33 900 Wijziging van de Kieswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, houdende aanpassing van de regeling met betrekking tot het kiesrecht van niet-Nederlanders bij eilandsraadsverkiezingen

Nr. 8 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 september 2014

Bij brief van 29 september 2014 heeft uw Kamer nadere toelichting gevraagd over de consequenties van haar besluit de behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Kieswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, houdende aanpassing van de regeling met betrekking tot het kiesrecht van niet-Nederlanders bij eilandsraadsverkiezingen (Kamerstuk 33 900) op te schorten. Tevens is gevraagd naar de consequenties van het feit dat de wijziging van artikel Ya 14 Kieswet uit de wet van 3 juli 2013 (Kamerstuk 33 268) nog niet in werking is getreden. Ik voldoe daaraan via deze brief.

Het heeft, zoals ook al bij de behandeling vermeld, mijn voorkeur dat het wetsvoorstel wél wordt behandeld. Daar zijn drie redenen voor:

  • 1. Met dit wetsvoorstel kan de wettelijke basis voor het recht van buitenlandse ingezetenen van Caribisch Nederland om een stem uit te brengen en te worden gekozen voor de eilandsraad van het eiland waar ze wonen, in werking treden.1 Ook zonder wettelijke basis kunnen zij een stem uitbrengen, maar dan is dat uitsluitend gebaseerd op een besluit van het eilandsbestuur, waaraan een rechterlijke uitspraak ten grondslag ligt.2

  • 2. Het wetsvoorstel bevat een horizonbepaling die voorkomt dat na een eventuele toekomstige wijziging van de Grondwet buitenlanders indirect zeggenschap zouden krijgen over de samenstelling van de Nederlandse senaat. De Eerste Kamer hecht om die reden aan dit wetsvoorstel, en ik heb haar toegezegd het daarom spoedig aanhangig te maken, nog vóór de inwerkingtreding van de genoemde wettelijke basis.

  • 3. Het debat van 24 september ging over het recht van buitenlandse ingezetenen van Caribisch Nederland om te stemmen voor hun eilandsraad. In die context heb ik gezegd dat uitstel van het behandelen niet wenselijk is, maar geen direct materieel effect heeft omdat ze ook nu kunnen stemmen (zie ook punt 1). Dat geldt niet voor het passief kiesrecht: de rechterlijke uitspraak heeft alleen betrekking op het actief kiesrecht. Mocht de Tweede Kamer eraan hechten dat buitenlanders komend voorjaar gekozen kunnen worden als lid van de eilandsraad, het passief kiesrecht, dan is dat inderdaad een reden temeer om de wetsbehandeling nu door te zetten.

In het debat van afgelopen week heb ik toegezegd voor het eind van het jaar met een notitie te komen over mogelijke scenario’s om een Grondwettelijke basis te creëren voor een kiescollege ten behoeve van het stemproces in Caribisch Nederland, dan wel ook het stemmen voor de Eerste Kamer door Nederlandse burgers die geen ingezetenen van Nederland zijn. Ik zal die toezegging vanzelfsprekend hoe dan ook gestand doen, ook wanneer uw Kamer besluit de behandeling van wetsvoorstel Kamerstuk 33 900 op korte termijn voort te zetten.

Ik hoop dat u in het bovenstaande grond vindt de behandeling van het wetsvoorstel voort te zetten.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Artikelen I, onderdeel EL, en V van de wet van 3 juli 2013 tot wijziging van de Kieswet houdende maatregelen om het eenvoudiger te maken voor Nederlanders in het buitenland om hun stem uit te brengen, wijziging van de wijze van inlevering van de kandidatenlijsten, aanpassing van de datum van kandidaatstelling en stemming, alsmede regeling van andere onderwerpen (Stb. 2013, nr. 289).

X Noot
2

Uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 10 januari 2011, HLAR 044/10.

Naar boven