34 000 IV Vaststelling van de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2015

Nr. 28 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 december 2014

De regering van Aruba heeft het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Cft) verzocht om een deskundigenrapport over de ontwerpbegroting 2015, en over eventuele wijzigingen. In de RMR van 12 december jl. is de inzet van het Cft op verzoek van Aruba mogelijk gemaakt. Instemming daartoe is door de Rijksministerraad nodig vanwege het feit dat het Cft een adviesorgaan is op basis van de rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint maarten (Rft). Het Cft heeft dus geen wettelijke adviesrol richting het land Aruba.

Het Cft zal vanaf nu adviseren over het concept van de ontwerpbegroting 2015. Tevens is het mogelijk dat het Cft nog nader zal adviseren op de later door de Staten vastgestelde begroting. Voorts zal het Cft gevraagd en ongevraagd adviseren gedurende de begrotingsuitvoering en bijvoorbeeld ten aanzien van aanvragen van leningen aangegaan buiten het Koninkrijk. Het opstellen van de begroting is van belang, maar nog meer de daadwerkelijke uitvoering ervan.

Deze procedure zal worden gevolgd door een voor de beide regeringen aanvaardbare structurele regeling. De regeringen van Nederland en Aruba hebben tevens afgesproken om binnen afzienbare tijd met elkaar in overleg te treden om gezamenlijk te zoeken naar de meest adequate formele inbedding voor de samenwerking met de Rijksministerraad en het Cft in de toekomst.

In de tussentijd zal Aruba een voorlopig lid voordragen aan de Rijksministerraad om de gevraagde samenwerking mogelijk te maken. De leden van Curaçao en Sint Maarten in het Cft zullen niet mee adviseren omtrent adviezen voor Aruba. De samenwerking zal gebaseerd zijn op een gedeelde verantwoordelijkheid tussen de voorzitter van het huidige Cft, het lid namens Nederland van het huidige Cft en een nieuw nog te benoemen lid namens Aruba. Met deze afgesproken opzet is de onafhankelijkheid van het college en de verantwoordelijkheid voor adviezen richting Aruba gewaarborgd.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

Naar boven