Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 februari 2016
Op 13 november 2014 heb ik met de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer
een algemeen overleg gevoerd over de stand van zaken in de accountancysector (Kamerstuk
33 977, nr. 5). In deze brief informeer ik u over de stand van zaken ten aanzien van de verschillende
wetgevingstrajecten.
De benodigde wijzigingen in verband met de implementatie van Europese wetgeving1worden opgenomen in het wetsvoorstel Implementatiewet wijzigingsrichtlijn en verordening wettelijke controles
jaarrekeningen.
In mijn brief van 25 september 20142 heb ik een aantal aanvullende maatregelen aangekondigd. Deze maatregelen worden opgenomen
in een wetsvoorstel Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties. Deze maatregelen worden in een apart wetsvoorstel opgenomen, omdat in een implementatieregeling
geen andere regels mogen worden opgenomen dan voor de implementatie noodzakelijk zijn.3
Gelet op de toezegging aan uw Kamer is het steeds de bedoeling geweest beide wetsvoorstellen
op hetzelfde moment in te dienen. De wetsvoorstellen konden dan gelijktijdig door
uw Kamer worden behandeld. Het wetsvoorstel Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties
vergt echter meer tijd. Het is nu niet langer mogelijk de wetsvoorstellen gelijktijdig
te behandelen, zonder dat de implementatietermijn van de richtlijn en de verordening
overschreden wordt. Daarom worden de twee wetsvoorstellen nu los van elkaar ingediend.
De richtlijn en de verordening dienen per 17 juni 2016 geïmplementeerd te zijn in
nationale wet- en regelgeving. Ik streef er naar het wetsvoorstel Implementatiewet
wijzigingsrichtlijn en verordening wettelijke controles jaarrekeningen binnen enkele
weken bij uw Kamer in te dienen, zodat de behandeling van dit wetsvoorstel het voorjaar
plaats kan vinden.
Het wetsvoorstel Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties is geconsulteerd
in de periode van 7 juli 2015 tot 10 augustus 2015 via www.internetconsultatie.nl. Op deze consultatie hebben in totaal vijftien partijen gereageerd. De reacties gaven
aanleiding tot nader overleg en bestudering. De verwerking van de reacties heeft daardoor
enige tijd in beslag genomen.
Op de website www.internetconsultatie.nl wordt op korte termijn een feedback statement geplaatst, zodat voor belanghebbenden
duidelijk is op welke wijze in het wetsvoorstel rekening is gehouden met de consultatiereacties.
Na de wetgevingstoets en de verdere benodigde interdepartementale afstemming zal ik
het wetsvoorstel in het voorjaar voor advies voorleggen aan de Raad van State. Het
advies kan dan worden verwacht in de zomer van 2016. Ik streef er naar het wetsvoorstel
direct na het zomerreces in te dienen bij uw Kamer. Indien de behandeling van het
wetsvoorstel verder volgens planning verloopt, dan kan het vervolgens in het voorjaar
van 2017 behandeld worden in de Eerste Kamer. Op dit moment is de beoogde inwerkingtredingsdatum
van de Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties dan 1 juli 2017.
In het wetsvoorstel Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties is ook een
geschiktheidstoets opgenomen. De verwachting is dat de AFM straks in totaal ongeveer
115 personen dient te toetsen op geschiktheid. Het gaat om een intensieve toets die
zorgvuldig moet worden uitgevoerd. Dat kost tijd. Er is bovendien pas een wettelijke
basis voor de toets na inwerkintreding van het wetsvoorstel. Daarom is het noodzakelijk
om een overgangsrecht in het wetsvoorstel op te nemen.
In het wetsvoorstel wordt vastgelegd dat zittende dagelijks beleidsbepalers en bestuurders
(van het in Nederland gevestigde onderdeel van het netwerk waar het beleid overwegend
wordt bepaald) tot zes maanden na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel geacht
worden geschikt te zijn, behoudens tussentijdse herbenoeming. Voor personen die belast
zijn met het interne toezicht geldt een overgangstermijn van twaalf maanden.
Dit neemt niet weg dat accountantsorganisaties die vaart willen maken met de implementatie
van verbetermaatregelen al voor de inwerkingtreding van de wet verzoeken voor geschiktheidstoetsing
in kunnen dienen bij de AFM. Overigens kan ook voor het verlopen van de overgangsperiode
een onderzoek naar de geschiktheid worden ingesteld door de AFM. Daarvoor is van belang
dat feiten of omstandigheden daar aanleiding toe geven.
Ik hoop uw Kamer voor dit moment voldoende te hebben geïnformeerd.
De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem