De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel I wordt voor onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende:
0A
Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de huidige tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
2. In het eerste lid (nieuw) komt de laatste volzin te luiden: De toepassing van een
minimumpercentage kan daarbij slechts worden uitgesloten ten aanzien van een postvervoerbedrijf
aan wie geen kosten als bedoeld in artikel 6a van de Instellingswet Autoriteit Consument
en Markt in rekening worden gebracht.
3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
Toelichting
In artikel 8 van de Postwet 2009 is bepaald dat een postvervoerbedrijf met een bij
algemene maatregel van bestuur (AMvB) te bepalen minimumpercentage van de postbezorgers
die voor hem postvervoer verrichten, een arbeidsovereenkomst dient te hebben. Artikel
8 van de Postwet 2009 wordt uitgewerkt in het Tijdelijk besluit postbezorgers 2011.
Daarin is het minimumpercentage vastgesteld op ten minste 80%. De laatste volzin van
artikel 8 stelt dat de toepassing van een minimumpercentage bij AMvB kan worden beperkt
tot bepaalde categorieën postvervoerbedrijven of bepaalde omstandigheden. Deze bepaling
wordt verder uitgewerkt in artikel 3 van het Tijdelijk besluit postbezorgers 2011,
alwaar in onderdeel a wordt gesteld dat een postvervoerbedrijf dat is gebonden aan
een collectieve arbeidsovereenkomst waarin bepalingen zijn opgenomen over het aantal
of het percentage postbezorgers dat bij een postvervoerbedrijf arbeid verricht op
basis van een arbeidsovereenkomst, niet gebonden is aan het minimum van 80%. Dit amendement
regelt dat deze mogelijkheid moet worden geschrapt, zodat ieder postvervoerbedrijf
in beginsel is gebonden aan het minimumpercentage zoals vastgesteld in het Tijdelijk
besluit postbezorgers 2011.
Tegelijkertijd dient het mogelijk te blijven om de uitzondering die is vervat in artikel
3, onderdeel b, van het Tijdelijk besluit postbezorgers 2011 te continueren. Deze
uitzondering ziet op bedrijven die slechts een beperkt deel van hun omzet behalen
uit postvervoer, lokaal en regionaal werkzaam zijn en met een zeer beperkt aantal
personen het postvervoer verrichten in een beperkt geografisch gebied.
Tevens wordt een voorhangprocedure in het wetsvoorstel opgenomen, op grond waarvan
een algemene maatregel van bestuur die op grond van artikel 8, eerste lid, wordt vastgesteld
aan beide kamers moet worden overgelegd.
Dit amendement dient te zorgen voor beperking op de uitzonderingsmogelijkheden op
het bij algemene maatregel van bestuur vastgelegde ingroeimodel dat tot doel had dat
aan het eind van 2013 80% van de postbezorgers bij de postbedrijven via een arbeidsovereenkomst
zouden werken.
Postbedrijf Sandd heeft door middel van artikel 3a van de AMvB Tijdelijk besluit postbezorgers 2011 een uitzondering weten te creëren door met de Landelijke Belangen Vereniging (LBV)
een cao af te sluiten waarbij is besloten dat Sandd ernaar streeft 50% van de postbezorgers
op basis van een arbeidsovereenkomst te laten werken waarbij Sandd een afwijking van
50% aan kan houden. In deze cao komt het er dus op neer dat het bedrijf slechts 25%
van haar bezorgers volgens een arbeidsovereenkomst dient te laten werken.
Deze in juni 2014 afgesloten cao volgde op het afbreken van onderhandelingen tussen
FNV en Sandd nadat FNV een eindbod deed waarbij 70% van de postbezorgers aan het einde
van 2014 en 80% aan het einde van 2015 een arbeidsovereenkomst zouden moeten hebben.
Door het afsluiten van de cao met de LBV, soms afgeschilderd als een «gele vakbond»,
een bond die evenzeer het werkgevers- als werknemersbelang dient, heeft Sandd de verplichtingen
voortvloeiend uit de AMvB omzeild. Dit gebeurde in weerwil van de Tweede Kamer die
met haar steun voor het rapport Vreeman juist heeft onderschreven dat de onderhandelingspositie
van aanbieders van laaggeschoolde arbeid zoals in de postsector niet vergelijkbaar
is met die van andere Zelfstandigen zonder personeel en dat daarom het gebruik van
overeenkomsten van opdracht aan de onderkant van de arbeidsmarkt ongewenst is.
Door de derde zin van artikel 8 in de Postwet wordt het onmogelijk op de huidige of
latere Algemene Maatregelen van Bestuur uitzonderingen te maken en wordt voldaan aan
de wens van de Kamer dat de overgrote meerderheid van de postbezorgers via een arbeidsovereenkomst
werkzaam is.
Gesthuizen