Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201533882 nr. 13

33 882 Wijziging van de Gemeentewet en het Wetboek van Strafrecht ter aanscherping van de maatregelen ter bestrijding van voetbalvandalisme en ernstige overlast

Nr. 13 AMENDEMENT VAN HET LID HELDER

Ontvangen 21 januari 2015

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Artikel II wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanhef wordt vervangen door:

Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 38v wordt als volgt gewijzigd:.

2. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

B

Artikel 141 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onder 1°, wordt «indien hij opzettelijk goederen vernielt» vervangen door «indien bij het gepleegde geweld enig goed is vernield» en vervalt: door hem.

2. Het derde lid vervalt.

Toelichting

Dit amendement regelt dat voor strafverzwaring bij openlijk in vereniging gepleegd geweld tegen personen of goederen, waarvoor sprake dient te zijn van opzettelijk vernielde goederen of van toegebracht (zwaar) lichamelijk letsel bij een of meer personen (met de dood als gevolg), niet langer is vereist dat de goederen zijn vernield door de schuldige of dat toegebracht (zwaar) lichamelijk letsel bij dan wel de dood van een of meer personen het gevolg is van door de schuldige gepleegd geweld. Een ieder die schuldig wordt bevonden aan het openlijk in vereniging gepleegd geweld kan worden gestraft met een van de zwaardere straffen, indien door hem dan wel door een of meer andere personen die met hem in vereniging dat geweld hebben gepleegd, al dan niet opzettelijk goederen zijn vernield of een of meer personen (zwaar) lichamelijk letsel is toegebracht (met de dood als gevolg). Daarmee komt ook het opzetvereiste voor de vernieling van goederen te vervallen. Voorts regelt dit amendement dat artikel 81 van het Wetboek van Strafrecht niet langer buiten toepassing blijft bij openlijk in vereniging gepleegd geweld tegen personen of goederen. Dit leidt ertoe dat met het plegen van geweld wordt gelijk gesteld het brengen in een staat van bewusteloosheid of onmacht.

Groepsleden kunnen op dit moment worden vervolgd voor openlijke geweldpleging. Indien echter misdrijven worden gepleegd in groepsverband waarbij één of meerdere personen worden gedood dan wel (zwaar) mishandeld of waarbij goederen worden vernield waardoor schade is ontstaan, wordt het lastig. Het Openbaar Ministerie (OM) moet namelijk kunnen bewijzen welk lid van de groep het (dodelijk) letsel heeft toegebracht of de schade heeft veroorzaakt en met welke intentie (opzet gericht op bepaalde gevolgen c.q. voorbedachte rade) hij dit heeft gedaan. Deze zware bewijslast kan tot gevolg hebben dat het OM de leden van de groep niet vervolgt voor het zwaardere delict of dat de groepsleden worden vrijgesproken van het zwaardere delict en dat zij dus worden veroordeeld voor een veel minder zwaar delict dan zij daadwerkelijk hebben gepleegd. Er zal dan ook een straf worden opgelegd die niet in verhouding zal zijn met de daadwerkelijke misdraging(en), omdat de rechter een minder zware straf kan opleggen. Met dit amendement wordt dan ook beoogd deze bewijsproblemen weg te nemen bij het OM. Door een gehele groep strafrechtelijk aansprakelijk te stellen voor de ingetreden gevolgen moet voorkomen worden dat daders hun (juiste) straf ontlopen.

De voorgestelde wijzigingen in de strafbepaling inzake openlijke geweldpleging hebben tot gevolg dat het OM niet hoeft te bewijzen wie binnen een groep geweldplegers bijvoorbeeld de steen heeft gegooid en ook niet dat de raddraaiers de bedoeling hadden dat er bepaalde gevolgen zouden intreden door het gooien van de steen. De hele groep, en dus elk lid dat aan de gewelddadige sfeer die tot het gooien van de steen heeft geleid, heeft bijgedragen, wordt strafrechtelijk verantwoordelijk gehouden voor de gevolgen. Hierbij blijft uiteraard wel causaal verband vereist tussen de openlijke geweldpleging (van de groep) en de strafverzwarende omstandigheden (schade, letsel, dood), maar is de verhoogde aansprakelijkheidstelling dus niet langer beperkt tot het groepslid dat die omstandigheden (opzettelijk) heeft teweeg gebracht.

In concreto houdt dit in dat de nu nog in de wet opgenomen eis dat een zwaardere strafmaat bij openlijke groepsgewijze geweldpleging waarbij goederen zijn vernield of waarbij een of meer personen (zwaar) lichamelijk letsel is toegebracht (met de dood als gevolg), alleen van toepassing is op de deelnemer aan die groepsgewijze geweldpleging die zelf opzettelijk die goederen heeft vernield dan wel aan de deelnemer die die persoon of personen (zwaar of dodelijk) lichamelijk letsel heeft toegebracht, wordt geschrapt. Wie deelneemt aan openlijke geweldpleging, neemt het risico dat een mededader mogelijk verder gaat dan de eerst bedoelde persoon had beoogd. Derhalve wordt een ieder voor de gevolgen strafrechtelijk verantwoordelijk gehouden. Het meedoen aan de openlijke groepsgewijze geweldpleging heeft namelijk de sfeer gecreëerd waarin sommige van de deelnemers ertoe komen om zo ver te gaan dat zij daadwerkelijk goederen vernielen dan wel personen (zwaar) lichamelijk letsel toebrengen (met de dood als gevolg). Dat dit kan gebeuren is voor ieder der deelnemers te voorzien en er is alle reden om dan ieder voor die teweeg gebrachte gevolgen te bestraffen.

Groepsleden hebben dus de keuze: ingrijpen of weggaan. Wanneer de keuze voor het laatste wordt gemaakt, wordt daarmee het risico aanvaard op het intreden van de gevolgen van de groepsgedraging.

Tot slot wordt door de indiener voorgesteld om ook het brengen van een persoon «in een staat van bewusteloosheid of onmacht» onder de openlijke geweldpleging te kunnen scharen. Nu is dit (artikel 81 Sr) nog uitgezonderd in het derde lid van artikel 141 Sr. In artikel 81 Sr wordt geweld gelijkgesteld met het brengen in staat van bewusteloosheid of onmacht. Omdat het geweld in artikel 141 Sr geen gevolgen hoeft te hebben gehad, wordt gesteld dat artikel 81 Sr daarom niet in dit verband past. Indiener is van mening dat artikel 81 niet moet worden uitgezonderd in het geval van openlijke geweldpleging. Het brengen van een persoon in staat van bewusteloosheid of onmacht wordt gelijk gesteld met geweld en het gaat daar dan ook niet om de gevolgen. Indien bijvoorbeeld bij openbare ongeregeldheden bedwelmende stoffen tegen medeburgers worden ingezet, moet dat ook als openlijke geweldpleging kunnen worden bestraft.

Helder