Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201533965 nr. 8

33 965 Wijziging van de Spoorwegwet en enige andere wetten in verband met de implementatie van richtlijn 2012/34/EU van het Europees parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PbEU 2012, L 343/22)

Nr. 8 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 22 januari 2015

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1

Artikel I, onderdeel A, tweede lid, komt te luiden:

2. In artikel 1, tweede lid, vervallen de begrippen richtlijn 91/440/EEG, richtlijn 95/18/EG en richtlijn 2001/14/EG en de daarbij behorende omschrijvingen.

2

Artikel I, onderdeel C, komt te luiden:

C

Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid, van artikel 16b, wordt een lid ingevoegd, luidende:

3. Een beheerder legt een activaregister aan dat voldoet aan artikel 30, zevende lid, van richtlijn 2012/34/EU.

3

In artikel I, onderdeel N, tweede lid, wordt «overeengekomen als vergoeding» vervangen door: vastgesteld als vergoeding.

4

Artikel I, onderdeel X, wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede en derde komen te luiden:

2. In het tweede lid wordt «57 tot en met 63, 67 en 68 vervangen door: 56, 57 tot en met 63, eerste tot en met vierde lid, 67, 68, eerste tot en met derde lid, en 68a.

3. Er worden zes leden toegevoegd, luidende:

3. De Autoriteit Consument en Markt stelt een redelijke termijn als bedoeld in artikel 13, vierde lid, van richtlijn 2012/34/EU vast, die in de Staatscourant wordt bekendgemaakt.

4. De Autoriteit Consument en Markt onderzoekt uit eigen beweging de toestand van de concurrentie op de markt voor spoorvervoerdiensten, met name ten aanzien van de in artikel 56, eerste lid, onderdelen a tot en met g, van richtlijn 2012/34/EU genoemde onderwerpen en brengt daar jaarlijks een verslag over uit aan Onze Minister.

5. De Autoriteit Consument en Markt kan in het kader van het onderzoek, bedoeld in het vierde lid, tevens informatie vragen die nodig is voor het gebruik voor statistische en marktwaarnemingsdoeleinden.

6. De Autoriteit Consument en Markt consulteert in ieder geval om de twee jaar de vertegenwoordigers van de gebruikers van goederen- en personenvervoerdiensten.

7. Op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt verstrekken de beheerder en een exploitant van een dienstvoorziening alle gegevens en bescheiden over de door hen aan spoorwegondernemingen in rekening gebrachte vergoedingen, zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 62, eerste tot en met achtste lid, respectievelijk over de vergoedingen, bedoeld in artikel 68.

8. Op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt verstrekt een spoorwegonderneming of een exploitant van een dienstvoorziening die bij of krachtens deze wet verplicht is om een boekhoudkundige scheiding of een gescheiden administratie binnen de boekhouding te voeren de in bijlage VIII van richtlijn 2012/34/EU bedoelde informatie voor zover die informatie nodig is in het kader van de uitoefening van de taken, bedoeld in het tweede lid.

5

Artikel I, onderdeel Y, wordt als volgt gewijzigd:

1. In het voorgestelde eerste lid van artikel 71 vervalt «of een rechthebbende als bedoeld in artikel 95».

2. In het voorgestelde vierde lid van artikel 71 vervalt «of een bindende aanwijzing geven».

3. De voorgestelde vijfde en zesde leden van artikel 71 vervallen en de voorgestelde zevende en achtste leden worden vernummerd tot vijfde en zesde lid.

6

Artikel I, onderdeel Z, komt te luiden:

Z

Na artikel 71 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 72

1. In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en onverminderd artikel 7, derde lid, van die wet, verstrekt de Autoriteit Consument en Markt de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 57 van richtlijn 2012/34/EU, alsmede de door de Europese Commissie gevraagde informatie ten behoeve van de door die Commissie vast te stellen gedelegeerde handelingen of uitvoeringsmaatregelen, bedoeld in richtlijn 2012/34/EU.

2. Artikel 7, vierde lid, onderdeel a, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt is niet van toepassing op de verstrekking van de gegevens, inlichtingen en informatie, bedoeld in het eerste lid.

7

In artikel I, onderdeel BB, wordt «67, 68» vervangen door «67 en 68» en wordt «70, zevende tot en met negende lid,» vervangen door: 70, zevende en achtste lid,.

8

Na onderdeel CC wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

CCa

Na artikel 80 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 3a. toezicht en handhaving Europese regelgeving

Artikel 81

Bij ministeriële regeling kunnen voor de goede uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen van algemene strekking van de Europese Commissie over het vervoer per spoor in ieder geval regels worden gesteld met betrekking tot het toezicht, de toezichthoudende instantie en het van toepassing verklaren van de artikelen 76, 77 of 80.

9

In het in artikel I, onderdeel FF, voorgestelde artikel 96a, eerste lid, wordt «van de richtlijn» vervangen door: van richtlijn 2012/34/EU.

10

Artikel II wordt als volgt gewijzigd:

A

Onderdeel C wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde lid komt te luiden:

3. Het vijfde tot en met het achtste lid vervallen.

2. In het vierde lid wordt «vijfde en zesde lid tot zesde en zevende lid» vervangen door «derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid» en wordt de aanduiding «5.» vervangen door: 3.

3. In het vijfde lid wordt «zesde lid» vervangen door: vierde lid.

4. In het zesde lid wordt «zevende lid» vervangen door «vijfde lid» en wordt de aanduiding «7.» vervangen door: 5.

B

Na onderdeel E worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

F

In artikel 87, vijfde lid, wordt na «is verklaard» ingevoegd:, uitvoeringsverordening (EU) nr. 869/2014 van de Commissie van 11 augustus 2014 inzake nieuwe spoorvervoersdiensten voor passagiers (PbEU 2014, L 239) en de bij ministeriële regeling aangewezen bindende EU-rechtshandelingen van algemene strekking van de Europese Commissie op het gebied van internationale passagiersvervoerdiensten.

G

Aan artikel 93 wordt een lid toegevoegd, luidende:

3. De Autoriteit Consument en Markt is bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom ter handhaving van bij ministeriële regeling aangewezen bindende EU-rechtshandelingen van algemene strekking van de Europese Commissie op het gebied van internationale passagiersvervoerdiensten.

11

In artikel III wordt onderdeel A verletterd tot onderdeel Aa en wordt voor onderdeel Aa een onderdeel ingevoegd, luidende:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. De begrippen richtlijn 95/18/EG en richtlijn 2001/14/EG, alsmede de daarbij behorende omschrijvingen vervallen.

2. In de alfabetische volgorde wordt in chronologische volgorde ingevoegd:

richtlijn 2012/34/EU: richtlijn 2012/34/EU van het Europees parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PbEU L 2012, 343/32);.

12

Artikel IV komt te luiden:

ARTIKEL IV

In bijlage 1 en in de artikelen 4, 7 en 11 van bijlage 2 van de Algemene wet bestuursrecht wordt in de zinsnede met betrekking tot de Spoorwegwet «71, derde lid» telkens vervangen door: 71, tweede lid.

13

Na artikel V worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

ARTIKEL VA

1. In artikel 1, onder 40, van de Wet op de economische delicten vervalt in de zinsnede met betrekking tot de Wet personenvervoer 2000 «artikel 19a, tiende lid».

2. Indien het bij koninklijke boodschap van 1 april 2014 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Spoorwegwet en de Wet personenvervoer 2000 in verband met een tweede tranche van uitvoeringsmaatregelen van het kabinetsstandpunt «Spoor in beweging», waaronder regels inzake bijzondere spoorwegen en vereenvoudiging van het vergunningenregime hoofdspoorwegen, en in verband met de invoering van een verblijfsverbod voor voorzieningen openbaar vervoer (33 904) tot wet is of wordt verheven en artikel V, tweede lid, van die wet eerder in werking is getreden of treedt dan artikel II, onderdeel C, van deze wet, wordt deze wet als volgt gewijzigd:

In artikel VA, eerste lid, wordt «artikel 19a, tiende lid» vervangen door: artikel 19a, achtste lid».

ARTIKEL VB

1. Er kan een verhoging, korting, aftrek, bijtelling of gebruiksvergoeding als bedoeld in artikel 62, derde, vierde, vijfde of zesde lid, van de Spoorwegwet zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, worden overeengekomen, mits die in de netverklaring als bedoeld in artikel 58 van de Spoorwegwet is opgenomen, tot het tijdstip waarop voor het desbetreffende onderwerp op grond van artikel 62, zesde lid, van de Spoorwegwet vastgestelde regels in werking zijn getreden.

2. De in het eerste lid bedoelde vergoedingen voldoen aan de artikelen 32 tot en met 37 en 51, eerste lid, van richtlijn 2012/34/EU van het Europees parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PbEU 2012, L 343/32) juncto artikel 62, eerste lid, van de Spoorwegwet.

Toelichting

In deze nota van wijziging worden aanpassingen voorgesteld van het wetsvoorstel ter implementatie van richtlijn 2012/34/EU van het Europees parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PbEU 2012, L 343/32).

De onderdelen 1, 2, 5, 8 en het in onderdeel 13 voorgestelde artikel VA, bevatten wetstechnische aanpassingen in verband met het voorstel van wet, houdende wijziging van de Spoorwegwet en de Wet personenvervoer 2000 in verband met een tweede tranche van uitvoeringsmaatregelen van het kabinetsstandpunt «Spoor in beweging», waaronder regels inzake bijzondere spoorwegen en vereenvoudiging van het vergunningenregime hoofdspoorwegen, en in verband met de invoering van een verblijfsverbod voor voorzieningen openbaar vervoer.1

De onderdelen 3 en 9 bevatten technische verbeteringen van het wetsvoorstel.

De onderdelen 4, 5, 6, 10, voor zover het de wijziging van artikel II, onderdeel C, betreft, en 12 bevatten wetstechnische en redactionele aanpassingen. Deze zijn nodig om het wetsvoorstel in overeenstemming te brengen met een recente wijziging van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt (Stb. 2014, nr. 247).

In onderdeel 8 wordt voorgesteld om bij ministeriële regeling uitvoering te kunnen geven aan toekomstige uitvoeringshandelingen en gedelegeerde handelingen. De Europese Commissie bereidt momenteel diverse uitvoeringshandelingen voor, ter uitvoering van richtlijn 2012/34/EU. Twee daarvan zijn inmiddels in augustus van dit jaar in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd. Hoewel de overige uitvoeringshandelingen nog in voorbereiding zijn, zullen die naar verwachting rond de implementatiedatum worden vastgesteld. Alle uitvoeringshandelingen zullen de vorm van een verordening krijgen. Niet valt uit te sluiten dat het voor de goede uitvoering en handhaving daarvan nodig is om toezichthoudende instantie(s) aan te wijzen en om te voorzien in sanctionering van het niet naleven van verordeningsvoorschriften. Om te verzekeren dat in die onderwerpen tijdig kan worden voorzien, wordt in het nieuwe artikel 81 van de Spoorwegwet voorgesteld daarin bij ministeriële regeling te voorzien.

Een dergelijke voorziening is eveneens nodig ten aanzien van het toezicht en de handhaving door de Autoriteit Consument en Markt in de Wet personenvervoer 2000. Daartoe strekken de in onderdeel 10 voorgestelde wijzigingen van artikelen 87 en 93 van die wet.

Het in onderdeel 13 voorgestelde artikel VB bevat een overgangsbepaling. In de netverklaring is op grond van het huidige artikel 62 van de Spoorwegwet opgenomen dat er, naast de gebruiksvergoeding, zogenaamde prijsprikkels kunnen worden overeengekomen. Het gaat onder meer om een verhoging in geval van overbelasting van de hoofdspoorweginfrastructuur. Op grond van het nieuw voorgestelde artikel 62, worden dergelijke prijsprikkels bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgesteld. Gezien de looptijd van de netverklaring, zullen verhogingen of kortingen al zijn overeengekomen voor het tijdstip waarop de nieuwe wetgeving van kracht zal worden. Artikel VB strekt er toe om zeker te stellen dat die in stand blijven gedurende het desbetreffende dienstregelingsjaar. Mede daarom zal naar verwachting de hiervoor bedoelde uitvoeringsregelgeving in gaan voor een dienstregelingsjaar.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld


X Noot
1

Kamerstukken I 2014–2015, 33 904, A.