Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201534036 nr. 12

34 036 Wijziging van enkele belastingwetten en enkele andere wetten ten behoeve van het vervangen van de Verklaring arbeidsrelatie door de Beschikking geen loonheffingen (Wet invoering Beschikking geen loonheffingen)

Nr. 12 NADER RAPPORT

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt / uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 26, vijfde lid, van de Wet op de Raad van State)

Hieronder is opgenomen het nader rapport d.d. 13 mei 2015, aangeboden aan de Koning door de Staatssecretaris van Financiën.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 20 april 2015, nr. 2014001162, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde ontwerp rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 29 april 2015, nr. W06.15.0121/III, bied ik U hierbij aan.

Het kabinet is de Afdeling erkentelijk voor de voortvarendheid waarmee het advies inzake het bovenvermelde ontwerp is uitgebracht.

Het ontwerp geeft de Afdeling geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.

Van de gelegenheid is gebruikgemaakt om de wijziging van artikel 5a, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 aan te vullen. Dit artikel betreft de zogenoemde artiestenregeling. De huidige tekst van dit artikel bepaalt dat de artiestenregeling onder meer niet geldt voor bepaalde groepen artiesten die beschikken over een Verklaring arbeidsrelatie (VAR). Ingevolge het ontwerp van de nota van wijziging dat aan de Afdeling is voorgelegd, vervalt in genoemd artikel 5a, eerste lid, het onderdeel dat betrekking heeft op de VAR in verband met de omstandigheid dat wordt voorgesteld de VAR af te schaffen. Bij nader inzien is het wenselijk om naast het schrappen van genoemd onderdeel ook een onderdeel toe te voegen, waarin een delegatiegrondslag wordt opgenomen op grond waarvan weer bepaalde groepen artiesten buiten het bereik van de artiestenregeling kunnen worden gebracht. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de paragraaf »Gevolgen voor de fictieve dienstbetrekkingen en de artiestenregeling» in de toelichting bij de nota van wijziging.

Verder zijn enkele redactionele wijzigingen in de toelichting aangebracht.

Ik moge U verzoeken in te stemmen met toezending van de gewijzigde nota van wijziging en de gewijzigde toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

De Staatssecretaris van Financiën, E.D. Wiebes