Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2014-201534021 nr. A

34 021 Uitvoering van Verordening (EU) Nr. 606/2013 van het Europees parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de wederzijdse erkenning van beschermingsmaatregelen in burgerlijke zaken (PbEU 2013, L181) (Uitvoeringswet verordening wederzijdse erkenning van beschermingsmaatregelen in burgerlijke zaken)

A VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR VEILIGHEID EN JUSTITIE1

Vastgesteld 6 februari 2015

Het voorbereidend onderzoek heeft de commissie aanleiding gegeven tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.

Inleiding

De leden van de fractie van GroenLinks hebben met belangstelling en instemming kennis genomen van het voorliggende wetsvoorstel. Hoewel zij beseffen dat de datum waarop het wetsvoorstel in werking zou moeten treden, reeds is verstreken, hebben zij hierover toch nog enkele vragen, waarvan de beantwoording naar hun oordeel relevant is voor de rechtspraktijk. Zij gaan ervan uit dat deze vragen door de regering snel kunnen worden beantwoord. De leden van de fractie van SP sluiten zich bij de vragen aan.

Inrichting van de uitvoeringswet

In Nederland gelaste beschermingsmaatregelen

In de uitvoeringswet is bepaald dat een verzoekschrift voor een certificaat waarmee een beschermingsbevel ook in andere landen geldt, moet worden ingediend bij de rechter die ook het beschermingsbevel afgeeft / heeft afgegeven. De leden van de GroenLinks-fractie merken op dat het om proceseconomische redenen in voorkomende zaken handig zou zijn wanneer de rechter gevraagd zou kunnen worden om direct bij het opleggen van een straat- en/of contactverbod (want daar gaat het meestal om) een certificaat af te geven. In Nederland worden straat- en contactverboden doorgaans opgelegd in kortgedingprocedures (helemaal nu familierechtelijke en strafrechtelijke bevelen niet onder de werking van deze wet vallen), derhalve in dagvaardingsprocedures. Kan de eiser in het kader van de kortgedingprocedure een verzoek doen tot afgifte van een certificaat? Zo ja, hoe kan zo'n verzoek praktisch vormgegeven worden? Kan het verzoek in de dagvaarding gedaan worden, of staat het vereiste dat het «bij verzoekschrift» gedaan moet worden daaraan in de weg? Kan het verzoek mondeling dan wel schriftelijk ter zitting gedaan worden?

Voor het enkele verzoek tot afgifte van een certificaat is geen bijstand van een advocaat nodig. Naar het oordeel van de leden van de GroenLinks-fractie zijn er situaties denkbaar waarin de rechtsbijstand van een advocaat desalniettemin gewenst is. Bijvoorbeeld als het slachtoffer/de bedreigde persoon uit veiligheidsoverwegingen zijn of haar adresgegevens niet in het verzoekschrift vermeld wil hebben en domicilie wil kiezen op het kantoor van zijn of haar advocaat. Ook zijn er situaties denkbaar waarin mensen niet in staat zijn om zelf een verzoek te doen. Deelt de regering dit oordeel? Zo ja, kunnen slachtoffers die het verzoekschrift tot afgifte van een certificaat door een advocaat willen laten doen, daarvoor gebruik maken van gefinancierde rechtsbijstand?

Sancties

De leden van de GroenLinks-fractie begrijpen dat bij de rechter die een beschermingsbevel oplegt, een certificaat kan worden aangevraagd waarmee het beschermingsbevel ook werking krijgt in de andere lidstaten van de Europese Unie. Deze automatische werking geldt echter niet voor de aan het beschermingsbevel verbonden dwangmiddelen, zo begrijpen deze leden, zelfs niet voor de handhaving met behulp van de sterke arm. Kan de regering aangeven wat voor een slachtoffer/bedreigd persoon de praktische waarde van een beschermingsbevel is, wanneer er geen enkele sanctie is gesteld op het niet naleven ervan en er geen enkele mogelijkheid is het bevel te laten handhaven? Heeft het niet overgaan van de dwangmiddelen alleen betrekking op dwangmiddelen die in het andere land ten uitvoer gelegd zouden moeten worden, of ook op executie in het oorspronkelijke land ten aanzien van overtredingen elders? Met andere woorden: stel dat in Nederland een contactverbod is opgelegd met een dwangsom van 500 euro per overtreding, waarbij een certificaat is afgegeven, en het contactverbod wordt in Frankrijk overtreden. Het niet automatisch overgaan van de dwangmiddelen betekent dat de dwangsom in Frankrijk niet geëxecuteerd kan worden. Maar is de dwangsom in Nederland wel verbeurd vanwege de overtreding in Frankrijk en kan er dus in Nederland wel executie plaatsvinden?

De leden van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie zien de reactie van de regering – bij voorkeur binnen vier weken – met belangstelling tegemoet.

De voorzitter van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, Duthler

De griffier van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, Van Dooren


X Noot
1

Samenstelling:

Holdijk (SGP), Kneppers-Heijnert (VVD), Kox (SP), Engels (D66), Franken (CDA), Thissen (GL), Nagel (50PLUS), Ruers (SP), Van Bijsterveld (CDA) (vicevoorzitter), Duthler (VVD) (voorzitter), Koffeman (PvdD), Kuiper (CU), Quik-Schuijt (SP), Strik (GL), De Vries (PvdA), Knip (VVD), Hoekstra (CDA), Lokin-Sassen (CDA), Scholten (D66), Schouwenaar (VVD), De Boer (GL), De Lange (OSF), Ter Horst (PvdA), Beuving (PvdA), Koole (PvdA), Schrijver (PvdA), Reynaers (PVV), Popken (PVV), Frijters-Klijnen (PVV), Swagerman (VVD)