Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201534028 nr. 4

34 028 Verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven

Nr. 4 VERSLAG OVER HET VERZOEKSCHRIFT1 VAN H.E.N. TE A.2 BETREFFENDE HERZIENING AANSLAGEN INKOMSTENBELASTING EN PREMIES VOLKSVERZEKERINGEN IN VERBAND MET NABETALING WUV-UITKERING

Vastgesteld 11 december 2014

Klacht

Verzoeker beklaagt zich erover dat zijn verzoek om een nabetaling van een uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (Wuv) over de periode 2005–2010 alsnog toe te rekenen aan de jaren waarop de uitkering betrekking heeft, door de opgelegde aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over genoemde periode te herzien, door de Belastingdienst is afgewezen.

Naar aanleiding van deze klacht heeft de Staatssecretaris van Financiën inlichtingen verstrekt aan de commissie.

Feiten

Verzoeker ontvangt in 2012 een nabetaling van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Het betreft een Wuv-uitkering over de jaren 2005–2010. Verzoeker vraagt de Belastingdienst in 2013 de opgelegde aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de betreffende periode te herzien door de Wuv-uitkering toe te rekenen aan de jaren waarop de uitkering betrekking heeft. De bezwaarschriften tegen de reeds vastgestelde aanslagen worden door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaart omdat zij niet binnnen de wettelijke termijn van 6 weken zijn ontvangen. Verzoeker komt ook niet in aanmerking voor ambtshalve vermindering omdat een verzoek daartoe binnen 5 jaar na afloop van het belastingjaar moet worden ingediend. Wel wordt verzoeker gewezen op de mogelijkheid tot middeling. Bij verzoeker leeft de vrees dat hij als gevolg van deze uitspraak met terugwerkende kracht zijn recht op huur- en zorgtoeslag verliest en dat hij bovendien, als gevolg van de verhoging van de sociale huurgrens, in de vrije sector belandt.

Overwegingen

De staatsecretaris meldt dat inkomsten, op grond van de wettelijke bepalingen, worden belast in het jaar van uitbetaling. Hierbij is het niet van belang wanneer de uitkering is aangevraagd of op welk tijdvak de nabetaling betrekking heeft. Het is niet mogelijk om inkomsten toe te rekenen aan de jaren waarop ze betrekking hebben, om op die manier alsnog in aanmerking te komen voor heffingskortingen, toeslagen of om progressienadeel te voorkomen.

Sinds de Belastingherziening van 2001 is de middelingsregeling geintroduceerd die aan de nadelige gevolgen voor sterk flucturerende belastbare inkomens van het progressief heffen van belasting per kalenderjaar tegemoet komt. Uit een berekening van de Belastingdienst blijkt dat middeling in de onderhavige casus wel degelijk leidt tot een significante afname van de verschuldigde belasting. Verzoeker wordt geadviseerd een verzoek tot middeling te doen over de jaren 2010–2012, hetgeen mogelijk is zodra de definitieve aanslag over 2012 vaststaat.

Oordeel van de commissie3

Het standpunt van de Staatssecretaris kan worden gevolgd.

Voorstel aan de Kamer

Er is geen aanleiding om de Kamer een voorstel te doen.

De voorzitter van de commissie, Neppérus

De griffier van de commissie, Roovers


X Noot
1

Dit adres en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek ten dienste hebben gestaan, liggen op het commissiesecretariaat Verzoekschriften, Lange Poten 4, Den Haag, ter inzage van de leden.

X Noot
2

Naam en adres van verzoeker zijn de commissie bekend.

X Noot
3

De commissie bestaat uit de leden: Neppérus (voorzitter) (VVD), Jacobi (PvdA), Van Raak (SP), Schouw (D66), Helder (PVV), Bruins Slot (CDA), Klein (Klein), Dik-Faber (CU), Van der Linde (VVD) en de plaatsvervangend leden Van Oosten (VVD), Van Nispen (SP), Berndsen-Jansen (D66), Krol (50PLUS).