Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 oktober 2015
Tijdens het AO Post van 18 juni 2015 (Kamerstuk 34 024, nr. 30) heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over de mogelijkheid en wenselijkheid van
een postmobiel. Daarnaast heb ik toegezegd nader te bezien of een aanpassing van de
postregelgeving aan de orde is met betrekking tot de aansprakelijkheid van aangetekende
brieven. Met deze brief doe ik de toezeggingen gestand.
De Postmobiel
Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel ter modernisering van de Universele Postdienst
(UPD) in de Tweede Kamer heeft het lid Graus (PVV) de suggestie gedaan voor een postmobiel
met pinautomaat voor mensen in minder bevolkte gebieden. Ik heb toegezegd dit idee
mee te nemen in periodieke overleggen met banken en postvervoerbedrijven en uw Kamer
hierover te informeren.
Uit gesprekken met banken kwam naar voren dat diverse initiatieven worden ontplooid
om pinautomaten in minder bevolkte gebieden rendabel aan te kunnen bieden. Eén van
de banken gaf aan bezig te zijn met pilots voor geldautomaten in minder bevolkte gebieden,
maar zette vraagtekens bij de haalbaarheid van een rijdende bus met pinautomaat aan
boord. Om veiligheidsredenen zou de bus gepantserd moeten zijn en zou er gekwalificeerd
personeel aanwezig moeten zijn. Dit zou het aanbieden van een rijdende pinautomaat
relatief kostbaar maken. Een andere bank gaf aan dat er initiatieven zijn om geld
thuis te bezorgen bij mensen die slecht ter been zijn of om andere redenen niet de
mogelijkheid hebben om contant geld op te nemen.
Deze activiteiten worden nog niet vaak gecombineerd met postdiensten. De ondervraagde
postvervoerbedrijven staan in beginsel wel positief tegenover dergelijke initiatieven,
maar geven aan dat de uitvoerbaarheid afhankelijk is van overige diensten die worden
aangeboden in de bus. Daarbij werd de kanttekening geplaatst dat de klant vaak zelf
wil bepalen wanneer hij of zij postdiensten afneemt. Dit strookt niet met de introductie
van rijdende postkantoren waarbij diensten op bepaalde standplaatsen slechts op beperkte
tijden beschikbaar zijn.
Een project waarbij meerdere diensten rijdend worden aangeboden is de Biblioservicebus
in Zeeland, met daarin onder andere een pinautomaat, oplaadpunt voor OV-chipkaarten,
boekenuitleenbalie en een postvestiging. Ik vind dat een goede ontwikkeling, omdat
banken en postvervoerbedrijven hiermee proberen om hun diensten ook in minder bevolkte
gebieden aanbieden. Daarbij moeten zij hun diensten wel rendabel kunnen aanbieden.
Het initiatief voor het verder ontplooien van dergelijke activiteiten laat ik met
vertrouwen over aan marktpartijen.
Aansprakelijkheid aangetekende brieven
Naar aanleiding van de behandeling van het wetsvoorstel ter modernisering van de UPD
in de Tweede Kamer is een motie aangenomen van het lid Mei Li Vos (PvdA) over de aansprakelijkheid
van aangetekende brieven (Kamerstuk 34 024, nr. 19). Per brief van 2 juni 2015 ben ik ingegaan op deze motie (Kamerstuk 34 024, nr. 28). Tijdens het AO Post van 18 juni 2015 deed het lid Mei Li Vos de aanvullende suggestie
om het niet-bezorgen van een aangetekende brief open te stellen voor de normale regels
rond aansprakelijkheid onder de onrechtmatige daad in het Burgerlijk Wetboek. Ik heb
toegezegd te bezien of deze suggestie alsnog aanleiding geeft om de regels omtrent
de aansprakelijkheid van aangetekende brieven aan te passen.
Met artikel 29 van de Postwet 2009 wordt afgeweken van het algemene aansprakelijkheidsregime
uit het Burgerlijk Wetboek. De keuze voor een wettelijke beperking van de aansprakelijkheid
voor de Universele Postdienst verlener is nodig om te voorkomen dat een dienst van
maatschappelijk belang zoals de Universele Postdienst (UPD) als gevolg van onbeperkte
aansprakelijkheid hoge kosten tot gevolg kan hebben. Met hoge kosten voor de UPD-verlener
als gevolg van hoge aansprakelijkheidsclaims komt het belang van een betaalbare Universele
Postdienst in het gedrang.
Daarnaast staat het de afzender altijd vrij om voor een andere vorm van postvervoer
dan de UPD te kiezen (bijvoorbeeld via een eigen bezorger of koeriersdienst) of een
aparte verzekering af te sluiten. Wanneer de afzender belang hecht aan een hogere
vergoeding in het geval van fouten dan zijn daar dus mogelijkheden voor. Voor de ontvanger
geldt als uitgangspunt dat de afzender het risico draag dat de post niet wordt bezorgd.
Aangezien artikel 29 van de Postwet 2009 alleen regels stelt over aansprakelijkheid
van de UPD-verlener, en niet over aansprakelijkheid van de afzender, kan de ontvanger
veelal de afzender aansprakelijk stellen op grond van de algemene aansprakelijkheidsregels.
Tot slot begrijp ik van PostNL dat in de praktijk heel weinig aangetekende stukken
zoek raken. In dat licht en gelet op het belang van een betaalbaar aangetekend product
binnen de UPD en de beschikbare alternatieven zie ik geen aanleiding tot het openstellen
van de algemene aansprakelijkheidsregels uit het Burgerlijk Wetboek voor de UPD.
De Minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp