Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433862 nr. 2

33 862 Voorstel van wet van het lid Bisschop tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met een doeltreffender regeling van het onderwijstoezicht

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de kwaliteit van het onderwijs te bevorderen door de vrijheid van professionals beter te waarborgen en door de uitoefening van het toezicht doeltreffender te regelen, en dat het in verband hiermee noodzakelijk is de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en de Wet op het onderwijstoezicht te wijzigen,

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet op het primair onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 10a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden:

Artikel 10a. Ernstig of langdurig tekortschieten van de kwaliteit van het onderwijs

2. In het eerste lid wordt na «artikel 10, indien» ingevoegd: de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, waarbij ten minste.

3. Aan het eerste lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften ten grondslag liggen aan het oordeel dat de kwaliteit van het onderwijs zwak is, en welke bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften in aanvulling op het ernstig of langdurig tekortschieten van de leerresultaten ten grondslag liggen aan het oordeel dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is.

B

Artikel 45a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden:

Artikel 45a. Informeren ouders bij zeer zwakke onderwijskwaliteit

2. In het eerste lid wordt «sprake is van een zeer zwakke school» vervangen door: de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, bedoeld in artikel 10a, eerste lid,.

ARTIKEL II

De Wet primair onderwijs BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 13 wordt onder plaatsing van de aanduiding «1.» voor de huidige tekst een lid wordt toegevoegd, luidende:

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften ten grondslag liggen aan het oordeel dat de kwaliteit van het onderwijs zwak of zeer zwak is.

B

Artikel 51 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden:

Artikel 51. Informeren ouders bij zeer zwakke onderwijskwaliteit

2. In het eerste lid wordt «sprake is van een zeer zwakke school,» vervangen door: de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, bedoeld in artikel 13, tweede lid,.

ARTIKEL III

De Wet op de expertisecentra wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 19 wordt onder plaatsing van de aanduiding «1.» voor de huidige tekst een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften ten grondslag liggen aan het oordeel dat de kwaliteit van het onderwijs zwak of zeer zwak is.

B

Artikel 48a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden:

Artikel 48a. Informeren ouders bij zeer zwakke onderwijskwaliteit

2. In het eerste lid wordt «sprake is van een zeer zwakke school,» vervangen door: de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, bedoeld in artikel 19, tweede lid,.

ARTIKEL IV

De Wet op het voortgezet onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 23a1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden:

Artikel 23a1. Ernstig of langdurig tekortschieten van de kwaliteit van het onderwijs

2. In het eerste lid wordt na «artikel 23a, indien» ingevoegd: de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, waarbij ten minste.

3. Aan het eerste lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften ten grondslag liggen aan het oordeel dat de kwaliteit van het onderwijs zwak is, en welke bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften in aanvulling op het ernstig of langdurig tekortschieten van de leerresultaten ten grondslag liggen aan het oordeel dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is.

4. In het derde lid wordt «de leerresultaten» vervangen door: de kwaliteit van het onderwijs.

B

Artikel 23c wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden:

Artikel 23c. Informeren ouders bij zeer zwakke onderwijskwaliteit

2. In het eerste lid wordt «sprake is van een zeer zwakke school» vervangen door: de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, bedoeld in artikel 23a1, eerste lid,.

ARTIKEL V

De Wet voortgezet onderwijs BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 47 wordt onder plaatsing van de aanduiding «1.» voor de huidige tekst een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften ten grondslag liggen aan het oordeel dat de kwaliteit van het onderwijs zwak of zeer zwak is.

B

Artikel 49 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden:

Artikel 49. Informeren ouders bij zeer zwakke onderwijskwaliteit

2. In het eerste lid wordt na «een zeer zwakke school,» de zinsnede toegevoegd: als bedoeld in artikel 47, tweede lid,.

ARTIKEL VI

De Wet op het onderwijstoezicht wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3, tweede lid, komen de onderdelen a en b als volgt te luiden:

  • a. het beoordelen en bevorderen van de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften, de kwaliteit van de uitoefening van de taken van het samenwerkingsverband, en de kwaliteit van de uitoefening van de taken van de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven alsmede het beoordelen van de kwaliteitsvoorwaarden van de voorschoolse educatie op peuterspeelzalen en kindercentra, bedoeld in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen,

  • b. het bevorderen van de kwaliteit van het onderwijs aan instellingen als bedoeld in de onderwijswetten met uitzondering van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,.

B

In artikel 6a, tweede lid, wordt «de kwaliteit van het onderwijs tekortschiet» vervangen door: de instelling tekortschiet in de naleving van een of meer wettelijke voorschriften.

C

Artikel 7, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. De goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, wordt niet eerder verleend dan vier weken nadat het ontwerp van het jaarwerkplan aan de Staten-Generaal is overgelegd.

D

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «geeft de inspectie een oordeel» vervangen door: maakt de inspectie haar bevindingen bekend.

2. In het tweede lid wordt «aspecten van kwaliteit, te weten» vervangen door «indicatoren» en komen de onderdelen b en c te luiden:

  • b. financiële situatie van de instelling,

  • c. signalen inzake mogelijke problemen, waaronder het gevoerde personeelsbeleid, voor zover daar op grond van artikel 6a, eerste en tweede lid, aanleiding toe bestaat.

3. Het derde lid komt als volgt te luiden:

  • 3. Indien uit het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, een redelijk vermoeden voortvloeit dat de instelling tekortschiet in de naleving van een of meer wettelijke voorschriften stelt de inspectie nader onderzoek in, waarbij tevens de oorzaken van het tekortschieten worden onderzocht.

4. In het vierde lid wordt «de kwaliteit tekortschiet,» vervangen door «de instelling tekortschiet in de naleving van een of meer wettelijke voorschriften» en wordt «kwaliteitsverbeteringen» vervangen door: verbeteringen.

5. In het zevende lid wordt «tweede lid, onderdeel c en het derde lid, onderdeel h, zijn» vervangen door: tweede lid, onderdeel c, is.

6. Na het zevende lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 8. De inspectie bezoekt ten minste elke vier jaar elke instelling.

E

Artikel 12a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «tweede lid, onderdelen b en d,» vervangen door: tweede lid, onderdelen a en d,.

2. In het tweede en derde lid wordt «tweede lid, onderdelen b, c en d,» telkens vervangen door: tweede lid, onderdelen a, c en d,.

3. In het vierde lid wordt na «artikelen 20» ingevoegd:, eerste tot en met vijfde lid,.

F

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Onze minister stelt op voordracht van de inspectie de werkwijze voor een onderzoek als bedoeld in artikel 11 vast in een of meer toezichtskaders, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen de in artikel 3, tweede lid, onderdelen a respectievelijk b, bedoelde taken. Vaststelling geschiedt niet eerder dan vier weken nadat het ontwerp van een toezichtskader aan de Staten-Generaal is overgelegd. De eerste en tweede volzin zijn van overeenkomstige toepassing op de wijziging van een toezichtskader.

2. In het tweede lid wordt «Alvorens een toezichtskader vast te stellen of te wijzigen» vervangen door: Voorafgaand aan de voordracht, bedoeld in het eerste lid,.

3. Aan het tweede lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Ten behoeve van het in de vorige volzin bedoelde overleg maakt de inspectie onderscheid tussen de in artikel 3, tweede lid, bedoelde taken, en vermeldt zij, voorzover het de in artikel 3, tweede lid, onderdeel a bedoelde taak betreft, welke bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften van toepassing zijn.

G

In artikel 13a wordt na «ernstig of langdurig tekortschiet,» ingevoegd: bedoeld in de artikelen 10a van de Wet op het primair onderwijs en 23a1 van de Wet op het voortgezet onderwijs,.

H

In artikel 14, eerste lid, vervalt «de kwaliteit van het onderwijs ernstig of langdurig tekortschiet dan wel».

I

In artikel 15c wordt «aspecten van kwaliteit, te weten» vervangen door: de volgende indicatoren.

J

In artikel 15d wordt na «artikelen 20» ingevoegd:, eerste tot en met vijfde lid,.

K

In artikel 15j wordt na «artikelen 20,» ingevoegd: eerste tot en met vijfde lid,.

L

Artikel 15k, eerste lid, komt als volgt te luiden:

  • 1. Indien de inspectie oordeelt dat de houder van een peuterspeelzaal of kindercentrum tekortschiet in de naleving van de bij of krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen vastgestelde bepalingen inzake de voorschoolse educatie, informeert zij het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente en kan zij voorstellen doen over te treffen maatregelen.

M

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt als volgt te luiden:

  • 1. De inspectie legt haar bevindingen naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in artikel 11, dan wel artikel 12a, vast in een inspectierapport. De inspectie maakt in het rapport onderscheid tussen de onderdelen die betrekking hebben op haar in artikel 3, tweede lid, onderdelen a respectievelijk b, bedoelde taken.

2. Na de aanduiding van het tweede lid, wordt in dat lid een volzin ingevoegd, luidende: De inspectie vermeldt ten aanzien van de in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, bedoelde taak, op welke bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften haar oordeel betrekking heeft.

3. Na het vijfde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 6. Het inspectierapport waarin de inspectie tot het oordeel komt dat de kwaliteit van het onderwijs zwak of zeer zwak is, bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 13, tweede lid, van de Wet primair onderwijs BES, artikel 19a, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 23a1, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs of artikel 47, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES geldt na vaststelling als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

ARTIKEL VII

Indien artikel II, onderdeel E, van de wet van 11 december 2013 houdende wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet College voor examens in verband met de invoering van een centrale eindtoets, de invoering van een leerling- en onderwijsvolgsysteem en invoering van bekostigingsvoorschriften voor minimumleerresultaten voor speciale scholen voor basisonderwijs en scholen voor speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs eerder in werking is getreden of treedt dan artikel III van deze wet, wordt:

1. Artikel III van deze wet vervangen door:

ARTIKEL III

De Wet op de expertisecentra wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 19a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden:

Artikel 19a. Ernstig of langdurig tekortschieten van de kwaliteit van het onderwijs

2. In het eerste lid wordt na «artikel 19, indien» ingevoegd: de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, waarbij ten minste.

3. Aan het eerste lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften ten grondslag liggen aan het oordeel dat de kwaliteit van het onderwijs zwak is, en welke bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften in aanvulling op het ernstig of langdurig tekortschieten van de leerresultaten ten grondslag liggen aan het oordeel dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is.

B

Artikel 48a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden:

Artikel 48a. Informeren ouders bij zeer zwakke onderwijskwaliteit

2. In het eerste lid wordt «sprake is van een zeer zwakke school,» vervangen door: de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, bedoeld in artikel 19a, eerste lid,.

2. In artikel VI, onderdeel G, van deze wet wordt na de zinsnede «10a van de Wet op het primair onderwijs» ingevoegd:, 19a van de Wet op de expertisecentra.

ARTIKEL VIII

Indien artikel II, onderdeel E, van de wet van 11 december 2013 houdende wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet College voor examens in verband met de invoering van een centrale eindtoets, de invoering van een leerling- en onderwijsvolgsysteem en invoering van bekostigingsvoorschriften voor minimumleerresultaten voor speciale scholen voor basisonderwijs en scholen voor speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs later in werking treedt dan artikel III van deze wet, wordt:

1. Artikel II van die wet als volgt gewijzigd:

A

Na onderdeel Da wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Db

In artikel 19 vervallen het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.

B

In onderdeel E wordt artikel 19a als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden:

Artikel 19a. Ernstig of langdurig tekortschieten van de kwaliteit van het onderwijs

2. In het eerste lid wordt na «artikel 19, indien» ingevoegd: de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, waarbij ten minste.

3. Aan het eerste lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften ten grondslag liggen aan het oordeel dat de kwaliteit van het onderwijs zwak is, en welke bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften in aanvulling op het ernstig of langdurig tekortschieten van de leerresultaten ten grondslag liggen aan het oordeel dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is.

C

Na onderdeel G wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ga

In artikel 48a, eerste lid, wordt «19, tweede lid» vervangen door: 19a, eerste lid.

2. In artikel 13a van de Wet op het onderwijstoezicht na de zinsnede «10a van de Wet op het primair onderwijs» ingevoegd:, 19a van de Wet op de expertisecentra.

ARTIKEL IX

Deze wet treedt in werking op 1 juli van het jaar volgend op het jaar van bekendmaking.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,