33 845 Interparlementair Koninkrijksoverleg

Nr. 38 HERDRUK1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 februari 2020

Op 4 februari jl. heeft uw Kamer mij verzocht om uiterlijk eind februari te reageren op vragen van leden van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties uit de Tweede Kamer, die onderdeel uitmaakten van de IPKO-delegatie van Nederland van januari 2020 (Kamerstuk 33 845, nr. 36). De vragen hebben niet alleen betrekking op het IPKO, maar vloeien tevens voort uit een aantal werkbezoeken en gesprekken van de delegatie rondom het IPKO.

Het betreft hier een groot aantal vragen die onder de ministeriële verantwoordelijkheid van mij, maar vooral ook andere bewindspersonen vallen. Dit vergt een brede interdepartementale afstemming. Voor de beantwoording van deze vragen is daarom meer tijd nodig. Ik streef ernaar uw Kamer zo spoedig mogelijk te voorzien van de gevraagde antwoorden.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.W. Knops


X Noot
1

i.v.m. een correctie in de Kamer aanduiding

Naar boven