Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433920 nr. 2

33 920 EU-voorstel: Biologische productie COM (2014) 180

Nr. 2 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 april 2014

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij vier fiches aan te bieden die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche 1: Mededeling EU burgerinitiatief water en sanitaire voorzieningen

(Kamerstuk 22 112, nr. 1834)

Fiche 2: Aanbeveling gelijke beloning voor mannen en vrouwen 2014

(Kamerstuk 22 112, nr. 1835)

Fiche 3: Mededeling toekomst biologische productie in de EU

Fiche 4: Verordening biologische productie en etikettering van biologische

producten (Kamerstuk 33 920, nr. 3)

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

Fiche: Mededeling toekomst biologische productie in de EU

1. Algemene gegevens

Titel voorstel

Mededeling van de Commissie inzake Actieplan voor de toekomst van de biologische productie in de Europese Unie

Datum ontvangst Commissiedocument

24 maart 2014

Nr. Commissiedocument

COM (2014) 179

Nr. impact assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board

SWD (2014) 65

Behandelingstraject Raad

Landbouw- en Visserijraad (LVR)

Eerstverantwoordelijk ministerie

Ministerie van Economische Zaken

2. Essentie voorstel

In het nieuwe actieplan doet de Europese Commissie haar tienjarenstrategie voor de biologische landbouw, de desbetreffende controles en de handel in biologische producten uit de doeken. Het actieplan moet ook bijdragen aan de soepele overgang naar het nieuwe juridische kader dat vóór het einde van het decennium ten uitvoer moet worden gelegd. De Commissie heeft in 2004 haar eerste Europees actieplan voor biologisch voedsel en biologische landbouw vastgesteld ter bevordering en versterking van de biologische sector. Het merendeel van de 21 acties uit het plan van 2004 is uitgevoerd, met name het ontwerp van het nieuwe logo voor biologische productie van de Europese Unie. Sinds de vaststelling van dat actieplan in 2004 heeft de Raad in 2007 de wetgeving betreffende biologische landbouw in 2007 herzien en heeft de Commissie nu een voorstel ingediend voor een nieuwe verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, waarbij Verordening (EG) nr. 834/2007 wordt ingetrokken. De Commissie stuurt aan op zowel een vereenvoudiging van de regelgeving als een slag naar strengere regels. Zo stelt de Commissie voor een aantal derogaties te beëindigen. Dit zou onder meer leiden tot vermindering van administratieve lasten (zie separaat BNC-fiche Verordening inzake de biologische productie en etikettering van biologische producten).

De Commissie streeft met het nieuwe actieplan en de herziene verordening naar een verbetering van de wetgeving over de biologische productie en heeft daarbij de volgende doelstellingen:

  • wegnemen belemmeringen voor duurzame ontwikkeling biologische productie,

  • garanderen eerlijke concurrentie voor landbouwers en marktdeelnemers,

  • bevorderen efficiënte ontwikkeling van interne markt en

  • behouden of vergroten van het consumentenvertrouwen in biologische producten.

Samen met de aanstaande wijzigingen in de wetgeving is dit actieplan bedoeld om de groei van de sector te ondersteunen door nieuwe wegen te verkennen om op middellange en lange termijn de uitdagingen op het gebied van vraag en aanbod aan te kunnen. Dit plan draagt ook bij aan de doelstellingen van de Europa 2020-strategie en het herziene gemeenschappelijk landbouwbeleid. Daarnaast draagt het actieplan via milieubescherming, als een van de prioriteiten van de biologische productie, bij aan de doelen van het zevende algemene milieuactieprogramma tot 2020. Voorts zal het actieplan partnerschappen versterken en de actoren mobiliseren die betrokken zijn bij de uitvoering ervan, met name lidstaten en belanghebbenden.

Het nieuwe actieplan is voor de periode tot 2020 gericht op drie prioriteiten.

De eerste prioriteit is het verhogen van het concurrentievermogen van biologische producenten in de Europese Unie door:

  • de kennis over en synergie met EU-instrumenten die gericht zijn op de biologische productie te verhogen;

  • technische hiaten in de biologische productie aan te pakken via onderzoek, innovatie en de verspreiding daarvan;

  • meer informatie over biologische productiesector, markt en handel te verstrekken.

De tweede prioriteit is het consolideren en verhogen van het consumentenvertrouwen in de Europese regeling voor biologische levensmiddelen en landbouw en van het vertrouwen in ingevoerde producten, met name inzake de controlemaatregelen.

De derde prioriteit is het versterken van de externe dimensie van de EU-regeling voor de biologische productie.

Het actieplan bevat 18 actiepunten en aanbevelingen die betrekking hebben op onderwerpen als:

  • omschakeling, afzetbevordering, marktinformatie en samenwerking voor innovatie,

  • markttoegang voor kleine marktdeelnemers en complexiteit van voorschriften,

  • innovatieve (voortrekkers)rol biologische landbouw voor reguliere productie,

  • onderzoek en innovatie om aan nieuwe eisen te kunnen voldoen en innovatieve methoden ontwikkelen en verspreiden voor de uitdagingen in de productie,

  • verbeteren van de coördinatie van financiering voor onderzoek,

  • synergie tussen beleid en instrumenten van de EU, zoals benutten van plattelandsontwikkelingsprogramma in relatie tot biodiversiteit en klimaatverandering,

  • voorlichting (evt. campagne) over biologische productie, controlesysteem en logo,

  • educatie jonge consumenten en regelingen schoolmelk, -groenten en -fruit,

  • opzetten databank voor informatie over beschikbaarheid van biologisch zaaigoed,

  • integriteit van de biologische landbouw en consumentenvertrouwen,

  • bevorderen van betrouwbare biologische import en voorkomen van fraude (toepassing elektronisch certificeringssysteem),

  • versterken externe dimensie van de biologische productie van de EU,

  • bevorderen van biologische aquacultuur

3. Wat is de Nederlandse grondhouding ten aanzien van de bevoegdheidsvaststelling, subsidiariteit en proportionaliteit van deze mededeling en de eventueel daarin aangekondigde concrete wet- en regelgeving? Hoe schat Nederland de financiële gevolgen in, alsmede de gevolgen op het gebied van regeldruk en administratieve lasten?

Bevoegdheidsvaststelling

Het actieplan moet worden gezien als een beleidsplan van de Commissie. De Commissie doet geen uitspraken over de bevoegdheidsvaststelling. De EU heeft een gedeelde bevoegdheid in het kader van landbouw (artikel 4 lid 2 sub d VWEU). Nederland zal er nauwlettend op toezien dat de ambities van de EU blijven passen binnen de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten, zeker ook voor toekomstige wetgevende voorstellen.

Subsidiariteit

De Nederlandse grondhouding over de subsidiariteit inzake het actieplan is positief. Landbouwbeleid is grotendeels Europees van aard. Het actieplan betreft het beleid (de tienjarenstrategie) van de Commissie voor de biologische landbouw, controles en handel en is bedoeld om bij te dragen aan een soepele overgang naar het nieuwe Europese juridische kader (de nieuwe verordening), dat de Commissie vóór het einde van het decennium uitgevoerd wil hebben.

Proportionaliteit

De Nederlandse grondhouding over proportionaliteit inzake het actieplan is positief met kanttekeningen. Bij de proportionaliteitstoets voor het voorstel voor een verordening inzake de biologische productie en etikettering is een negatief oordeel gegeven. Het plan dient te zorgen voor stimulering van de biologische landbouw in de EU en ondersteuning bieden bij een goede uitvoering van de verordening biologische productie en etikettering. Het actieplan bevat een aantal onderwerpen en actiepunten waarop Nederland in het verleden reeds (stimulerings)beleid heeft gevoerd. Alhoewel Nederland zich over het algemeen kan vinden in de inhoud van het actieplan, vraagt zij zich af wat er aan (financiële) inbreng of activiteiten van de lidstaten wordt gevraagd. Een herhaling van beleidsmaatregelen, die Nederland eerder heeft ingezet op thema’s als landbouw en markt, integraal ketenbeleid en innovaties voor biologisch, is voor Nederland niet wenselijk.

Financiële consequenties

Het oordeel over financiële consequenties inzake het actieplan is positief, mits er geen (financiële) inbreng voor de lidstaten verplicht of verwacht wordt. Nederland zal de Commissie vragen precies aan te geven wat het financieel beslag van de toekomstige voorstellen zal zijn. Eventuele nationale budgettaire gevolgen worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels van de budgetdiscipline.

Voorts is Nederland van mening dat eventueel benodigde financiële middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2014–2020 en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de EU-jaarbegroting. Het herziene gemeenschappelijk landbouwbeleid omvat ondersteuningsmaatregelen die kunnen worden toegepast op biologische producenten. Ook kan Horizon 2020, het kaderprogramma van de EU voor onderzoek en innovatie, voor instrumenten zorgen om de prestatie en toepassing van onderzoeksresultaten verder te verbeteren en op termijn te kunnen voldoen aan de eisen in de nieuwe verordening.

Inschatting van de gevolgen voor regeldruk en administratieve lasten

Gevolgen voor regeldruk en administratieve lasten als gevolg van het actieplan worden als gering ingeschat. Dit geldt indien er aan de lidstaten geen verplichtingen op grond van het actieplan worden opgelegd. Het voorstel om een aantal derogaties te beëindigen zou leiden tot vermindering van administratieve lasten voor het bedrijfsleven en de overheid.

4. Nederlandse positie over de mededeling

Nederland kan zich over het algemeen vinden in de inhoud van het actieplan, maar vraagt zich af wat er aan (financiële) inbreng of activiteiten van de lidstaten wordt gevraagd. Nederland gaat er verder vanuit dat dit actieplan bedoeld is ter stimulering van beleidsontwikkeling door de lidstaten zelf en dat het plan geen verplichtingen inhoudt voor de lidstaten. Een Europees actieplan moet er volgens Nederland toe dienen de eigen kracht van de biologische sector verder te stimuleren. Het moet verder kunnen helpen bij het wegnemen van belemmeringen die de ontwikkeling van de biologische agro- en foodsectoren in de weg staan.

Nederland ziet mogelijkheden om bestaande regelgeving voor de biologische productie en de etikettering van biologische producten te verbeteren, maar is tegen een radicale herziening van bestaande regelgeving en een te abrupte beëindiging van derogaties. Dit kan namelijk negatieve gevolgen hebben voor de verdere ontwikkeling van de markt voor biologische producten. Er moet daarom volgens Nederland per derogatie gekeken worden of schrappen wenselijk is en op welke termijn.

Zo heeft Nederland bijvoorbeeld (economisch) belang bij derogaties zoals:

  • het gebruik van niet-biologische ingrediënten, jongvee en uitgangsmaterialen wanneer deze niet in biologische vorm beschikbaar zijn,

  • het toestaan van biologische en gangbare activiteiten op hetzelfde bedrijf.

Het is belangrijk dat zaken die op de (middel)lange termijn zijn gericht (zoals beschikbaarheid biologisch zaad, eiwitgewassen en dierlijk uitgangsmateriaal) in EU-onderzoeksprogramma's als ERA-Net worden opgenomen. Dit gaat alle biologische producenten en schakels in de biologische productieketen aan. Het zijn onderwerpen die kennisacties vragen waarvoor een «langere adem» nodig is. Het kabinet zal kritisch volgen of deze maatregelen niet leiden tot verminderde toegang tot de Europese markt van producenten uit ontwikkelingslanden.

Nederland vraagt zich af of de door de Commissie beoogde doelstellingen wel kunnen worden bereikt door middel van de nu gedane voorstellen. Verder bevat het actieplan een aantal actiepunten waarop Nederland in het verleden reeds (stimulerings)beleid heeft gevoerd.

Verder hecht Nederland belang aan:

  • efficiënte, risicogerichte controles met een goede verhouding tussen proces- en productcontroles,

  • transparantie en traceerbaarheid om het consumentenvertrouwen niet te schaden,

  • ongehinderde handelsstromen en ruimte om te innoveren.