Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433932 nr. 8

33 932 Wijziging van de Wet werk en bijstand en enige andere wetten in verband met het verstrekken van een koopkrachttegemoetkoming aan lage inkomens (Wet koopkrachttegemoetkoming lage inkomens)

Nr. 8 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID VAN WEYENBERG TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 6

Ontvangen 19 juni 2014

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel C, wordt artikel 36a gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Personen met een inkomen van ten hoogste 110 procent van de voor de desbetreffende alleenstaande of de desbetreffende gehuwden van toepassing zijnde bijstandsnorm hebben in 2014 recht op een koopkrachttegemoetkoming van 100 euro voor een paar, 90 euro voor een alleenstaande ouder en 70 euro voor een alleenstaande.

2. Het tweede lid vervalt.

Toelichting

In de Miljoenennota 2014 heeft het kabinet aan alle mensen met een inkomen tot 110 procent sociaal minimum een eenmalige uitkering beloofd. Bij de uitwerking van dit voornemen heeft het kabinet er echter voor gekozen om alleen voor mensen met een bijstandsuitkering de eenmalige uitkering te garanderen. Werkenden, ouderen met een klein of zonder aanvullend pensioen en arbeidsongeschikten zijn op basis van het wetsvoorstel afhankelijk van hun gemeente of zij de koopkrachttegemoetkoming al dan niet krijgen, omdat voor onder andere deze groepen een «kan-bepaling» in het wetsvoorstel is opgenomen.

Dit amendement geeft iedereen met een inkomen tot 110 procent van het sociaal minimum recht op de eenmalige koopkrachttegemoetkoming. Zo wordt iedereen met een laag inkomen eerlijk en evenwichtig behandeld.

Net als in het wetsvoorstel kunnen gemeenten of de Sociale verzekeringsbank aan mensen van wie de gemeenten al weten dat zij tot de doelgroep behoren, de uitkering ambtshalve verstrekken. Dat is niet alleen klantvriendelijk, maar deze wijze van verstrekking gaat ook gepaard met de minste uitvoeringskosten. Huishoudens van wie de getoetste inkomensgegevens niet bij de gemeente of de Sociale verzekeringsbank bekend zijn, zullen de koopkrachttegemoetkoming zelf moeten aanvragen. In tegenstelling tot het wetsvoorstel, zullen gemeenten op basis van dit amendement dan de koopkrachttegemoetkoming moeten verstrekken aan eenieder die hierom vraagt en tot de doelgroep behoort. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop gemeenten en de Sociale verzekeringsbank uitvoering geven aan dit amendement.

Van Weyenberg