De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In het in artikel IV, onderdeel B, onder 5, opgenomen onderdeel d vervalt: , alsmede
lichamen waaruit dat lichaam direct of indirect met toepassing van de deelnemingsvrijstelling,
bedoeld in artikel 13 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, voordelen kan
genieten.
II
Aan artikel IV, onderdeel B, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
6. Onder vernummering van het zesde lid (nieuw) tot zevende lid wordt na het vijfde
lid (nieuw) een lid ingevoegd, luidende:
-
6. De inspecteur die aannemelijk maakt dat 75% van het loon uit de meest vergelijkbare
dienstbetrekking hoger is dan het bedrag waarop het loon door de inhoudingsplichtige
gesteld is, overlegt aan de inhoudingsplichtige ten minste de criteria op basis waarvan
de inspecteur heeft vastgesteld dat de door de inspecteur aangedragen dienstbetrekking
de meest vergelijkbare dienstbetrekking is.
Toelichting
De indiener beoogt met dit amendement de bewijslastverdeling en reikwijdte van de
voorgestelde ondersteunende maatregelen bij de gebruikelijkloonregeling tussen de
Belastingdienst en de ondernemer beter in balans te brengen.
In onderdeel I van dit amendement wordt de uitbreiding van het begrip «het lichaam
of daarmee verbonden lichamen» met «lichamen waaruit de inhoudingsplichtige direct
of indirect met toepassing van de deelnemingsvrijstelling, bedoeld in artikel 13 van
de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, voordelen kan genieten», teniet gedaan.
Hierdoor wordt de kring van lichamen waarvoor de toets van het hoogste loon van de
overige werknemers die in dienst zijn van de inhoudingsplichtige of met de inhoudingsplichtige
verbonden lichamen, geldt, toch niet uitgebreid. Ook blijft hierdoor de kring van
lichamen waarvoor de € 5.000-grens uit artikel 12a van de Wet op de loonbelasting
1964 geldt, beperkt tot de inhoudingsplichtige en de daarmee verbonden vennootschappen,
bedoeld in artikel 10a, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.
In onderdeel II van dit amendement is geregeld dat de inspecteur die aannemelijk wil
maken dat 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking hoger is dan
het loon dat de inhoudingsplichtige in aanmerking genomen heeft, als onderdeel van
zijn bewijslast ten minste de objectieve criteria aan de inhoudingsplichtige moet
overleggen op basis waarvan hij heeft vastgesteld wat de meest vergelijkbare dienstbetrekking
is. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan het vermelden van de branche, de grootte
van het bedrijf uitgedrukt in bijvoorbeeld werknemers of omzet, het werkpakket en
de verantwoordelijkheden.
Neppérus