33 894 Initiatiefnota van het lid Albert de Vries: «Krimp biedt ruimte voor groei»

Nr. 2 INITIATIEFNOTA

Er moet meer aandacht komen voor de zogenaamde krimpregio’s. Dit zijn gebieden die te maken hebben met «leegloop». Bijvoorbeeld wanneer jongeren het platteland massaal verruilen voor de stad. Als zoveel mensen vertrekken, is het voor winkels, scholen, en ziekenhuizen lastig om te overleven. Daardoor verhuizen nog meer jonge gezinnen en gaan ook de bakker en de slager failliet.

Dat is niet alleen funest voor die gemeenschappen, maar zet ook de omliggende steden onder druk. Er ontstaat een tweedeling tussen groeigemeentes en spookdorpen in spé, voor beiden nadelig. Daarom willen wij ik krimpgemeentes aantrekkelijker maken. Voor de mensen die er nu al wonen én voor nieuwkomers. Dat kan met werk in de buurt, voorzieningen dichtbij, en ruimte voor groei.

In verschillende delen van Nederland maken we hier al werk van. Lokale voorlopers zijn wethouders als Jacob Bruintjes in het Drentse Borger-Odoorn, Cees Liefting in Terneuzen en Barry Braeken in Heerlen. Maar ook vanuit de Tweede Kamer is steun nodig.

Daarom doen wij in de initiatiefnota aanbevelingen voor:

Werk in de buurt/ Banen maken en behouden

De rijksoverheid moet in Friesland, Drenthe, Limburg, en Zeeland zoveel mogelijk banen behouden. Als er toch overheidsbanen moeten verdwijnen, dan willen we dat de regering eerst de mogelijkheden in regio’s met een sterke economie onderzoekt. Mocht er echt geen andere optie zijn, dan willen wij dat er niet méér banen verdwijnen dan het landelijk gemiddelde. De overheid is een belangrijke werkgever voor deze regio’s en vult het gat op dat de markt laat liggen.

Om de lokale economie te versterken willen wij dat gemeentes waaruit mensen wegtrekken zoveel mogelijk vergroenen en verduurzamen. In onder andere de Eemshaven, Vlissingen-Oost en Den Helder is er ruimte voor wind-, zon- en getijde-energie en zijn er (chemische) industrieën waarmee het nu niet goed gaat, die zich zouden kunnen richten op biobrandstoffen. Het belang van duurzame energie werd de afgelopen weken opnieuw enorm duidelijk. Het is dan ook niet alleen belangrijk voor deze krimpende regio’s, maar voor heel Nederland.

In een moeilijke economie kan samenwerking bedrijven helpen overleven. Daarom willen wij dat overheden lokaal het voortouw nemen om bedrijven bij elkaar te brengen, zodat ze kunnen samenwerken. In Zuid-Limburg gebeurt dit in de zogenaamde «smart services hub», waarin ABP, CBS en commerciële bedrijven samen aan nieuwe vormen van dienstverlening werken. Dat levert zoveel verbeteringen op, dat bedrijven die jaren geleden banen naar het buitenland verplaatsten, dat werk nu weer terughalen.

Onderwijs en zorg, dicht bij mensen

Wij willen ook voor gemeentes met minder inwoners een aantal voorzieningen garanderen. Zo moet er in elke gemeente ten minste één openbare basisschool zijn, op bereikbare afstand, waar voor iedere leerling plek is. Daarbij moet er in deze regio’s minimaal één onderwijsinstelling zijn die technici en gespecialiseerd personeel opleidt.

Naast het onderwijs, vinden wij de zorg in krimpgebieden ook ontzettend belangrijk. Daarom gelden voor de spoedeisende zorg wat ons betreft dezelfde normen en regels als elders in het land. Je moet er ook in een krimpgebied op kunnen rekenen dat je voor spoedeisende zorg in de buurt terecht kan.

Om te voorkomen dat scholen of zorginstellingen elkaar in dunbevolkte gebieden de tent uit concurreren, willen wij meer samenwerking en minder concurrentie. Zo zorg je voor het best mogelijke zorgaanbod, ook in regio’s waar steeds minder mensen wonen.

Ruimte voor groei

Wij willen dat de overheid plannen van inwoners ondersteunt en lokale wensen respecteert. Dat betekent ook dat we eventuele beknellende wetgeving veranderen. Bijvoorbeeld als wetten ervoor zorgen dat het lastig is om een dorpshuis of een clubgebouw te beheren. We stimuleren verder dat verschillende lokale organisaties in één en hetzelfde gebouw kunnen samenkomen.

De lokale overheid maakt werk van leegstaande panden: er moet zo snel mogelijk een nieuwe bestemming komen voor een leeg gebouw. Verkrotte panden moeten op kosten van de eigenaar worden opgeknapt. Er is niet voor niets regelgeving om eigenaren van lege panden te motiveren een nieuwe bestemming voor hun onroerend goed te vinden of te renoveren: lokaal maken we daar dan ook actief gebruik van.

Maar wij vinden ook dat je goede initiatieven moet belonen: als dorpsbewoners ervoor kiezen om in coöperatie verband corporatiewoningen te verhuren of gezamenlijk duurzame energie op te wekken, dan moet je dat als (lokale) overheid aanjagen en stimuleren.

Waar de voorzieningen tekortschieten of het onderwijs en banen niet goed op elkaar aansluiten, kunnen Europese subsidies een uitkomst bieden.

Over de grens kijken

Wij willen de grens nog meer gaan zien als een kans en niet als probleem. Daarom moet het eenvoudiger worden om over de grens te werken, bijvoorbeeld door belastingregels te versimpelen. Ook willen we de sociale zekerheid beter laten aansluiten op werk in een buitenlandse buurgemeente. Verder gaan wat de PvdA betreft onderwijswethouders van grensgemeentes met hun collega’s in het buurland om de tafel om het onderwijs beter op elkaar aan te laten sluiten. Zo wordt het makkelijker om in het buurland een opleiding te volgen.

Financiele consequenties

In de initiatiefnota doen wij voorstellen om in de ordening van de gemeentelijke financiën rekening te houden met krimpgemeenten. Dit zal niet een verhoging, maar wel een verschuiving van inzet van middelen betekenen.

De intentie is daarbij niet om méér geld beschikbaar te stellen, maar om beschikbare fondsen, zoals bijvoorbeeld Europese subsidies, gericht in te zetten voor krimp.

Beslispunt

In de bijlage is een uitgebreidere en geïllustreerde beschrijving opgenomen van onze plannen1. De komende vier jaar zetten wij ons in om deze voorstellen in de praktijk te brengen zodat in de krimpregio’s leren, werken, wonen, ondernemen, recreëren en meedoen op fatsoenlijk niveau mogelijk blijft. Wij vragen daarbij een faciliterende inzet van de rijksoverheid. Daarom willen wij een beleidsreactie vragen van het hele kabinet op de door ons in de bijlage uitgebreider gepresenteerde plannen, zodat dit in het debat met de Kamer tot een beleid kan komen waarbij de krimp ruimte biedt voor groei.

Albert de Vries

Mede namens:

Thea van der Veen, Delfzijl

Ton Sleeking, Emmen

Birgit op de Laak, Horst aan de Maas

Diana van Damme Fassaert, Hulst

Paul Maasbommel, wKollumerland

Ben Plandsoen, Leek

Wilma Heesen, Lochem

Ruud Guyt, Sittard-Geleen

Houkje Rijpstra, Tytsjerksteradiel

Juliette Verbeek, Vaals


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven