeslagenwet.

  • B. Het huidige verdrag staat toepassing van het woonlandbeginsel op de WGA-vervolguitkering van een gerechtigde in Marokko niet toe. De hoogte van de uitkering is afhankelijk van het arbeidsongeschiktheidspercentage. Bij een arbeidsgeschiktheidspercentage van bijvoorbeeld 35%-45% bedraagt de uitkering 28% van het wettelijk minimumloon of het lagere loon.

    De WGA uitkering voor iemand met een arbeidsongschiktheidspercentage van 35% tot 45% zou uitkomen op een bedrag van circa € 4303. Uitgaande van een leefsituatie van alleenstaande in de leeftijdcategorie van 23 jaar en ouder, zou belanghebbende een TW aanvulling krijgen van circa € 722. In totaal ontvangt belanghebbende circa € 1.152.4

  • C. Als het voorliggende protocol geldig is, zal de WGA-vervolguitkering 35% uitkering met 10% worden verminderd (bij recht op een vervolguitkering per 1 november 2016). De uitkering komt dan op circa € 387 per maand. Er is recht op een aanvulling op basis van de TW. Deze aanvulling wordt met ingang van 1 oktober 2016 (per 1 november 2016 in dit voorbeeld) tevens met 10% verminderd. De aanvulling bedraagt circa € 650. In totaal ontvangt belanghebbende circa € 1.037.5

Voorts vragen de leden van de CDA-fractie aan te geven hoe hoog de kinderbijslag uitkering is van een net geboren baby voor wie vanaf 1 november 2016 voor het eerst recht bestaat op kinderbijslag in Marokko indien:

  • A. Het huidige verdrag is opgezegd en niet langer geldig is;

  • B. Het verdrag nog wel geldig zou zijn;

  • C. Het voorliggende protocol geldig is.

  • A. Ook bij het antwoord op deze vraag wordt uitgegaan van de fictieve situatie dat het verdrag op 1 november 2016 reeds buiten werking zou zijn getreden. Als het huidige verdrag niet meer in werking zou zijn per 1 november 2016 zal er geen sprake meer zijn van nieuwe export van kinderbijslag. Er is dan ook geen recht op kinderbijslag voor een belanghebbende per 1 november 2016 die woonachtig is in of gaat verhuizen naar Marokko.

  • B. Voor een kind geboren op 1 november 2016, gaat het recht op AKW in op 1 januari 2017. De hoogte van de kinderbijslag voor een kind dat woont in Marokko en waarvan het recht ingaat per 1 januari 2017 is € 197,67 per kwartaal (uitgaande van het bedrag voor een kind onder de 5 jaar voor het eerste halfjaar 2016). Het huidige verdrag staat toepassing van de woonlandfactor op kinderbijslag niet toe.

  • C. Voor een kind geboren op 1 november 2016, gaat het recht op AKW in op 1 januari 2017. Het bedrag van de kinderbijslag voor een kind dat woont in Marokko en waarvan het recht ingaat per 1 januari 2017 is onder voorlopige toepassing van het overeengekomen protocol onderhevig aan een korting van 10%. Hiermee wordt het bedrag € 177,90 per kind (uitgaande van het bedrag voor een kind onder de 5 jaar voor het eerste halfjaar 2016).

De leden van de CDA-fractie vragen of de Minister een lijst kan geven van alle mogelijk sociale zekerheidsuitkeringen (werknemersverzekering, toeslagen, bijstand et cetera.) en per uitkering precies aangeven hoeveel de verlaging op welk moment is voor iemand in Marokko.

De uitkeringen AKW, de Anw, WKB, de WGA-vervolguitkering, de Toeslagenwet (TW) en de AOW worden buiten de EU geëxporteerd. De wijzigingen op grond van het nieuwe akkoord met Marokko hebben betrekking op de uitkeringen AKW, de Anw, WKB, de WGA-vervolguitkering en de TW. In de onderstaande tabel is per uitkering aangegeven hoeveel de verlaging voor een gerechtigde woonachtig in Marokko op welk moment is.

Het nieuwe akkoord leidt niet aanpassingen voor de export van de AOW. De AOW is daarom in onderstaande tabel niet opgenomen. Voor de WGA-vervolguitkering en de Anw-uitkering is het kortingspercentage 10% ten opzichte van het bedrag dat in Nederland betaald wordt voor rechthebbenden die wonen in Marokko en die recht hebben op of na 1 oktober 2016 voor de gehele duur van het recht.

De aanvulling op de WGA-vervolguitkering op basis van de TW wordt vanaf 1 oktober 2016 verminderd met 10% t.o.v. het bedrag dat betaald wordt in Nederland voor de gehele duur van het recht. In de periode van 1 januari 2017 t/m 31 december 2017 is het verminderingsspercentage 20%, in de periode van 1 januari 2018 t/m 31 december 2018 is het 30% en in de periode vanaf 1 januari 2019 en daaropvolgende jaren is het 40% t.o.v. het bedrag dat betaald wordt in Nederland voor de gehele duur van het recht. De hoogte van de toeslag hangt af van het inkomen van belanghebbende en het sociaal minimum dat geldt (afhankelijk van leefsituatie en leeftijd).

Toepassing sociale zekerheidsverdrag Marokko op sociale zekerheidsuitkeringen van gerechtigde in Marokko

Soort uitkering

Ontstaan van het recht per

 

Vóór 1-10-2016

Op of na 1-10-2016 t/m 31-12-2016

1-1-2017 t/m 31-12-2017

1-1-2018 t/m 31-12-2018

Vanaf 1-1-2019

Anw

Gelijk met Nederlandse uitkering

– 10% t.o.v. Nederlandse uitkering

– 10% t.o.v. Nederlandse uitkering

– 10% t.o.v. Nederlandse uitkering

– 10% t.o.v. Nederlandse uitkering

WGA-vervolguitkering

Gelijk met Nederlandse uitkering

– 10% t.o.v. Nederlandse uitkering

– 10% t.o.v. Nederlandse uitkering

– 10% t.o.v. Nederlandse uitkering

– 10% t.o.v. Nederlandse uitkering

TW

Gelijk met Nederlandse uitkering

– 10% t.o.v. Nederlandse uitkering

– 20% t.o.v. Nederlandse uitkering

– 30% t.o.v. Nederlandse uitkering

– 40% t.o.v. Nederlandse uitkering

Ten aanzien van de Kinderbijslag geldt het volgende:

  • Het recht op kinderbijslag voor kinderen die wonen in Marokko en waarvoor het recht ingaat in de periode gelegen tussen 2 oktober 2016 tot en met 1 januari 2017 wordt gekort met 10% over de hele periode waarover recht bestaat.

  • Het recht op kinderbijslag voor kinderen die wonen in Marokko en waarvoor het recht ingaat in de periode gelegen tussen 2 januari 2017 tot en met1 januari 2018 wordt gekort met 20% over de hele periode waarover recht bestaat.

  • Het recht op kinderbijslag voor kinderen die wonen in Marokko en waarvoor het recht ingaat in de periode gelegen tussen 2 januari 2018 tot en met 1 januari 2019 wordt gekort met 30% over de hele periode waarover recht bestaat.

  • Het recht op kinderbijslag voor kinderen die wonen in Marokko en waarvoor het recht ingaat in de periode gelegen tussen 2 januari 2019 tot en met 1 januari 2021 wordt gekort met 40% over de hele periode waarover recht bestaat.

  • Er ontstaat geen recht op kinderbijslag voor kinderen die wonen in Marokko en waarvoor het recht zou ingaan in de periode gelegen op of na 2 januari 2021.

Werelddekking Zorgverzekeringswet

De leden van de CDA-fractie vragen waarom de regering aan de ene kant een wet voorlegt aan het parlement die de werelddekking onder de zorgverzekeringswet beperkt en zij in dit verdrag de clausule zet dat de werelddekking van de zorgverzekeringswet weer van toepassing wordt op Marokko, zodat iedereen met een Nederlandse zorgverzekeringswet-verzekering die Marokko bezoekt, toch gedekt wordt voor ziektekosten.

In het huidige verdrag tussen Nederland en Marokko is een recht op zorg bij tijdelijk verblijf opgenomen. Zorg bij een tijdelijk verblijf die in verdragslanden wordt ingeroepen, kan zowel worden vergoed op basis van de Zorgverzekeringswet (Zvw) als op basis van het verdrag. Om de beperking van de werelddekking volledig te kunnen doorvoeren moet deze dus zowel uit de Zvw, als uit de verdragen worden geschrapt. Het verdragsrecht op zorg in Marokko wordt beëindigd met het gesloten akkoord. Met Marokko is bij de onderhandelingen overeengekomen dat het recht op zorg bij tijdelijk verblijf beëindigd wordt per 1 januari 2021. Tot die datum blijft voor alle verzekerden een verdragsrecht op zorg bestaan.

De leden van de CDA-fractie vragen voorts hoeveel de dekking voor de zorgverzekeringswet per jaar bedraagt en willen weten wat dat betekent voor de geraamde besparingen door de wet die de werelddekking ZVW beperkt.

De ingeboekte besparing van de beëindiging van de werelddekking in de Zvw van in totaal € 60 miljoen per 2017 is voor een deel afhankelijk van het proces van verdragsaanpassingen. Ten aanzien van Marokko wordt, wat de kosten van spoedeisende zorg bij tijdelijk verblijf betreft, rekening gehouden met een besparingsverlies van circa € 5 miljoen op jaarbasis tot 1 januari 2021.

Rol van de heer Ahmed Aboutaleb

De Groep Kuzu/Öztürk vraagt of de Minister bekend is met de tweet van Lodewijk Asscher «Akkoord met Marokko over uitkeringsverdrag! Eind goed al goed. En dank aan Ahmed Aboutaleb voor zijn hulp.»

Ja

De leden van de Groep Kuzu/Öztürk vragen hoe de hulp van de heer Aboutaleb bij de totstandkoming van het akkoord tot stand is gekomen en door wie en via welke kanalen hij benaderd is. Tevens vragen deze leden of de heer Aboutaleb zijn hulp zelf heeft aangeboden aan de Nederlandse regering en waarom de heer Aboutaleb de mogelijkheid heeft gekregen om de Nederlandse regering bij te staan inzake het gesloten akkoord. Voorts vragen deze leden wat de precieze rol van de heer Aboutaleb in het kader van zijn hulp in het proces van de totstandkoming van het nieuwe akkoord was en of de Minister-President op de hoogte was van deze rol.

Op 19 januari 2016 is bij de behandeling van de opzeggingswet de motie Van Weyenberg en Yücel aangenomen. Daarin wordt de regering verzocht zich te blijven inzetten om in overleg met Marokko alsnog op korte termijn tot een akkoord over wijziging van het bilaterale socialezekerheidsverdrag te komen. Tijdens de wetsbehandeling is toegezegd ernaar te streven om alsnog een akkoord te bereiken. Dit in lijn met het standpunt dat ik altijd uitgedragen heb dat een aangepast verdrag onze voorkeur geniet boven het opzeggen van het verdrag. In dat kader is de heer Aboutaleb medio maart 2016 gevraagd om op de achtergrond een informeel adviserende en bemiddelende rol te spelen. De heer Aboutaleb was bereid deze rol op zich te nemen. Zijn bemiddeling heeft met name bijgedragen aan het creëren van begrip aan Marokkaanse zijde voor het Nederlandse standpunt en vice versa. Dit heeft er mede toe bijgedragen dat Nederland en Marokko nu een akkoord hebben gesloten over aanpassing van het verdrag. De bemiddeling door de heer Aboutaleb is niet besproken met de Minister-President.

De leden van de Groep Kuzu/Öztürk vragen voorts of de heer Aboutaleb de regering ooit heeft bijgestaan in andere dossiers die betrekking hebben op de relatie tussen Nederland en Marokko en of de heer Aboutaleb de Nederlandse regering in de toekomst gaat bijstaan en zo ja met betrekking tot welke dossiers. Dit was de eerste keer dat de heer Aboutaleb na zijn staatssecretarisschap een betrokkenheid van deze aard had bij een kwestie tussen Nederland en Marokko.

De betrokkenheid van de heer Aboutaleb bij gesprekken ten aanzien van het sociale zekerheidsverdrag was in principe eenmalig en had te maken met de bijzondere omstandigheden. Als daar aanleiding toe is, zet de Nederlandse regering graag personen in uit bedrijfsleven, openbaar bestuur of anderszins, die een positieve bijdrage kunnen leveren aan het behalen van een voor Nederland gunstig resultaat. Zo is dat ook hier gedaan.

De leden van de Groep Kuzu/Öztürk vragen of een overzicht gegeven kan worden van de uitvoerende handelingen, data en locaties met betrekking tot de activiteiten van de heer Aboutaleb in het kader van het verdrag met Marokko. Voorts vragen deze leden zich af of een overzicht kan worden gegeven van de personen die de heer Aboutaleb in dit kader gesproken heeft, of er gespreksverslagen zijn en of deze gedeeld kunnen worden met de Kamer en zo niet waarom niet. Tevens vragen deze leden of de heer Aboutaleb stukken gezien heeft die niet gedeeld zijn met de Kamer en zo ja of deze stukken alsnog gedeeld kunnen worden met de Kamer en zo niet, waarom niet. Daarnaast vragen deze leden of de heer Aboutaleb enige vorm van beloning heeft ontvangen. Tevens vragen deze leden welke kosten de hulp van de heer Aboutaleb met zich mee heeft gebracht.

Zoals eerder aangegeven, heeft de heer Aboutaleb op de achtergrond een informeel adviserende en bemiddelende rol gespeeld. In dat kader heeft de heer Aboutaleb gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de Marokkaanse regering, de Marokkaanse diplomatieke vertegenwoordiging in Den Haag en beide onderhandelingsteams. Eveneens in dat kader heeft de heer Aboutaleb kennis genomen van conceptteksten met wensen van partijen in de onderhandelingen. De handelingen die de heer Aboutaleb in dit kader heeft verricht en de gesprekken die hij heeft gevoerd, zijn relevant voor de betrekkingen met Marokko. Het (eenzijdig) delen van informatie die ook betrekking heeft op een andere staat kan het onderlinge vertrouwen en de bilaterale betrekkingen schaden. De regering voelt zich dan ook niet vrij om deze informatie te verstrekken. Wel kan ik u berichten dat de heer Aboutaleb op generlei wijze een beloning voor zijn diensten heeft ontvangen, noch is er sprake geweest van enige vorm van vergoeding voor onkosten, verblijfskosten of reiskosten.

De leden van de Groep Kuzu/Öztürk vragen of de heer Aboutaleb de Nederlandse regering al eerder heeft bijgestaan in het onderhandelingsproces met betrekking tot het socialezekerheidsverdrag tussen Nederland en Marokko. Voorts vragen deze leden welke andere bewindspersonen, ambtsdragers, politici en personen van belang door de jaren heen betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van het akkoord. Tot slot vragen deze leden of de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nog steeds achter de woorden staat die de Minister uitte in het algemeen overleg over SUWI-onderwerpen (27 november 2015) waarin gesteld werd: «Het is ook niet zo dat er anderen dan ik en mijn mensen betrokken zijn geweest aan Nederlandse kant. Wij hebben het zelf gedaan.»

De heer Aboutaleb heeft vóór de eerder genoemde datum van medio maart 2016 de regering niet bijgestaan in het onderhandelingsproces. Bij de totstandkoming van het akkoord zijn in de afgelopen jaren de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Buitenlandse Zaken (BZ) betrokken geweest. Voorts zijn ambtenaren van de Ministeries van SZW, BZ en Volksgezondheid, Welzijn en Sport betrokken geweest. Ik sta dan ook nog steeds achter de woorden zoals geuit tijdens het algemeen overleg op 27 november 2015.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


X Noot
1

Kamerstuk 34 052, nr. 23

X Noot
2

Maandloon= dagloon x 21,75, waarbij het dagloon wordt berekend volgens het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen.

X Noot
3

1537,20 x 28% = 430, 42 euro.

X Noot
4

Mits het voorgaande loon hoger is dan dit bedrag. Op grond van artikel 8a van de Toeslagenwet wordt de toeslag voor een alleenstaande gemaximeerd op het verschil tussen het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, en de loondervingsuitkering, indien het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, lager is dan 70% van het minimumloon.

X Noot
5

Zie voetnoot 3.