34 028 Verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven

Nr. 1 VERSLAG OVER HET VERZOEKSCHRIFT1 VAN G.H.H. TE K.2 BETREFFENDE HET RECHT OP HUURTOESLAG

Vastgesteld 6 november 2014

Klacht

Verzoeker vraagt als zoon en erfgenaam van zijn inmiddels overleden moeder om met toepassing van de hardheidsclausule de gevolgen ongedaan te maken van de defiscalisering van vruchtgebruik op goederen uit een nalatenschap voor het vaststellen van de huurtoeslag.

Naar aanleiding van deze klacht heeft de Staatssecretaris van Financiën inlichtingen verstrekt aan de commissie.

Feiten

De moeder van verzoeker had tot 2011 recht op huurtoeslag. Vanwege een toename van het vermogen vervalt dit recht in 2012. De toename is het gevolg van de per 1 januari 2012 uitgebreide defiscaliseringsregeling. Als gevolg hiervan wordt het spaartegoed, waarvan moeder het vruchtgebruik heeft voor de volle waarde bij haar grondslag sparen en beleggen in box 3 gerekend in plaats van het te verdelen over haar en haar kinderen. Verzoeker ervaart dit als een onbillijkheid waarvan hij zich afvraagt of de wetgever dit zo bedoeld heeft. Daarnaast leeft bij hem de indruk dat de defiscaliseringsregeling met terugwerkende kracht is ingevoerd waardoor het tijdig nemen van maatregelen om de huurtoeslag veilig te stellen zou zijn verhinderd. Zijn verzoek om toepassing van de hardheidsclausule wordt echter afgewezen.

Overwegingen

De Staatssecretaris geeft in zijn reactie aan dat er geen sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard, omdat de wetgever met de defiscaliseringsregeling juist beoogd heeft beter aan te sluiten bij de maatschappelijke realiteit in erfrechtelijke situaties: degene die het vruchtgebruik heeft over de vererfde bezittingen (lees: moeder) wordt voor de volle waarde in box 3 belast anders dan degene die een vordering of blote eigendom heeft (lees: de kinderen). Van een beroep op de hardheidsclausule kan geen sprake zijn. Ook weerspreekt de Staatssecretaris de suggestie dat de defiscaliseringsregeling achteraf met terugwerkende kracht zou zijn ingevoerd: de betreffende wetswijziging is voorgesteld en aangenomen vóór 1 januari 2012. Overigens heeft verzoeker ook geen gebruík gemaakt van de mogelijkheid bezwaar aan te tekenen tegen de aanslag inkomstenbelasting 2012.

Oordeel van de commissie3

De commissie is van oordeel dat het standpunt van de Staatssecretaris kan worden gevolgd.

Voorstel aan de Kamer

Er is geen aanleiding om de Kamer een voorstel te doen.

De voorzitter van de commissie, Neppérus

De griffier van de commissie, Roovers


X Noot
1

Dit adres en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek ten dienste hebben gestaan, liggen op het commissiesecretariaat Verzoekschriften, Lange Poten 4, Den Haag, ter inzage van de leden.

X Noot
2

Naam en adres van verzoeker zijn de commissie bekend.

X Noot
3

De commissie bestaat uit de leden: Neppérus (voorzitter) (VVD), Jacobi (PvdA), Van Raak (SP), Van Toorenburg (CDA), Berndsen-Jansen (D66), Schouw (D66), Helder (PVV), Klein (50PLUS/Klein), Dik-Faber (CU), Van der Linde (VVD) en de plaatsvervangend leden Van Oosten (VVD),Kuzu (PvdA), Van Nispen (SP), Krol (50PLUS/Baay-Timmerman).

Naar boven