Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433870 nr. 1

33 870 Evaluatie van de Wet bewaarplicht telecommunicatie- en internetgegevens

Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 februari 2014

Mede namens de Minister van Economisch Zaken bied ik u hierbij de evaluatie van de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens aan1. Het rapport is opgesteld door onderzoekers van het Wetenschappelijk Onderzoek- en documentatiecentrum (WODC).

Het onderzoek besteedt aandacht aan meerdere aspecten van de bewaarplicht. Uit het onderzoek blijkt dat historische verkeersgegevens over telefonie en internet veelvuldig worden opgevraagd en geanalyseerd door de opsporing. Vooral voor het in kaart brengen van netwerken en het lokaliseren van een telefoon wordt vaak een beroep gedaan op verkeers- en locatiegegevens. De onderzoekers stellen dat een kritische heroverweging van de lijst met de te bewaren gegevens en harmonisering van de bewaartermijn voor telefonie en internet op zijn plaats zouden zijn.

Ik zal de komende maanden nader verkennen in hoeverre de informatie uit het onderzoek aanleiding geeft om de lijst met te bewaren gegevens zoals die zijn opgenomen in de bijlage van de Telecommunicatiewet uit te breiden. Ik vind dat alleen die gegevens door de providers moeten worden bewaard die in geval van verdenking van een ernstig misdrijf opgevraagd kunnen worden door de opsporing. De gegevens die worden bewaard moeten bruikbaar zijn voor de opsporing en moeten helpen een specifieke gebruiker te kunnen identificeren. Een besluit over eventuele aanpassing van de huidige wet- en regelgeving vergt een zorgvuldige afweging. Ik vind het belangrijk dat de impact op de privacy voorafgaand aan mogelijke wijzigingen wordt meegewogen en zal daartoe een Privacy Impact Assessment (PIA) uitvoeren. Daarnaast wil ik uiteraard zorgen dat dit past in de Europese Richtlijn Dataretentie. Hierbij worden ook actuele ontwikkelingen meegenomen zoals verwachte jurisprudentie van het Hof in Straatsburg. Deze termijn wordt tevens benut om de uitvoeringsconsequenties van de mogelijke wijzigingen in beeld te brengen.

Ik zal daarbij uiteraard in overleg treden met experts van politie, openbaar ministerie, aanbieders en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Uiterlijk dit najaar zal ik uw Kamer op basis van de uitkomsten van deze nadere verkenning berichten.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer