Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2014-201533902 nr. G

33 902 Wijziging van de Telecommunicatiewet (wijziging artikel 11.7a)

G VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 5 maart 2015

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken1 hebben op 27 januari 2015 besloten om naar aanleiding van een in verband met de nadere memorie van antwoord inzake wetsvoorstel 33902 (wijziging artikel 11.7a Telecommunicatiewet – cookiebepaling)2 ontvangen reactie van het Nederlands Uitgeversverbond3 vragen te stellen over het geven van toestemming voor het gebruik van cookies. De vragen zijn opgenomen in een brief van 6 februari 2015 aan de Minister van Economische Zaken.

De Minister heeft op 5 maart 2015 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken, De Boer

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Minister van Economische Zaken

Den Haag, 6 februari 2015

In haar vergadering van 27 januari 2015 heeft de vaste commissie voor Economische Zaken eindverslag4 uitgebracht inzake wetsvoorstel 33902; wijziging artikel 11.7a Telecommunicatiewet (cookiebepaling). Dit wetsvoorstel is vervolgens op 3 februari jl. door de Eerste Kamer als hamerstuk afgedaan.

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken hebben op 27 januari jl. eveneens besloten om naar aanleiding van een op 23 januari 2015 in verband met de nadere memorie van antwoord5 ontvangen reactie van het Nederlands Uitgeversverbond6 op een later tijdstip – los van de behandeling van genoemd wetsvoorstel – mogelijk vragen te stellen over het geven van toestemming voor het gebruik van cookies. Gelet hierop hebben de leden van de PvdA-fractie de volgende vragen. De leden van de fracties van de VVD, de SP, D66 en GroenLinks sluiten zich bij de gestelde vragen aan.

De leden van genoemde fracties danken de regering voor de antwoorden in de nadere memorie van antwoord. Daaruit blijkt dat de voorgestelde wijziging geen effect heeft op de wijze waarop aangetoond kan worden dat er toestemming is gegeven voor het gebruik van cookies. Zij geven u graag de gelegenheid te reageren op de reactie van het Nederlands Uitgeversverbond.

In de nadere memorie van antwoord wordt gemeld dat ook als verantwoordingswijze voor het verkrijgen van toestemming geldt dat er een proces beschreven is waaruit blijkt dat zonder toestemming van de gebruiker geen cookies geplaatst kunnen worden. Het Nederlands Uitgeversverbond stelt dat zo'n procesbeschrijving alleen mogelijk is als de toegang tot de website afhankelijk is gemaakt van toestemming voor alle cookies tegelijk, en dat websites die een gedifferentieerde toestemming aanbieden aan hun bezoekers, niet kunnen volstaan met een procesbeschrijving. Al was het maar omdat derde partijen (advertentienetwerken, social-media

et cetera) die cookies willen plaatsen via een website die gedifferentieerde toestemming mogelijk maakt, met het beleid van die website onmogelijk kunnen aantonen wat de keuze van een specifieke internetgebruiker is geweest (wel of geen toestemming, waarvoor en aan wie?).

De leden van genoemde fracties vernemen graag van u of dit inderdaad het geval is. En zo ja, of bereid bent daarvoor een oplossing voor te bereiden. Tevens vernemen zij graag hoe u de huidige praktijk met cookies beoordeelt en of u het wenselijk acht dat er websites zijn waarbij de toegang afhankelijk is van toestemming voor het plaatsen van cookies.

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken zien de beantwoording van deze vragen met belangstelling tegemoet. Zij ontvangen de antwoorden graag uiterlijk donderdag 5 maart 2015.

De Voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken, E.M. Kneppers-Heijnert

BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 maart 2015

In een brief van 6 februari 2015 (kenmerk 156399.04u) merken de leden van de fracties van de PvdA, VVD, de SP, D66 en GroenLinks het volgende op. In de nadere memorie van antwoord inzake wetsvoorstel 33902; wijziging artikel 11.7a Telecommunicatiewet (Kamerstukken I, 2014/15, 33 902, F) wordt gemeld dat ook als verantwoordingswijze voor het verkrijgen van toestemming geldt, dat er een proces beschreven is waaruit blijkt dat zonder toestemming van de gebruiker geen cookies geplaatst kunnen worden. De leden hebben echter, zo geven zij aan, van het Nederlands Uitgeversverbond vernomen dat een dergelijke procesbeschrijving alleen mogelijk is als de toegang tot de website afhankelijk is gemaakt van toestemming voor alle cookies tegelijk, en dat websites die gedifferentieerde toestemming aanbieden aan hun bezoeker, niet kunnen volstaan met een procesbeschrijving. Dit alleen al omdat derde partijen (advertentienetwerken, sociale-media etcetera) die cookies willen plaatsen via een website die gedifferentieerde toestemming mogelijk maakt, met het beleid van de website onmogelijk kunnen aantonen wat de keuze van een specifieke internetgebruiker is geweest.

De leden van de fracties van de PvdA, VVD, de SP, D66 en GroenLinks vragen of de zienswijze van het Nederlands Uitgeversverbond klopt. En zo, ja, of ik bereid ben daarvoor een oplossing te bieden. Tevens vernemen voornoemde leden graag hoe ik de huidige praktijk met cookies beoordeel en of ik het wenselijk acht dat er websites zijn waarbij de toegang afhankelijk is van de toestemming voor het plaatsen van cookies.

De eerste vraag van de voornoemde leden van de vaste commissie voor Economische Zaken ziet op de wijze waarop een plaatser/lezer van cookies aan ACM kan aantonen dat hij alleen cookies heeft geplaatst en gelezen waarvoor hij toestemming van de internetgebruiker heeft verkregen. Uit contact dat ik heb gehad met ACM blijkt dat dit kan door het geven van een procesbeschrijving van de software van de website. ACM heeft daaraan recentelijk toegevoegd dat een dergelijke procesbeschrijving ook adequaat kan zijn bij websites die hebben gekozen voor een gedifferentieerde toestemming. Zo gebruikt, bijvoorbeeld, de NPO een procesbeschrijving in combinatie met gedifferentieerde toestemming voor cookies.

Er is daarbij geen enkele noodzaak om te werken met een cookiemuur. Iets wat overigens een partij als de NPO ook wettelijk niet meer mag, gelet op het nieuwe vijfde lid van artikel 11.7a Telecommunicatiewet.

Een procesbeschrijving voldoet verder ook als bewijs wanneer via een website cookies van derden worden geplaatst en gelezen. Een partij die cookies plaatst via de website van een ander kan dit alleen als de website-aanbieder hem deze mogelijkheid heeft geboden. De derde partij en de website-aanbieder moeten daarbij afspreken wie de toestemming regelt. In de meeste gevallen vraagt de website-aanbieder namens de derde partij de toestemming. Immers als de derde partij zelf om toestemming zou vragen, dan zou hij dit binnen de beperkte, door de website-eigenaar geboden ruimte moeten doen. Dit is echter in de regel niet goed werkbaar omdat dan elke van een derde partij afkomstige advertentie eerst een toestemmingspop-up zou moeten bevatten voordat deze kan worden ingeladen. In de praktijk is het dan ook meestal de website-aanbieder die door middel van een procesbeschrijving aan ACM kan aantonen dat (ook) de cookies van derden alleen met toestemming worden geplaatst en gelezen.

Voornoemde leden vragen tevens hoe ik de huidige praktijk met cookies beoordeel en of ik het wenselijk acht dat er websites zijn waarbij de toegang afhankelijk is gemaakt van toestemming voor het plaatsen van cookies.

Op dit moment ben ik met een groot aantal marktpartijen en ACM in gesprek om te komen tot het gebruiksvriendelijker maken van de cookiemeldingen en het geven van toestemming. Ook verwacht ik dat de gebruiksvriendelijkheid zal toenemen door de recente aanpassingen van de cookiebepaling, waardoor geen toestemming meer hoeft te worden verkregen voor cookies die geen gevolgen hebben voor de privacy. Ik zie en verwacht dan ook positieve ontwikkelingen in de praktijk. Voor wat betreft het gebruik van cookiemuren gaf ik bij de parlementaire behandeling van de aanpassing van de cookiebepaling (nota naar aanleiding van het verslag, Vergaderjaar 2013–2014, 33 902, nr. 6) al aan het gebruik van zogenoemde cookiemuren een bijzonder gebruikersonvriendelijke oplossing te vinden. Dit neemt niet weg dat, zoals ik toen ook aangaf, het te ver gaat om in algemene zin het gebruik van cookiemuren te verbieden. De meeste websites zijn toegankelijk zonder dat daarvoor moet worden betaald. Dit is in veel gevallen slechts mogelijk omdat de betreffende website gefinancierd wordt uit reclame-inkomsten. Daarbij gaat het vaak om specifiek op de betreffende internetter gerichte reclame. Daarbij wordt gebruikt gemaakt van gegevens over zijn/haar surfgedrag dat gevolgd wordt met behulp van cookies. Tegen deze wijze van financiering van een website bestaat geen bezwaar, op voorwaarde dat de internetter vooraf adequaat wordt geïnformeerd dat zijn/haar surfgedrag met behulp van cookies wordt gevolgd en daarvoor toestemming van de internetter is verkregen. Als een gebruiker van internet niet bereid is de «prijs» van de website, het toestaan van trackingcookies, te betalen, staat het de aanbieder van de website in beginsel vrij om de verdere toegang te weigeren.

De regering wil geen afbreuk doen aan de ondernemingsvrijheid met betrekking tot de mogelijkheden van de aanbieder van een website om een tegenprestatie te verlangen voor het gebruik van zijn website. Bovendien zou een regeling die aanbieders van websites zou dwingen gebruikers toegang tot de website te geven ook als zij geen toestemming geven voor het gebruik van tracking cookies, in strijd zijn met de dienstenrichtlijn. Een dergelijke regel zou effect hebben op het vrij kunnen verrichten van de dienst, bestaande uit het aanbieden van een website. Artikel 16 van de dienstenrichtlijn bepaalt dat dergelijke «verrichtingseisen» alleen gesteld mogen worden als ze noodzakelijk zijn vanwege openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid of de bescherming van het milieu. Dit neemt niet weg dat er gevallen zijn waarin het gebruik van cookiemuren niet is toegestaan. In algemene zin geldt dat dat het geval is de eindgebruiker van een bepaalde site niet langer in vrijheid een keuze kan maken. Dit doet zich onder meer voor indien de eindgebruiker erg afhankelijk is van de website en er geen of onvoldoende alternatieven zijn. Of hiervan sprake is, zal aan de hand van de omstandigheden van het geval moeten worden beoordeeld door ACM. Een uitzondering vormen de websites van de overheid. Daarvoor is in de recente aanpassing van artikel 11.7a Telecommunicatiewet bepaald dat de toegang tot de website niet mag worden geweigerd als er geen cookies worden geaccepteerd.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Samenstelling: Holdijk (SGP), Kneppers-Heijnert (VVD), (voorzitter), Terpstra (CDA), Sylvester (PvdA), Essers (CDA) Thissen (GL), Nagel (50PLUS), Elzinga (SP), Huijbregts-Schiedon (VVD), Koffeman (PvdD), Reuten (SP), Schaap (VVD), Flierman (CDA), Hoekstra (CDA), Van Boxtel (D66), Backer (D66), Vos (GL), De Lange (OSF), Schrijver (PvdA), Postema (PvdA), Vlietstra (PvdA), (vicevoorzitter), Van Strien (PVV), Faber-van de Klashorst (PVV), Ester (CU), Bröcker (VVD), Beckers (VVD), Van Beek (PVV), Gerkens (SP) en Koning (PvdA).

X Noot
2

Kamerstukken I, 2014/15, 33 902, E

X Noot
3

Reactie van het Nederlands Uitgeversverbond van 23 januari 2015; geregistreerd onder griffienummer 156399.03

X Noot
4

Kamerstukken I, 2014/15, 33 902, F

X Noot
5

Kamerstukken I, 2014/15, 33 902, E

X Noot
6

Reactie van het Nederlands Uitgeversverbond van 23 januari 2015; geregistreerd onder griffienummer 156399.03