Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2015-201634009-(R2035) nr. C

34 009 (R2035) Bepalingen omtrent de toepassing in Aruba, Curaçao en Sint Maarten van beperkende maatregelen met het oog op de handhaving of het herstel van de internationale vrede en veiligheid of de bevordering van de internationale rechtsorde dan wel de bestrijding van terrorisme, vastgesteld in het kader van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie (Rijkssanctiewet)

C MEMORIE VAN ANTWOORD

Ontvangen 25 mei 2016

De leden van de PVV-fractie stelden enkele vragen over de toepassing van Europese sancties in de overzeese gebiedsdelen van andere lidstaten.

Naast het Koninkrijk der Nederland hebben ook het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Frankrijk «landen en gebieden overzee». Er bestaat geen Europese leidraad of regelgeving voor toepassing van EU-autonome sancties in overzeese gebieden van Europese lidstaten, anders dan voor «ultraperifere gebieden», zoals de Franse, waarop het EU acquis van toepassing is. Niettemin is de effectiviteit van de sancties gebaat bij implementatie van EU-sancties in de bedoelde gebieden.

De wijze waarop in de «landen en gebieden overzee» van andere lidstaten de doorwerking van Europese sancties is geregeld verschilt evenwel.

Voor zover de «landen en gebieden overzee» in het Verenigd Koninkrijk (VK) zelf niet reeds tot implementatie overgaan op grond van een verzoek daartoe van de Britse autoriteiten, kan implementatie dwingend worden geregeld bij «Order in Council». Een dergelijke Order in Council zorgt er voor dat de sancties van toepassing zijn in de daarvoor aangewezen overzeese gebieden.

In de relatie van Denemarken met Groenland geldt dat de doorwerking van EU-sancties per geval geregeld wordt in nauw overleg tussen Denemarken en Groenland.

De Minister van Buitenlandse Zaken, G.A. Koenders