De regering heeft met belangstelling kennisgenomen van de vragen die zijn gesteld
door de leden van de PvdA-fractie van de Eerste Kamer in het voorlopig verslag over
de aanpassing van het sanctiemechanisme voor decentrale overheden van de wet houdbare
overheidsfinanciën (hierna: wet Hof).
De leden van de PvdA-fractie hebben gevraagd naar de achtergrond van de mogelijkheid
tot het opleggen van kortingen zoals opgenomen in het correctiemechanisme.
De eindverantwoordelijkheid voor de overheidsfinanciën als geheel ligt bij het Rijk.
Om deze verantwoordelijkheid in te kunnen vullen, heeft het Rijk, in het bijzonder
de Minister van Financiën, instrumenten daartoe nodig. Met het correctiemechanisme
bestaat de mogelijkheid om het EMU-saldo van de decentrale overheden te beheersen
bij een dreigende, meerjarige, overschrijding van de vastgestelde norm voor het EMU-saldo
van de decentrale overheden. Het opleggen van maatregelen uit hoofde van het correctiemechanisme,
met als uiterste middel het opleggen van financiële kortingen aan de decentrale overheden,
is pas aan de orde als de – via bestuurlijk overleg vastgestelde verbeterplannen –
niet tot het gewenste resultaat leiden en als op basis van realisatiecijfers sprake
is van een structurele overschrijding van de afgesproken tekortnorm.
Het bestuurlijk overleg heeft een belangrijke plaats in de wet Hof. Het kabinet hecht
ook sterk aan een gelijkwaardige relatie tussen Rijk en decentrale overheden. Door
het bestuurlijk overleg wordt volledig recht gedaan aan de staatsrechtelijke positie
van de decentrale overheden. Zij worden steeds in bestuurlijk overleg betrokken bij
voor hen belangrijke beslissingen. De decentrale overheden hebben daarmee steeds alle
ruimte om de voor hen relevante belangen in te brengen. Gelijkwaardigheid in dat overleg
is derhalve een belangrijk uitgangspunt van het voorliggende wetsvoorstel. Het kabinet
is van mening dat het – in uiterste instantie – kunnen opleggen van kortingen aan
decentrale overheden bij een structurele overschrijding van de vastgestelde tekortnorm
noodzakelijk is als instrument ter beheersing van de overheidsfinanciën. Dit is conform
het amendement Koolmees c.s. Ook hebben deze leden gevraagd naar de relatie met artikel 124
van de Grondwet. In artikel 124 Grondwet is voor provincies en gemeenten bepaald dat
de bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake hun huishouding aan hun besturen wordt
overgelaten. Daarnaast is bepaald dat regeling en bestuur van hun besturen bij of
krachtens de wet kunnen worden gevorderd. Uit het bovenstaande volgt dat de grondwetgever
de bevoegdheid tot regeling en bestuur niet onbegrensd heeft gelaten. De wet Hof geeft
mede invulling aan de grenzen die in artikel 124 Grondwet worden gesteld.
Naar aanleiding van de vraag van de leden van de PvdA-fractie over een eventuele mogelijkheid
dat decentrale overheden een sanctie kunnen opleggen aan de rijksoverheid, geldt dat
het correctiemechanisme door de regering noodzakelijk wordt geacht om invulling te
geven aan de eindverantwoordelijkheid van het Rijk, in het bijzonder de Minister van
Financiën, voor de overheidsfinanciën. Om deze verantwoordelijkheid in te kunnen vullen,
heeft de Minister van Financiën instrumenten nodig. Daarbij past, in uiterste instantie,
het opleggen van kortingen aan decentrale overheden wanneer sprake is van een structurele
overschrijding van de afgesproken tekortnorm voor het EMU-saldo van de decentrale
overheden. Wanneer de rijksbegroting een structurele overschrijding veroorzaakt van
de Europese begrotingsafspraken, is het aan de Minister van Financiën en niet aan
de decentrale overheden, om als eindverantwoordelijke voor de totale overheidsfinanciën
hiertoe maatregelen te nemen. Dit basis hiervoor is terug te vinden in artikel 2 van
de wet Hof. Omdat het de Minister van Financiën is die verantwoordelijk is voor de
overheidsfinanciën in het geheel en niet de decentrale overheden, past het niet bij
de rol en verantwoordelijkheid van de decentrale overheden om een sanctie op te kunnen
leggen aan de rijksoverheid teneinde de overheidsfinanciën te beheersen.
Het voorliggende wetsvoorstel tot vervanging van het sanctiemechanisme decentrale
overheden door een correctiemechanisme decentrale overheden maakt het mogelijk om
een korting op te leggen aan decentrale overheden bij een structurele overschrijding
van de afgesproken tekortnorm, ongeacht of sprake is van een (dreigende) Europese
sanctie. Wanneer sprake is van een structurele overschrijding van de afgesproken tekortnorm
op realisatiebasis, dan kan in laatste instantie een korting worden opgelegd aan de
decentrale overheden. Dit instrument is wenselijk omdat in het geval de decentrale
overheden hun tekortnorm structureel overschrijden, de Minister van Financiën aanvullende
maatregelen zal nemen om te voorkomen dat deze overschrijding leidt tot een Europese
sanctie. Daarmee zou de volledige verantwoordelijkheid voor het voldoen aan de Europese
regels bij de rijksbegroting terecht komen. In een dergelijke situatie, waarbij de
decentrale overheden structureel hun deel van de gezamenlijke verantwoordelijkheid
voor het voldoen aan de Europese begrotingsafspraken afwentelen op het rijk, acht
de regering het derhalve wenselijk en mogelijk om een korting op te kunnen leggen
aan de decentrale overheden, als bestuurlijk overleg onvoldoende resultaat heeft gebracht.
Dit in antwoord op de vragen van de leden van de PvdA-fractie gerelateerd aan de mogelijkheid
een korting op te leggen aan decentrale overheden wanneer er geen Europese sanctie
wordt opgelegd aan Nederland.
De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem