Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201533955-(R2032) nr. 7

33 955 (R2032) Regeling voor Nederland en Curaçao tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en een woonplaatsfictie ter zake van erf- en schenkbelasting (Belastingregeling Nederland Curaçao)

Nr. 7 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 17 april 2015

Het voorstel van rijkswet wordt als volgt gewijzigd:

1

Artikel 3, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel b, aanhef, wordt de komma aan het slot vervangen door een dubbele punt.

b. In onderdeel c vervalt de komma na «Curaçao».

c. In onderdeel i wordt «internationaal verkeer» vervangen door: het internationale verkeer.

2

In artikel 4, vijfde lid, wordt «artikelen 21 en 23» vervangen door: artikelen 21, 23 en 24.

3

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het vijfde lid wordt de zinsnede «de bepalingen artikel 14» vervangen door «de bepalingen van artikel 14». Voorts wordt «aldaar gevestigde» vervangen door: aldaar gelegen.

b. In het zevende lid, eerste volzin, wordt «is gelieerd aan» vervangen door «is verbonden met». Voorts wordt in de tweede volzin «gelieerd te zijn aan» vervangen door «verbonden te zijn met».

4

In Artikel 8, vierde lid, wordt «internationaal verkeer» vervangen door: het internationale verkeer.

5

In artikel 9, eerste lid, wordt na «Indien» een dubbele punt ingevoegd. Voorts wordt «opgelegd,» vervangen door: opgelegd.

6

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het vierde lid, wordt aan het slot van onderdeel a een puntkomma toegevoegd en wordt de punt aan het slot van onderdeel b vervangen door een puntkomma. Voorts wordt de puntkomma aan het slot van onderdeel c vervangen door een punt.

b. In het twaalfde lid wordt «aldaar gevestigde» vervangen door: aldaar gelegen.

c. In het dertiende lid wordt «aldaar gevestigde» vervangen door: aldaar gelegen.

7

In Artikel 11, tweede lid, wordt «rente» vervangen door: «rente»,.

8

In Artikel 20, eerste lid, wordt «artikelen» vervangen door: artikelen of in artikel 33.

9

Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het derde lid, wordt «artikel 15» vervangen door artikel 15, eerste lid.

b. In het achtste lid wordt «in het zesde lid» vervangen door «in het vijfde lid». Voorts vervalt: of een staat.

c. In het negende lid wordt «Niettegenstaande het zesde lid» vervangen door: Niettegenstaande de bepalingen van het zesde en achtste lid.

10

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het derde lid, wordt «voorkomen» vervangen door: vermijden.

b. Het negende lid vervalt.

11

Artikel 25, zevende lid, komt te luiden:

7. De bepalingen van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op de inkomensafhankelijke regelingen als bedoeld in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en op de premies geheven volgens het sociale zekerheidsstelsel van een land.

12

Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het zevende lid wordt voor de tekst «in het geval van een verzoek ingevolge het derde lid» de aanduiding «a» geplaatst en wordt voor de tekst «in het geval van een verzoek ingevolge het vierde lid» de aanduiding «b» geplaatst.

b. Het negende lid komt te luiden:

9. De bepalingen van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op terugvorderingen van tegemoetkomingen als bedoeld in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en op de premies geheven volgens het sociale zekerheidsstelsel van een land.

13

Artikel 29 komt te luiden:

Artikel 29 Overgangsregeling pensioenen, andere soortgelijke beloningen, als mede lijfrenten

1. Ten aanzien van een natuurlijke persoon die op het tijdstip van indiening bij koninklijke boodschap van deze rijkswet reeds inwoner was van Curaçao vinden de bepalingen van artikel 17 van deze rijkswet geen toepassing op pensioenen en andere soortgelijke beloningen, alsmede lijfrenten, als bedoeld in het eerste lid van dat artikel, die op dat tijdstip reeds waren ingegaan, maar blijven de bepalingen daarop van toepassing die op dat tijdstip bij of krachtens de Belastingregeling voor het Koninkrijk zijn gesteld.

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een natuurlijke persoon die op het tijdstip van indiening van deze rijkswet reeds inwoner was van Nederland.

14

Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:

a. Het opschrift komt te luiden: Tijdelijke regeling deelnemingsverhoudingen.

b. Het eerste lid komt te luiden:

1. Op dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van Nederland aan een lichaam dat inwoner is, en was op het tijdstip van indiening bij koninklijke boodschap van deze rijkswet, van Curaçao, dat, behoudens ingeval artikel 10, tiende lid, van toepassing is, ter zake van deze dividenden niet in aanmerking komt voor de voordelen van artikel 10, derde lid, al of niet in samenhang met artikel 10, vijfde lid, blijft artikel 11, derde lid, van de Belastingregeling voor het Koninkrijk, zoals dat luidde op dat tijdstip, van toepassing tot en met 31 december 2019 indien het lichaam dat inwoner is van Curaçao de uiteindelijk gerechtigde is tot deze dividenden en voor ten minste 25 percent van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder is, en was op dat tijdstip, van het lichaam dat de dividenden betaalt, met dien verstande dat in artikel 11, derde lid, van de Belastingregeling voor het Koninkrijk, voor «8,3 percent» wordt gelezen «5 percent».

c. In het tweede lid wordt «geen toepassing» vervangen door «geen toepassing tot en met 31 december 2019» en komt de tweede volzin te luiden «De eerste volzin blijft buiten toepassing op dividenden die worden betaald door het lichaam dat inwoner is van Nederland indien Nederland op basis van zijn wetgeving of enigerlei internationale regeling niet bevoegd is dividendbelasting te heffen over de dividenden die door dat lichaam worden betaald». Voorts wordt in de derde volzin «belang,bedoeld» vervangen door: belang, bedoeld.

15

In Artikel 32, tweede lid, wordt «wet op de inkomstenbelasting 2001» vervangen door: Wet inkomstenbelasting 2001.

16

Artikel 33, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

a. In de aanhef wordt «en artikel 21, tiende lid,» vervangen door: en artikel 21, tiende lid:.

b. In onderdeel c wordt «vijfde lid» vervangen door: tiende lid.

17

Artikel 34 komt te luiden:

Na afloop van de in artikel 33, tweede lid, bedoelde overgangsperiode, of op een eerder bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, wordt deze rijkswet als volgt gewijzigd:

1. Artikel 11, eerste lid, komt te luiden:

1. Rente afkomstig uit een land die wordt verkregen door een inwoner van het andere land die de uiteindelijk gerechtigde is, is slechts belastbaar in dat andere land.

2. In Artikel 20, eerste lid, vervalt: of in artikel 33.

3. Artikel 21, tiende lid, vervalt.

4. Artikel 33 vervalt.

18

Onder vernummering van de artikelen 36 en 37 tot artikel 37 en artikel 38 wordt na artikel 35 een nieuwe artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 36 invoeringswetgeving

Artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, komt te luiden:

e. van verdrag, wordt daaronder mede begrepen een regeling ter voorkoming van dubbele belasting die is overeengekomen met een in onderdeel c bedoelde bestuurlijke eenheid, alsmede een regeling ter voorkoming van dubbele belasting die is getroffen voor de relatie met een of meer landen binnen het Koninkrijk;.

19

In Artikel 37, tweede lid, (nieuw) wordt «De Belastingregeling voor het Koninkrijk vindt tussen Nederland en Curaçao» vervangen door: Behoudens voor zover in deze rijkswet anders bepaald, vindt de Belastingregeling voor het Koninkrijk tussen Nederland en Curaçao.

TOELICHTING

In de nota naar aanleiding van het verslag van de Tweede Kamer der Staten-Generaal tevens nota naar aanleiding van het verslag van de Staten van Curaçao (hierna: nota naar aanleiding van het verslag) is een aantal aanpassingen in het voorstel van rijkswet (hierna: de BRNC) aangekondigd. Deze nota van wijziging strekt hiertoe. Daarbij is voorts van de gelegenheid gebruik gemaakt enkele redactionele verbeteringen aan te brengen in het voorstel van rijkswet. De aangekondigde inhoudelijke aanpassingen zijn opgenomen in de onderdelen 2, 3, 10, 11, 12, 13 en 14 van deze nota van wijziging. In het onderstaande wordt op deze wijzigingen ingegaan.

Onderdeel 1 (artikel 3)

De in dit onderdeel opgenomen wijziging is redactioneel van aard.

Onderdeel 2 (artikel 4)

Zoals in de nota naar aanleiding van het verslag is aangegeven, is de toegang tot de onderlinge overlegprocedure van artikel 24 van de BRNC niet bezwaarlijk in de gevallen waarin sprake blijft van een dubbele woonplaats. De in dit onderdeel opgenomen wijziging van de tweede volzin strekt ertoe dit te verduidelijken.

Onderdeel 3 (artikel 5)

De leden van de fractie van PAIS van de Staten van Curaçao hebben vragen gesteld over het in artikel 5 en artikel 9 van de BRNC gehanteerde begrip «gelieerde ondernemingen». In de nota naar aanleiding van het verslag is aangegeven dat dit begrip in zowel artikel 5 (zevende lid) als in artikel 9 (kopje en eerste lid) wordt gehanteerd om «gelieerde ondernemingen» te onderscheiden van «onafhankelijke ondernemingen». Maar ook dat de (beoogde) invulling van deze term «gelieerd» in beide artikelen niet dezelfde is. Volgens artikel 5, zevende lid, tweede volzin, is sprake van een «gelieerde onderneming» indien «de ene onderneming onmiddellijk of middellijk ten minste een derde deel van het kapitaal van de andere onderneming bezit of indien een persoon onmiddellijk of middellijk ten minste een derde deel van het kapitaal van beide ondernemingen bezit». Bij deze invulling is aangesloten bij het in artikel 17a, onderdeel f, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, gehanteerde begrip «verbonden lichaam» dat in artikel 10a, vierde lid, van die wet, is gedefinieerd. Volgens artikel 9, eerste lid, is van gelieerdheid sprake indien a) een onderneming van een land onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van, aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van het andere land, of b) dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van, aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een land en een onderneming van het andere land. Daarbij is geheel aangesloten bij het overeenkomstige artikel 9 van het OESO-modelverdrag.

Aangezien dit verschillende gebruik van het begrip «gelieerd» tot verwarring kan leiden, wordt dit begrip in artikel 5, zevende lid, vervangen door het begrip «verbonden». Zo wordt dus verduidelijkt dat de in artikel 5, zevende lid, opgenomen maatstaf een andere is dan die in artikel 9, eerste lid, is opgenomen. In dat laatste geval blijft voorop staan dat wordt aangesloten bij artikel 9, eerste lid, van het OESO-modelverdrag.

De in dit onderdeel opgenomen wijziging van het vijfde lid van artikel 5 is redactioneel van aard.

Onderdelen 4 tot en met 9 (artikelen 8, 9, 10, 11, 20 en 21)

De in deze onderdelen opgenomen wijzigingen zijn redactioneel van aard.

Onderdeel 10 (artikel 24)

De in onderdeel a opgenomen wijziging is redactioneel van aard.

Met de in onderdeel b opgenomen wijziging wordt bereikt dat arbitrage ook mogelijk wordt voor de gevallen waarbij de bevoegde autoriteiten van Nederland en Curaçao geen overeenstemming kunnen bereiken in de zin van artikel 4, vijfde lid, van de BRNC, over de vaststelling van het inwonerschap voor toepassing van de BRNC indien in beginsel sprake is van een dubbele woonplaats. Zoals in de nota naar aanleiding van het verslag onder het kopje «Inwoner (artikel 4)» is aangegeven, mede naar aanleiding van vragen van de leden van de fractie van het CDA, zijn zowel Curaçao als Nederland tot de conclusie gekomen dat ook voor de in artikel 4, vijfde lid, opgenomen regeling arbitrage een redelijk sluitstuk vormt als een kwestie door de bevoegde autoriteiten niet kan worden opgelost, zoals dat in zijn algemeenheid ook het uitgangspunt is bij de in artikel 24 opgenomen regeling over het onderlinge overleg.

Onderdelen 11 en 12 (artikel 25 en artikel 26)

In artikel 25 en artikel 26 van de BRNC zijn bepalingen opgenomen over de uitwisseling van informatie onderscheidenlijk de bijstand bij invordering. Volgens het zevende onderscheidenlijk negende lid van deze artikelen zijn de bepalingen ervan van overeenkomstige toepassing ter zake van de inkomensafhankelijke regelingen krachtens de wetgeving van een van de landen. Voor Nederland heeft dit betekenis voor de toeslagen. Abusievelijk is daarbij niet ook geregeld de bepalingen van overeenkomstige toepassing te laten zijn op de premies die worden geheven volgens het sociale zekerheidsstelsel van een land. Volgens artikel 44 (Wederzijdse bijstand) van de Belastingregeling voor het Koninkrijk 1964 (verder: BRK) is dat thans wel zo. Met de onderhavige wijziging van artikel 25, zevende lid, en artikel 26, negende lid, wordt bereikt dat dit ook onder de BRNC het geval zal zijn.

De in onderdeel 12 opgenomen wijziging van artikel 26, zevende lid, is redactioneel van aard.

Onderdeel 13 (artikel 29)

Artikel 29 BRNC bevat een overgangsregeling die is getroffen in verband met het opnemen in het derde lid van artikel 17 (Pensioenen, lijfrenten, socialezekerheidsuitkeringen) van de BRNC van een bronheffingsrecht van 15 percent voor betalingen aan een inwoner van een land van pensioenen, andere soortgelijke beloningen en lijfrenten, voor het land waaruit deze betalingen afkomstig zijn. Zoals in de nota naar aanleiding van het verslag is aangegeven, is met de overgangsregeling een eerbieding beoogd van de onder de BRK geldende heffingsrechtenverdeling voor pensioenen van huidige inwoners van Curaçao en die reeds waren ingegaan op het tijdstip van indiening bij Koninklijke boodschap van de BRNC. Dit uitgangspunt om aan te sluiten bij de huidige heffingsrechtenverdeling wordt met de onderhavige wijziging beter tot uitdrukking gebracht. Voor personen die op het tijdstip waarop het voorstel rijkswet bij koninklijke boodschap is ingediend (5 juni 2014) reeds inwoner waren van Curaçao en van wie het pensioen, andere soortgelijke beloning of lijfrente, toen reeds was ingegaan, worden niet de bepalingen van artikel 17 van toepassing, maar blijven de bepalingen van toepassing die ter zake van deze inkomsten op dat tijdstip bij of krachtens de BRK zijn gesteld. Mede in verband hiermee wordt in onderdeel 19 van de onderhavige nota van wijziging een wijziging aangebracht in artikel 36 van de BRNC door te bepalen dat met ingang van de inwerkingtreding van de BRNC de BRK tussen Nederland en Curaçao geen toepassing meer vindt, behoudens voor zover in deze rijkswet anders bepaald. Daarnaast is de bepaling wederkerig gemaakt door toevoeging van een tweede lid. Hiermee ziet de bepaling ook op natuurlijke personen die op het tijdstip van indiening bij Koninklijke boodschap van de BRNC reeds inwoner waren van Nederland en toen reeds een pensioen, andere soortgelijke beloning of lijfrente, ontvingen uit Curaçao.

Onderdeel 14 (artikel 30)

In artikel 30 van de BRNC is een overgangsregeling opgenomen in verband met het opnemen in artikel 10 (Dividenden) van de BRNC van een uitsluitende woonlandheffing voor deelnemingsdividenden en de daaraan verbonden voorwaarden (vervat in een zogenoemde «LOB-bepaling» die in artikel 10 is opgenomen). Omdat de eisen in de LOB-bepaling afwijken van de huidige in de BRK opgenomen voorwaarden voor het verkrijgen van het verlaagde bronbelastingtarief voor deelnemingsdividenden is het mogelijk dat er gevallen zijn die nu onder de BRK wel en onder de BRNC geen recht zullen hebben op het (ten opzichte van het nationale tarief) verlaagde tarief, zonder dat er een wijziging in de feiten en omstandigheden heeft plaatsgevonden. De getroffen overgangsmaatregel beoogt voor deze bestaande gevallen te voorzien in een tijdelijke verlaging van de Nederlandse (bron-) heffing over deelnemingsdividenden en wel door tijdelijke voortgezette toepassing van artikel 11, derde lid, van de BRK, met dien verstande dat daarbij het toepasselijke tarief op 5 percent is gesteld. In de nota naar aanleiding van het verslag is onder het kopje «De behandeling van deelnemingsdividenden» en het kopje «Het voorkomen van oneigenlijk gebruik van de regeling» aangegeven dat er mede gelet op de diverse vragen die door de leden van de fracties van de Tweede Kamer en van de Staten van Curaçao zijn gesteld, behoefte bestaat de in artikel 30 opgenomen bepaling te verduidelijken. De in het onderhavige onderdeel 14 opgenomen wijzigingen strekken hiertoe.

Met de in onderdeel a opgenomen wijziging wordt het opschrift van artikel 30 BRNC veranderd van «Tijdelijke regeling deelnemingsdividenden» in «Tijdelijke regeling deelnemingsverhoudingen». Hiermee wordt ook in het opschrift van het artikel bevestigd dat de bepalingen van artikel 30 niet alleen betrekking hebben op dividenden maar ook op vervreemdingswinsten. Dit is met name van belang voor de toepassing van de bepalingen van het tweede lid van artikel 30 op basis waarvan artikel 17, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, geen toepassing vindt in de gevallen die onder de reikwijdte van het eerste lid van artikel 30 vallen.

De wijziging van onderdeel b verduidelijkt dat de getroffen overgangsregeling betrekking heeft op «bestaande gevallen». Het gaat dus om lichamen die inwoner zijn van Curaçao, en dat ook waren op het tijdstip waarop het voorstel van rijkswet bij koninklijke boodschap is ingediend, die belangen hebben, en hadden op dat tijdstip, in lichamen die inwoner zijn van Nederland, en die aanspraak zouden hebben (gehad) op de in artikel 11, derde lid, van de BRK opgenomen verlaagde (bronheffings-) tarief over door het Nederlandse lichaam betaalde dividenden.

Met de in onderdeel c opgenomen wijziging wordt de relatie tussen het eerste lid en het tweede lid van artikel 30 gepreciseerd. Het niet-toepassen van het hiervoor reeds aangehaalde artikel 17, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, is beperkt tot de in het eerste lid genoemde periode tot en met 31 december 2019. Voorts is in onderdeel c een wijziging opgenomen om te specificeren dat het uitzonderingsgeval waarin artikel 17, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, wel van toepassing is alleen geldt met betrekking tot dividenden en niet met betrekking tot vermogenswinsten. Hierdoor sluit de bepaling beter aan bij het onderwerp – de belastingheffing over uitgekeerde dividenden in deelnemingsverhoudingen – van de in de memorie van toelichting genoemde zaken C-24/12 en C-27/12 van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De in onderdeel c opgenomen wijziging van artikel 30, tweede lid, derde volzin is redactioneel van aard.

Onderdelen 15, 16 en 17 (artikel 32, 33 en 34)

De in deze onderdelen opgenomen wijzigingen zijn redactioneel van aard.

Onderdeel 18 (artikel 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen)

Met de wijziging van de definitie van «verdrag» in artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt geregeld dat ook de BRNC als «verdrag» wordt aangemerkt voor toepassing van de Nederlandse belastingwetten die onder de reikwijdte van de Algemene wet inzake rijksbelastingen vallen. Deze wijziging is van belang omdat in de Nederlandse belastingwetten nog wordt uitgegaan van de toepassing van de BRK in de relatie tussen Curaçao en Nederland.

Onderdeel 19 (artikel 37)

De wijziging van – na vernummering volgens onderdeel 18 – artikel 37 houdt verband met de in artikel 29 (Overgangsregeling pensioenen en lijfrenten) en artikel 30 (Tijdelijke regeling deelnemingsverhoudingen) opgenomen overgangsregelingen. Volgens deze overgangsregelingen blijven in de daarin bedoelde gevallen enkele bepalingen van de BRK nog (tijdelijk) van toepassing na de inwerkingtreding van de BRNC. Met de in het onderhavige onderdeel 19 opgenomen wijziging wordt deze (tijdelijke) voortgezette toepassing gewaarborgd door te bepalen dat met ingang van de inwerkingtreding van de BRNC de BRK geen toepassing meer vindt tussen Nederland en Curaçao tenzij in de BRNC anders is bepaald.

De Staatssecretaris van Financiën, E.D. Wiebes