Het memorie van antwoord heeft de commissies aanleiding gegeven tot het maken van
de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.
1. Inleiding
De leden van de VVD- en PVV-fractie danken de regering voor de antwoorden op de door hen gestelde vragen. Deze leden
hebben nog een paar aanvullende vragen.
VVD-fractie
Over de mogelijkheid van disculpatie stelt de regering dat niet uitgesloten is dat
het Internationaal Strafhof een humanitaire actie onder omstandigheden als een daad
van agressie zal aanmerken. Is de regering van mening dat Nederland na ratificatie
van de Kampala amendementen hierdoor even onbevangen aan humanitaire missies zal deelnemen
als daarvoor?
De regering heeft voorts aangegeven dat gevallen waarover redelijkerwijs verschil
van opvatting kan bestaan, buiten de rechtsmacht van het misdrijf agressie vallen.
Kan de regering aangeven waar dit statement is afgelegd en in hoeverre het Internationaal
Strafhof juridisch gehouden is om deze te respecteren. Ligt het niet voor de hand
om door middel van een voorbehoud of interpretatieve verklaring die derden bindt tot
uitdrukking te brengen dat Nederland humanitaire missies nimmer als een daad van agressie
beschouwt?
PVV-fractie
De definitie van het misdrijf agressie bestaat onder andere uit «dader», een persoon
die in de positie verkeert daadwerkelijk controle uit te oefenen over, of leiding
te geven aan, het politieke of militaire optreden van een staat. Er is geopperd om
economisch optreden van een staat hieraan toe te voegen. Hier was echter te weinig
steun voor.
In het voorlopig verslag hebben de leden van de PVV-fractie gevraagd welke staten
hierop tegen waren en welke staten hier voor waren. Deze vraag is helaas nog niet
beantwoord. Deze leden vragen de regering daarom deze vragen alsnog te beantwoorden.
De leden van de PVV-fractie constateren dat artikel 8b in wetsvoorstel 33.866 ter
wijziging van het Statuut van Rome het misdrijf agressie definieert. Over deze definitie
was al overeenstemming bereikt in de Speciale Werkgroep inzake het Misdrijf Agressie.
Tijdens de Herzieningsconferentie in Kampala stond dit niet meer ter discussie.
In het voorlopig verslag hebben de leden van de PVV-fractie gevraagd welke staten
aan deze Speciale Werkgroep hebben deelgenomen. De regering gaf in haar beantwoording
aan dat aan deze werkgroep steeds een groep staten deelnam, zowel verdragspartijen
als niet-verdragspartijen. De regering beschikt niet over een volledige lijst met
landen die deelnamen aan verschillende bijeenkomsten van deze informele werkgroep.
Kan de regering alsnog deze lijst van deelnemende staten opvragen of samenstellen,
en daarbij aangeven welke staten niet-verdragspartijen zijn?
In de beantwoording geeft de regering verder het volgende aan: «Bedenkingen bestonden
vooral over de rol van de VN Veiligheidsraad in relatie tot de vaststelling of sprake
was van een daad van agressie.» Een aantal staten wilden aanvankelijk dat alleen de
Veiligheidsraad deze bevoegdheid zou hebben. Welke staten betreft dit?
De leden van de vaste commissies zien de reactie van de regering – bij voorkeur binnen
vier weken – met belangstelling tegemoet.
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, Schrijver
De voorzitter van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, Duthler
De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, Gradenwitz
De griffier van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, Van Dooren