Het voorbereidend onderzoek heeft de commissie aanleiding gegeven tot het maken van
de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.
Inleiding
De leden van de fractie van GroenLinks hebben met belangstelling en instemming kennis genomen van het voorliggende wetsvoorstel.
Hoewel zij beseffen dat de datum waarop het wetsvoorstel in werking zou moeten treden,
reeds is verstreken, hebben zij hierover toch nog enkele vragen, waarvan de beantwoording
naar hun oordeel relevant is voor de rechtspraktijk. Zij gaan ervan uit dat deze vragen
door de regering snel kunnen worden beantwoord. De leden van de fractie van SP sluiten zich bij de vragen aan.
Inrichting van de uitvoeringswet
In Nederland gelaste beschermingsmaatregelen
In de uitvoeringswet is bepaald dat een verzoekschrift voor een certificaat waarmee
een beschermingsbevel ook in andere landen geldt, moet worden ingediend bij de rechter
die ook het beschermingsbevel afgeeft / heeft afgegeven. De leden van de GroenLinks-fractie
merken op dat het om proceseconomische redenen in voorkomende zaken handig zou zijn
wanneer de rechter gevraagd zou kunnen worden om direct bij het opleggen van een straat-
en/of contactverbod (want daar gaat het meestal om) een certificaat af te geven. In
Nederland worden straat- en contactverboden doorgaans opgelegd in kortgedingprocedures
(helemaal nu familierechtelijke en strafrechtelijke bevelen niet onder de werking
van deze wet vallen), derhalve in dagvaardingsprocedures. Kan de eiser in het kader
van de kortgedingprocedure een verzoek doen tot afgifte van een certificaat? Zo ja,
hoe kan zo'n verzoek praktisch vormgegeven worden? Kan het verzoek in de dagvaarding
gedaan worden, of staat het vereiste dat het «bij verzoekschrift» gedaan moet worden
daaraan in de weg? Kan het verzoek mondeling dan wel schriftelijk ter zitting gedaan
worden?
Voor het enkele verzoek tot afgifte van een certificaat is geen bijstand van een advocaat
nodig. Naar het oordeel van de leden van de GroenLinks-fractie zijn er situaties denkbaar
waarin de rechtsbijstand van een advocaat desalniettemin gewenst is. Bijvoorbeeld
als het slachtoffer/de bedreigde persoon uit veiligheidsoverwegingen zijn of haar
adresgegevens niet in het verzoekschrift vermeld wil hebben en domicilie wil kiezen
op het kantoor van zijn of haar advocaat. Ook zijn er situaties denkbaar waarin mensen
niet in staat zijn om zelf een verzoek te doen. Deelt de regering dit oordeel? Zo
ja, kunnen slachtoffers die het verzoekschrift tot afgifte van een certificaat door
een advocaat willen laten doen, daarvoor gebruik maken van gefinancierde rechtsbijstand?
Sancties
De leden van de GroenLinks-fractie begrijpen dat bij de rechter die een beschermingsbevel
oplegt, een certificaat kan worden aangevraagd waarmee het beschermingsbevel ook werking
krijgt in de andere lidstaten van de Europese Unie. Deze automatische werking geldt
echter niet voor de aan het beschermingsbevel verbonden dwangmiddelen, zo begrijpen
deze leden, zelfs niet voor de handhaving met behulp van de sterke arm. Kan de regering
aangeven wat voor een slachtoffer/bedreigd persoon de praktische waarde van een beschermingsbevel
is, wanneer er geen enkele sanctie is gesteld op het niet naleven ervan en er geen
enkele mogelijkheid is het bevel te laten handhaven? Heeft het niet overgaan van de
dwangmiddelen alleen betrekking op dwangmiddelen die in het andere land ten uitvoer
gelegd zouden moeten worden, of ook op executie in het oorspronkelijke land ten aanzien
van overtredingen elders? Met andere woorden: stel dat in Nederland een contactverbod
is opgelegd met een dwangsom van 500 euro per overtreding, waarbij een certificaat
is afgegeven, en het contactverbod wordt in Frankrijk overtreden. Het niet automatisch
overgaan van de dwangmiddelen betekent dat de dwangsom in Frankrijk niet geëxecuteerd
kan worden. Maar is de dwangsom in Nederland wel verbeurd vanwege de overtreding in
Frankrijk en kan er dus in Nederland wel executie plaatsvinden?
De leden van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie zien de reactie van de
regering – bij voorkeur binnen vier weken – met belangstelling tegemoet.
De voorzitter van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, Duthler
De griffier van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, Van Dooren