33 961 Aanpassing van het sanctiemechanisme voor decentrale overheden van de Wet houdbare overheidsfinanciën

Nr. 4 VERSLAG

Vastgesteld 26 juni 2014

De vaste commissie voor Financiën belast met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave

 

Blz.

   

Inleiding

1

Algemeen

2

Reactie op binnengekomen adviezen

2

Inleiding

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel voor de aanpassing van het sanctiemechanisme voor decentrale overheden van de Wet Houdbare Overheidsfinanciën. Zij zien geen reden tot het stellen van aanvullende vragen of opmerkingen.

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voornemen tot aanpassing van het sanctiemechanisme voor decentrale overheden van de Wet houdbare overheidsfinanciën. De leden van de CDA-fractie hebben met instemming kennisgenomen van de wijziging die het sanctiemechanisme vervangt door een correctiemechanisme. Deze leden hebben echter nog enkele vragen.

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel van wet inzake Aanpassing van het sanctiemechanisme voor decentrale overheden van de Wet houdbare overheidsfinanciën. Zij hebben enkele vragen bij het wetsvoorstel.

Algemeen

Een belangrijk onderdeel van de Wet Hof is dat rijksoverheid en decentrale overheden op gelijkwaardige basis bestuurlijk overleggen. Hoe rijmt de regering dit voornemen met het feit dat een nadrukkelijke wens van decentrale overheden én van de Kamer (via de motie Van Hijum c.s., Kamerstuk 33 416, nr. 26) dat de Wet Hof niet mag leiden tot minder investeringen en dat deze correctiemogelijkheid toch een onderdeel is van de wetswijziging, vragen de leden van de fractie van het CDA? Is de regering bereid om alsnog met de decentrale overheden in overleg te gaan om op dit punt nader tot elkaar te komen? Is de regering bereid om de Kamer periodiek te informeren over de gevolgen van de voorliggende wetswijziging op de investeringen van decentrale overheden?

De leden van de fractie van de ChristenUnie zien het vervangen van de sanctiemogelijkheid door een correctiemechanisme als een verbetering. Zij gaan er echter vanuit dat Rijk en decentrale overheden beide zullen inzetten op bestuurlijk overleg als hét instrument om te komen tot verbetermaatregelen indien het EMU-saldo structureel wordt overschreden. Naar de mening van de leden van de ChristenUnie-fractie moet gebruik van een nationaal correctiemechanisme zoveel mogelijk worden voorkomen.

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat het faseren van investeringen van decentrale overheden een mogelijke verbeteringsmaatregel is. Zij vragen de regering hoe deze maatregel zich verhoudt tot de aangenomen motie Van Hijum (Kamerstuk 33 416, nr.26) die de regering verzoekt te voorkomen dat de Wet Hof leidt tot uitstel of afstel van investeringen.

Reactie op binnengekomen adviezen

Hoe oordeelt de regering over het bezwaar van de decentrale overheden betreffende het kunnen opleggen van kortingen op decentrale overheden, vragen de leden van de CDA-fractie? Kan de regering duiden wat het verschil is tussen deze maatregelen en de geschrapte mogelijkheid in de wet van de financiële sanctie?

Tenslotte vragen de leden van de CDA-fractie aandacht voor de bezwaren van decentrale overheden om bij het vaststellen van «meerjarige overschrijdingen» niet alleen uit te gaan van realisatiecijfers van het CBS, maar ook van ramingscijfers van het CPB. Kan de regering uitleggen hoe de definitie «meerjarig» in dit kader wordt gesteld? De leden van de CDA-fractie kunnen zich voorstellen dat naar aanleiding van negatieve CPB-ramingen over de ontwikkeling van het EMU-saldo van decentrale overheden bestuurlijk overleg wordt gezocht, maar correctiemaatregelen lijken in dit geval nog prematuur. Kan de regering dit nader duiden?

De leden van de ChristenUnie-fractie staan op het standpunt dat het kabinet alleen tot maatregelen kan besluiten als sprake is van meerjarige overschrijding van de ruimte in het EMU-saldo door de decentrale overheden. Deze leden zijn van mening dat deze overschrijding moet blijken uit harde realisatiecijfers. Deze leden vragen de regering nader te onderbouwen waarom het noodzakelijk is bij de toepassing van het correctiemechanisme ook naar ramingsgegevens te kijken, juist ook omdat het om een meerjarige overschrijding gaat.

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, Van Nieuwenhuizen-Wijbenga

De griffier van de commissie, Berck

Naar boven