33 927 Wijziging van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek in verband met het verlenen van bijstand aan de Europese Commissie bij onderzoek naar de manipulatie van statistieken

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING1

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk) wordt niet openbaar gemaakt, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 26, vijfde lid, van de Wet op de Raad van State).

I. ALGEMEEN

Dit wetsvoorstel wijzigt de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek ter implementatie van Gedelegeerd besluit 2012/678/EU van de Commissie van 29 juni 2012 betreffende onderzoeken en boeten in verband met de manipulatie van statistieken als bedoeld in Verordening (EU) nr. 1173/2011 van het Europees Parlement en de Raad inzake de effectieve handhaving van het begrotingstoezicht in het eurogebied (PbEU 2012, L 306), hierna: gedelegeerd besluit. In het gedelegeerd besluit wordt bepaald dat personeelsleden van de statistische instantie de Europese Commissie actief bijstand moeten verlenen bij het doen van inspecties indien zij daarom verzoekt.

Verordening (EU) nr. 1173/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 inzake de effectieve handhaving van het begrotingstoezicht in het eurogebied (PbEU 2011, L 306), hierna: Verordening 1173/2011, verleent de Europese Commissie de bevoegdheid om manipulatie van gegevens over overheidstekort en overheidsschuld op te sporen en aan het licht te brengen. Daartoe dient de Europese Commissie alle nodige onderzoeken uit te voeren zodat in het voorkomende geval aangetoond kan worden dat feitelijke tekort- en schuldgegevens met opzet of door ernstige nalatigheid verkeerd zijn voorgesteld, zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Verordening 1173/2011. De Europese Commissie kan besluiten een onderzoek te openen als zij meent dat er serieuze indicaties zijn voor het bestaan van feiten die een dergelijk verkeerde voorstelling kunnen vormen (artikel 8, derde lid, Verordening 1173/2011).

In artikel 8, vierde lid, van Verordening 1173/2011 is opgenomen dat de Europese Commissie gedelegeerde handelingen vaststelt met betrekking tot een aantal onderdelen van Verordening 1173/2011. Op grond van artikel 2, tweede lid, van het gedelegeerd besluit, kan de Europese Commissie tijdens een onderzoek een inspectie ter plaatse verrichten. In artikel 5, vierde lid, is opgenomen dat personeelsleden van de statistische instanties van de betrokken lidstaat actief bijstand verlenen aan de ambtenaren van de Europese Commissie bij het verrichten van een dergelijke inspectie. In Nederland is deze statistische instantie het Centraal bureau voor de statistiek, hierna: het CBS.

Dit wetsvoorstel regelt dat het CBS deze bijstand kan verlenen en dat de personeelsleden van het CBS ook de benodigde bevoegdheden hiervoor krijgen. De te verlenen bijstand bij inspecties kan gezien worden als een neventaak, die los staat van de kernactiviteiten van het CBS. Er zal naar verwachting alleen in uitzonderlijke gevallen een beroep worden gedaan op deze bijstand.

Dit wetsvoorstel leidt niet tot een wijziging van de regeldruk voor burgers of bedrijven, omdat het beslag op personele capaciteiten van zelfstandige bestuursorganen, voor zover dit niet leidt tot een wijziging van retributies, buiten de reikwijdte van regeldruk valt.

II. ARTIKELEN

Artikel I

Artikel 52a

In dit artikel is de verplichting opgenomen dat het CBS op verzoek bijstand verleent aan de Europese Commissie bij een inspectie als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van het gedelegeerd besluit.

Artikel 52b

De ambtenaren die de bijstand gaan verlenen, worden aangewezen door de directeur-generaal van de statistiek.

In het tweede lid is opgenomen dat deze ambtenaren dezelfde bevoegdheden krijgen als de ambtenaren van de Europese Commissie die een inspectie verrichten. Deze bevoegdheden zijn opgenomen in artikel 5, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van het gedelegeerd besluit. Dat betekent dat de aangewezen ambtenaren:

  • a) toegang hebben tot alle gebouwen van de betrokken eenheid;

  • b) toegang hebben tot alle administratieve en financiële gegevens van de betrokken eenheid, ongeacht de aard van de drager;

  • c) van alle administratieve en financiële gegevens een kopie of uittreksel, in welke vorm dan ook, mogen maken of verkrijgen;

  • d) administratieve en financiële gegevens mogen verzegelen in de mate en gedurende de tijd die nodig is om feitelijk bewijsmateriaal voor het onderzoek samen te stellen, mits de wezenlijke activiteiten van de betrokken eenheid daardoor niet worden gehinderd;

  • e) onder de in artikel 4 van het gedelegeerd besluit vastgestelde voorwaarden vertegenwoordigers of personeelsleden van de betrokken eenheid mogen verzoeken feiten of documenten betreffende het onderwerp en doel van de inspectie toe te lichten.

Hoewel deze bevoegdheden deels overeenkomen met de bevoegdheden die voor toezichthouders zijn opgenomen in Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is hierbij geen aansluiting gezocht omdat de bevoegdheden die de ambtenaren van het CBS blijkens artikel 5, eerste lid, van het gedelegeerd besluit moeten hebben deels breder en deels minder breed zijn dan de bevoegdheden uit de Algemene wet bestuursrecht. Door te verwijzen naar het gedelegeerd besluit sluiten de bevoegdheden precies aan bij de bevoegdheden van de ambtenaren van de Europese Commissie bij een inspectie.

Artikel 52c

In artikel 37 van de wet is opgenomen dat de door de directeur-generaal verzamelde gegevens alleen gebruikt worden voor statistische doeleinden en dat deze niet worden verstrekt aan anderen dan degenen die belast zijn met de uitvoering van de taak van het CBS. Echter, informatie die wordt verzameld in het kader van de bijstand bij een inspectie moet gedeeld kunnen worden met de Europese Commissie. Daarom is er een uitzondering op artikel 37 voor de gegevens verkregen in het uitzonderlijke geval waarin bijstand moet worden verleend zoals bedoeld in artikel 52a. Het betreft hier gegevens die het CBS buiten zijn statistische hoofdtaak (zoals omschreven in artikel 3 van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek) verzameld heeft in het kader van de bijstand. Uit artikel 12 van het gedelegeerd besluit blijkt dat de Europese Commissie geen informatie openbaar maakt die is verkregen in het kader van het onderzoek waarop het beroepsgeheim en de geheimhoudingsplicht van toepassing zijn. De in het kader van een inspectie verkregen documenten of informatie worden uitsluitend gebruikt voor de toepassing van het gedelegeerd besluit.

Artikel II

Dit wetsvoorstel is nodig om te kunnen voldoen aan de verplichtingen uit het gedelegeerd besluit van de Europese Commissie. Om deze reden dient het voorstel zo spoedig mogelijk na de publicatie in het Staatsblad in werking te treden. Het betreft hier implementatie van bindende EU-rechtshandelingen waarvoor afwijking van de vaste verandermomenten mogelijk is.

III. IMPLEMENTATIETABEL

Gedelegeerd besluit

implementatie

Artikel 1, Onderwerp en toepassingsgebied

geen implementatie nodig

Artikel 2, Opening van een onderzoek

geen implementatie nodig

Artikel 3, Verzoek om informatie

eerste lid: geen implementatie nodig, werkt rechtstreeks

tweede lid: geen implementatie nodig

Artikel 4, Vraaggesprekken

geen implementatie nodig, werkt rechtstreeks

Artikel 5, Inspecties

eerste, tweede en zesde lid: geen implementatie nodig

derde en vijfde lid: geen implementatie nodig, werken rechtstreeks

vierde lid: artikel I, onderdeel B, artikelen 52a tot en met 52c

Artikel 6, Recht om te worden gehoord

geen implementatie nodig

Artikel 7, Verslag

geen implementatie nodig

Artikel 8, Duur

geen implementatie nodig

Artikel 9. Recht van verdediging

geen implementatie nodig

Artikel 10, Toegang tot het dossier

geen implementatie nodig, werkt rechtstreeks

Artikel 11, Juridische vertegenwoordiging

geen implementatie nodig, werkt rechtstreeks

Artikel 12, Geheimhouding en beroepsgeheim

geen implementatie nodig

Artikel 13, Maximumbedrag

geen implementatie nodig

Artikel 14, Criteria met betrekking tot het boetebedrag

geen implementatie nodig

Artikel 15, Verjaring voor de inning van boeten

geen implementatie nodig

Artikel 16, inwerkingtreding

Artikel II

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

De oorspronkelijke tekst van het voorstel van wet en van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven