33 854 Goedkeuring van het voornemen tot opzegging van het op 1 augustus 1989 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op erfopvolging

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt / uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 26, vijfde lid, van de Wet op de Raad van State).

Op 4 september 1996 is het het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op erfopvolging (Trb. 1994, 168; hierna: Haags erfrechtverdrag)1 goedgekeurd voor het gehele Koninkrijk (Stb. 1996, 456). Op 27 september 1996 is het voor het Europese deel van Nederland aanvaard. Omdat geen enkele andere staat het verdrag heeft geratificeerd is het Haags erfrechtverdrag niet in werking getreden.

Het verdrag voorziet in regels van internationaal privaatrecht op het terrein van het erfrecht. Met ingang van 17 augustus 2015 zullen voor Europees Nederland gelden de regels van verordening (EU) nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring (PbEU 2012, L 201). Die Europese regelgeving noopt tot aanpassing van de nationale regelgeving, die daarmee strijdig zal zijn met de bepalingen van het Haags erfrechtverdrag. Om deze strijdigheid met het verdrag, mocht het ooit in werking treden, te voorkomen, wordt thans de goedkeuring gevraagd van het voornemen tot opzegging ervan.

Hoewel destijds de goedkeuring van het verdrag is gevraagd voor het gehele Koninkrijk, is het verdrag nooit voor de landen aanvaard. De voormalige Nederlandse Antillen, die medegelding van het verdrag en tijde van de goedkeuring in beraad hadden, hebben in een later stadium laten weten geen medegelding van het verdrag te wensen. Hoewel de regering van Aruba medegelding van het verdrag wenselijk achtte, vond op het moment van aanvaarding voor Europees Nederland op Aruba nog onderzoek plaats naar mogelijke noodzaak van uitvoeringswetgeving. Ook Aruba ziet inmiddels af van aanvaarding vanwege het ontbreken van internationale acceptatie van het Haags erfrechtverdrag.

Het Haags erfrechtverdrag is derhalve alleen voor het Europees deel van het Koninkrijk der Nederlanden aanvaard, zodat daarom de goedkeuring van het voornemen tot opzegging van het verdrag wordt beperkt tot het Europees deel van Nederland.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven