34 000 B Vaststelling van de begrotingsstaat van het gemeentefonds voor het jaar 2015

Nr. 3 ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State d.d. 8 september 2014 en het nader rapport d.d. 15 september 2014, aangeboden aan de Koning door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Staatssecretaris van Financiën. Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Bij Kabinetsmissive van 1 september 2014, no. 2014001569, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het gemeentefonds voor het jaar 2015, met memorie van toelichting.

Blijkens het bijgaande advies heeft de Afdeling advisering van de Raad van State over bovenvermelde begroting een opmerking gemaakt. Deze opmerking geven de Staatsecretaris van Financiën en mij aanleiding tot de volgende reactie.

Het voorstel stelt de begrotingsstaat van het gemeentefonds voor het jaar 2015 vast.

De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt een opmerking over het deelfonds sociaal domein. Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het wetsvoorstel wenselijk is.

In artikel 3 is onder andere bepaald dat het verplichtingenbedrag in artikel 5, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet, ter zake van de integratie-uitkering sociaal domein wordt vastgesteld op € 10.286.465.000. Daarbij wordt ook vermeld dat dit bedrag apart zichtbaar is op de begroting.1

De Afdeling merkt op dat met deze bepaling wordt vooruitgelopen op het voorstel voor een Tijdelijke wet deelfonds sociaal domein.2 Dit voorstel is thans nog aanhangig in de Tweede Kamer.3 Dat betekent dat niet duidelijk is of het sociaal deelfonds, waarnaar in het voorliggende begrotingsvoorstel wordt verwezen, tijdig – te weten voor of gelijktijdig met inwerkingtreding van dit begrotingsvoorstel – zal worden ingevoerd. Het voorliggende begrotingsvoorstel houdt hier geen rekening mee. Evenmin kan dit begrotingsvoorstel voorzien in het (eenmalig) creëren van een dergelijke integratie-uitkering.4

Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling het wetsvoorstel op dit punt aan te passen en te voorzien in een samenloopbepaling.

Met ingang van 2015 worden gemeenten op grond van de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet integraal verantwoordelijk voor het sociaal domein. De financiële middelen voor de decentralisaties worden toegevoegd aan het Gemeentefonds. De uitkering bestaat uit de nieuwe middelen voor de Wmo 2015 en middelen voor de Jeugdwet en voor participatievoorzieningen zoals omschreven in de Participatiewet.

Bovenstaande middelen voor het sociaal domein worden uit het Gemeentefonds verstrekt via een integratie-uitkering op grond van artikel 5, tweede lid, van de Financiële verhoudingswet. De middelen worden niet verstrekt op grond van de Tijdelijke wet deelfonds sociaal domein. In het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het Gemeentefonds voor het jaar 2015 zal er dan ook geen sprake meer van zijn dat vooruitgelopen wordt op het voorstel voor de Tijdelijke wet deelfonds sociaal domein.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vicepresident van de Raad van State,

J.P.H. Donner

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

De Staatssecretaris van Financiën, E.D. Wiebes


X Noot
1

Dit is ten overvloede, nu artikel 3 van het voorstel dit bedrag al expliciet vermeldt.

X Noot
2

Kamerstukken II 2013/14, 33 935, nrs. 1–3.

X Noot
3

Kamerstukken II 2013/14, 33 935, nrs. 5 en 6.

X Noot
4

Afgezien van het feit dat in het begrotingsvoorstel een verdelingsmechanisme ontbreekt, heeft de (Afdeling advisering van de) Raad van State er in het verleden meermalen op gewezen dat de inhoud van de begrotingswetten beperkt dient te blijven tot de begroting van de ontvangsten en de uitgaven van het Rijk (zie bijvoorbeeld het advies van de Afdeling advisering van 10 september 2012 over het wetsvoorstel tot vaststelling van de begrotingsstaat van het BES-fonds voor het jaar 2013 (Kamerstukken II 2012/13, 33 400 H, nr. 3)).

Naar boven