Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433839 nr. 5

33 839 Regels omtrent de basisregistratie ondergrond (Wet basisregistratie ondergrond)

Nr. 5 VERSLAG

Vastgesteld 7 maart 2014

De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer verslag uit te brengen van haar bevindingen. Het verslag behandelt alleen die onderdelen waarover door de genoemde fracties inbreng is geleverd.

Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave

blz.

   

Inleiding

1

Algemeen

2

Toegevoegde waarde, volledigheid en draagvlak

3

Informatiebeveiliging en privacy

6

Governance

7

Inwerkingtreding, planning en handhaving

7

Consultaties

9

Kosten en baten

9

Gedelegeerde regelgeving

10

Inleiding

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de regels omtrent de basisregistratie ondergrond (BRO) (Wet basisregistratie ondergrond) en zijn over het algemeen positief over het beoogde doel van de basisregistratie om gegevens over de ondergrond centraal op te slaan en voor iedereen beschikbaar te stellen. De leden van deze fractie hebben echter nog wel een aantal vragen.

De leden van de PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de regels omtrent de basisregistratie ondergrond (Wet basisregistratie ondergrond). De leden van deze fractie zijn van mening dat door instelling van de basisregistratie ondergrond gegevens eenvoudiger kunnen worden opgeslagen en meervoudig kunnen worden gebruikt.

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de regels omtrent de basisregistratie ondergrond (Wet basisregistratie ondergrond), maar hebben nog enkele vragen en opmerkingen.

De leden van de CDA-fractie hebben met instemming kennisgenomen van de regels omtrent de basisregistratie ondergrond (Wet basisregistratie ondergrond). De leden van deze fractie hebben nog een aantal vragen.

De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de regels omtrent de basisregistratie ondergrond (Wet basisregistratie ondergrond) en hebben daarover nog enkele vragen en opmerkingen.

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de regels omtrent de basisregistratie ondergrond (Wet basisregistratie ondergrond). De leden van deze fractie onderschrijven de toegevoegde waarde van de basisregistratie ondergrond maar hebben nog wel enkele vragen over het invoeringstraject en de data die worden opgenomen in de basisregistratie.

Algemeen

De leden van de VVD-fractie vragen of aan de volgende punten wordt voldaan bij de inwerkingtreding van de basisregistratie ondergrond:

  • 1. duidelijkheid over gegevens die aan de basisregistratie ondergrond moeten worden aangeleverd;

  • 2. een actuele detailplanning voor de invoering van de basisregistratie ondergrond;

  • 3. afspraken over de financiële vergoedingen vanuit het Rijk;

  • 4. een landelijk protocol waarin juridische, inhoudelijke, informatiekundige en eventueel financiële voorwaarden voor uitbesteding worden vastgelegd;

  • 5. een landelijke helpdesk basisregistratie ondergrond;

  • 6. tijdig overleg tussen softwareleveranciers en het Rijk, zodat de software van de opdrachtnemers van gemeenten op tijd is aangepast om aan de leveringsverplichting van gemeenten te voldoen.

De leden van deze fractie vragen of aan deze punten zal worden voldaan. Zo ja, hoe denkt de regering hieraan te voldoen en zo nee, waarom zal de regering hier niet aan voldoen?

De leden van de CDA-fractie hebben vernomen dat de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) heeft geadviseerd de basisregistratie voor gemeenten facultatief in te voeren. Een nadere onderbouwing van de regering om niet aan dit verzoek tegemoet te komen wordt door de leden van deze fractie op prijs gesteld. Volgens deze leden kan het verplichtende karakter van een basisregistratie immers als een belemmering van de gemeentelijke vrijheid om autonome keuzes te maken worden gezien.

De leden van de CDA-fractie stellen het op prijs als de regering expliciet aanduidt hoe uitvoering zal worden gegeven aan de verplichtingen die voortvloeien uit de richtlijn Inspire1 zoals uitgewerkt in de Implementatiewet. De leden van deze fractie wijzen erop dat in de memorie van toelichting nu is opgenomen dat bij het vormgeven van de toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid de Inspire-eisen «kaderstellend» zijn en dat gegevens zich, voor zover van toepassing, zullen «conformeren aan geharmoniseerde definities» zoals vastgelegd in de Inspire-richtlijn. Met de Afdeling advisering van de Raad van State zijn de leden van de CDA-fractie van mening dat daarmee niet «expliciet» is gemaakt hoe er uitvoering gegeven wordt aan dit deel van de verplichting voortvloeiend uit de Inspire-richtlijn.

Toegevoegde waarde, volledigheid en draagvlak

De leden van de VVD-fractie steunen het principe van de basisregistratie ondergrond om gegevens over de ondergrond centraal op te slaan. De leden van deze fractie vragen echter waarom niet gelijk alle gegevens van de ondergrond worden opgenomen, zoals gegevens over ondergrondse (delen van) gebouwen en gegevens over kabels en leidingen. Ook willen de leden van deze fractie weten waarom de informatie over milieukwaliteit (bodemverontreiniging en bodemkwaliteit) van gemeenten en provincies niet in de basisregistratie ondergrond wordt opgenomen. Deze leden vragen voorts of het onderzoek naar nut en noodzaak van de basisregistratie ondergrond niet uitgevoerd moet zijn vóór de inwerkingtreding van het wetsvoorstel. Dit met het oog op de kostenbesparing en de verhoogde veiligheid voor opslag van gegevens over milieukwaliteit wanneer dit gebeurt bij wettelijke grondslag. De leden van deze fractie vragen of deze basisregistratie ondergrond niet een kans biedt om een volledige opslag van gegevens over de ondergrond te bewerkstelligen.

De leden van de PvdA-fractie zijn benieuwd wanneer er besluitvorming volgt over of en zo ja wanneer gegevens over archeologie en milieukwaliteit in de basisregistratie ondergrond opgenomen worden.

De leden van de PvdA-fractie vragen of het, gezien het integrale karakter van de basisregistratie ondergrond, niet logisch zou zijn om de informatie met betrekking tot kabels en leidingen uit het Nationaal Georegister ook in de basisregistratie ondergrond op te nemen. De leden van deze fractie vragen tevens op welke termijn zal worden onderzocht en afgewogen of de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netwerken (betreffende kabels en leidingen) alsnog wordt betrokken bij de basisregistratie ondergrond.

De leden van de PvdA-fractie hebben vernomen dat in de tweede implementatiefase het voor gemeenten wél interessant wordt om te participeren in de basisregistratie ondergrond omdat er dan bodemkwaliteitsgegevens worden toegevoegd als datatype. De leden van deze fractie zijn benieuwd of het mogelijk is om deze gegevens eerder toe te voegen zodat participeren in de basisregistratie ondergrond interessanter wordt voor gemeenten.

De leden van de SP-fractie constateren dat, enige jaren na de motie-Szabo (Kamerstukken II, 2003/2004, 29 362, nr. 3), er nu een wetsvoorstel ligt dat door middel van de registratie Data en Informatie Nederlandse Ondergrond (DINO) aangevuld met het Bodem Informatie Systeem (BIS) van Alterra hoopt te komen tot het invoeren van een basisregistratie ondergrond. De leden van deze fractie vragen echter wat er nu precies gedocumenteerd gaat worden. Deze leden constateren namelijk eveneens, en met enige verwondering, dat er voorlopig nog geen sprake zal zijn van het opnemen van gegevens met betrekking tot archeologie en milieukwaliteit in de basisregistratie ondergrond. De regering geeft aan dat naar nut en noodzaak daarvan nog nader onderzoek verricht moet worden. Daarnaast valt ook de registratie van gegevens over kabels en leidingen buiten dit wetsvoorstel. Het betreft hier ondergrondse kabels en leidingen, waaronder nutsleidingen voor (het transport van) drinkwater, afvalwater, elektriciteit, gas en communicatie. Met name in deze sector worden veel gegevens opgevraagd en worden situaties aangepast. De leden van de SP-fractie vragen voorts wat dit wetsvoorstel nog wél regelt. Wat wordt nu geborgd met de basisregistratie ondergrond en welke belangen worden versterkt?

De leden van de SP-fractie brengen in herinnering dat met de motie-Szabo (Kamerstukken II, 2003/2004, 29 362, nr. 3) de eenmalige verstrekking van gegevens werd afgedwongen om de lastendruk te verminderen. Nu vanuit efficiencyoverwegingen is gekozen voor een zogenaamde centrale registratie zou het betrekken van alle actuele gegevens over ondergrondse cultuurhistorische schatten en de gegevens betreffende kabels en leidingen volgens de leden van deze fractie in de lijn der verwachting liggen. De toegevoegde waarde van de basisregistratie ondergrond is nu echter beperkt; naar de mening van deze leden is de bodem uit de wet geslagen. De leden van deze fractie vragen voorts hoe, als het gaat om de toegevoegde waarde, dit wetsvoorstel zich verhoudt tot de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten en de Europese richtlijn Inspire waarin wordt benadrukt dat metagegevens volledig moeten zijn.

De leden van de SP-fractie constateren dat onder het begrip ondergrond in het wetsvoorstel wordt verstaan «het vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeistoffen en gassen, inclusief de daarin aanwezige holle ruimtes. Grondwater maakt onderdeel uit van de ondergrond.» De leden van deze fractie zijn van mening dat er met uitzondering van deze zin niet meer over grondwater wordt gesproken in dit wetsvoorstel en zijn hierover teleurgesteld. Te meer omdat, naar de overtuiging van deze leden, de Structuurvisie ondergrond eveneens nog geen keuzerichting geeft over het door de regering al dan niet van nationaal belang achten van drinkwater. Deze leden vragen voorts welke status de regering verleent aan de bescherming van grondwater, mede gelet op de functie van grondwater als bron van ons drinkwater.

De leden van de CDA-fractie constateren dat onder ondergrond in dit wetsvoorstel ook wordt verstaan het vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeistoffen en gassen, inclusief de daarin aanwezige holle ruimtes. Grondwater maakt daarom ook onderdeel uit van de ondergrond evenals andere – van nature voorkomende of door de mens ingebrachte – vloeistoffen of gassen, zoals geïnfiltreerd water, aardolie, aardgas en CO2. De leden van deze fractie vragen of de reikwijdte van dit wetsvoorstel daarmee niet erg groot wordt.

De leden van de CDA-fractie vernemen graag of de toegevoegde waarde van de basisregistratie ondergrond beperkt geacht moet worden vanwege het niet opnemen van gegevens over kabels en leidingen. De leden van deze fractie zijn van mening dat juist daar voor een groter publiek meerwaarde gevonden kan worden. Deze leden vragen hoe geduid moet worden dat de richtlijn Inspire bepaalt dat metagegevens volledig moeten zijn (dus inclusief gegevens over kabels en leidingen) terwijl die geen deel uit zullen maken van de basisregistratie ondergrond. Indien de regering in overleg met betrokken partijen gaat bezien hoe metadata betreffende kabels en leidingen het beste kunnen worden toegevoegd op vrijwillige basis, dan vragen de leden van de CDA-fractie of de juistheid, volledigheid en actualiteit dan wel gegarandeerd kan worden.

De leden van de CDA-fractie vragen of er voldoende bestuurlijk draagvlak is. Met name gemeenten zullen volgens de leden van deze fractie vanwege de beperkte toegevoegde waarde van de basisregistratie afhaken; kan de Minister daarop reflecteren?

De leden van de CDA-fractie vragen of de regering bereid is om ook informatie over bodemverontreiniging van provincies en gemeenten op te nemen in dit wetsvoorstel. Ook zien de leden van deze fractie graag dat de ligging van grondwaterbeschermingsgebieden wordt opgenomen en dat de drinkwatersector op alle niveaus in de uitwerking van dit wetsvoorstel wordt betrokken.

De leden van de D66-fractie lezen dat de regering heeft overwogen om gegevens met betrekking tot archeologie en milieukwaliteit in de basisregistratie ondergrond op te nemen, maar dit voorlopig nog niet wil doen. De leden van deze fractie denken dat informatie over bodemverontreiniging van grote waarde kan zijn voor werkzaamheden in de ondergrond, bijvoorbeeld om bedreigingen voor waterwinning vroegtijdig te signaleren en om de gezondheidsrisico’s van werknemers te verlagen. Kan de regering nader motiveren waarom zij bodemverontreiniging niet in het wetsvoorstel heeft opgenomen? Deze leden willen voorts meer informatie over de studie die in het vooronderzoek hier naar gedaan is. Ook vragen deze leden met welk tijdspad de regering nu van plan is om de nut en noodzaak van opname van gegevens van milieukwaliteit en archeologie in de basisadministratie te onderzoeken en wanneer zij de Kamer daarover verder gaat informeren.

De leden van de D66-fractie vragen de regering nader te motiveren waarom de gegevens van kabels en leidingen, die al beschikbaar zijn met de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netwerken, niet meteen worden geïntegreerd in de basisregistratie ondergrond.

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat ondergrondse (delen van) bouwwerken, zoals parkeergarages en kelders of infrastructuur zoals tunnels, buiten het bereik vallen van de basisregistratie ondergrond. Registratie van deze zaken is geregeld in de Wet infrastructuur ondergrondse netwerken. De leden van deze fractie constateren dat gemeenten juist belang eraan hechten om ook de ondergrondse infrastructuur op te nemen in de nieuwe basisregistratie ondergrond. Deze leden zijn nog niet overtuigd waarom dit (op dit moment) niet gewenst zou zijn. Deze leden hebben er begrip voor dat de vorming van de basisregistratie ondergrond al een grote operatie is maar zij missen een stappenplan hoe en wanneer dan uiteindelijk wel tot integratie wordt overgegaan inclusief een afweging welke delen vanuit de baten voor de verschillende deelnemers het meest wenselijk zijn om als eerst te realiseren.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of integratie op een later moment niet tot het risico leidt dat de kosten dan hoger zijn. Deze leden vragen wanneer integratie wel reëel is en of bij de realisatie van de basisregistratie ondergrond in het dataontwerp al zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de toekomstige integratie, zodat hiervoor in de toekomst niet onnodig hoge kosten hoeven te worden gemaakt.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of informatie over de ligging van grondwaterbeschermingsgebieden in de basisregistratie ondergrond wordt opgenomen, aangezien dit van belang is voor de ruimtelijke ordening van de bovengrond en de ondergrond. De leden van deze fractie vragen voorts waarom de koepel van drinkwaterbedrijven (VEWIN) nog niet is aangesloten bij de stuurgroep, de ambtelijke werkgroepen en expertbijeenkomsten die de invoering van dit wetsvoorstel voorbereiden.

De leden van de ChristenUnie-fractie wijzen erop dat in het vooronderzoek naar de basisregistratie ondergrond is onderzocht of gegevens met betrekking tot archeologie en milieukwaliteit in de basisregistratie opgenomen dienen te worden. Dit zal voorlopig niet het geval zijn. Naar het nut en de noodzaak daarvan zal nog nader onderzoek verricht moeten worden. De leden van deze fractie constateren dat gemeenten juist toegevoegde waarde aan de basisregistratie ondergrond toekennen als ook bodemkwaliteitsgegevens worden toegevoegd als datatype. Ook de drinkwaterbedrijven dringen er op aan dat informatie over bodemverontreiniging wordt opgenomen, juist omdat deze informatie momenteel zeer gebrekkig beschikbaar is. Deze leden vragen voorts wat precies de redenen zijn dat gegevens inzake archeologie en milieu/bodemkwaliteit (nog) niet in de basisregistratie worden opgenomen en wanneer dit wel zal gebeuren.

Informatiebeveiliging en privacy

De leden van de PvdA-fractie vinden het van belang dat de informatie die in de basisregistratie wordt opgeslagen en zal worden gedeeld goed beveiligd is en zijn voorts benieuwd welke voortgang de regering op het gebied van informatiebeveiliging heeft gemaakt.

De leden van de SP-fractie krijgen graag uitleg over de wijze waarop persoonsgegevens – die niet voor iedereen toegankelijk zijn – binnen dit wetsvoorstel worden beschermd. Hiermee bedoelen de leden van deze fractie wie onder welke voorwaarden toegang krijgt tot dit soort vertrouwelijke gegevens en hoe hierop wordt toegezien. Daarnaast vragen deze leden een toelichting op de informatiebeveiliging en een uitleg over de eisen wat betreft informatiebeveiliging die uit de richtlijn Inspire en de Kaderrichtlijn water2 voortvloeien.

De leden van de SP-fractie kunnen in enige mate de redenatie van de regering volgen dat gegevens die vertrouwelijk zijn vertrekt aan de Minister van Economische Zaken (in verband met de vergunningverlening op grond van de Mijnbouwwet) zich niet lenen voor opname in de basisregistratie ondergrond. De leden van deze fractie vragen voorts of de regering aan kan geven op welke wijze wordt omgegaan met gegevens die nu nog een vertrouwelijk karakter hebben, waaronder gegevens waarvan openbaarheid in de basisregistratie ondergrond van belang is. Deze leden wijzen erop dat deze gegevens staan opgenomen in het voormalige systeem KLIC (Kabels en Leidingen Informatie Centrum). Deze leden vragen de regering aan te geven op welke wijze de systemen en de gegevens opgenomen in het voormalige KLIC en de basisregistratie ondergrond op elkaar worden afgestemd.

De leden van de CDA-fractie vragen of er afdoende aandacht aan informatiebeveiliging wordt gegeven, alsmede aan de eisen die uit de richtlijn Inspire en de Kaderrichtlijn water voortvloeien, nu er door de koepelorganisaties is aangedrongen op een goede aansluiting van de basisregistratie ondergrond op het stelsel van andere basisregistraties.

De leden van de CDA-fractie vragen of de regering kan aangeven welke voortgang rond informatiebeveiliging is gemaakt en welke acties hiervoor zijn uitgezet.

De leden van de D66-fractie zijn van mening dat het belangrijk is dat de beveiliging van de gegevens goed georganiseerd is. De leden van deze fractie vragen de regering hoe het staat met de informatiebeveiliging en welke acties daarvoor zijn ingezet. Ook vinden deze leden het van groot belang dat de privacy gewaarborgd is en dat nauwkeurig wordt omgegaan met het gebruik van persoonsgegevens. Deze leden willen voorts weten wat de mening van het College bescherming persoonsgegevens was over de kritiek van de Afdeling advisering van de Raad van State met betrekking tot de openbaarmaking en verstrekking van gegevens via internet.

De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat informatiebeveiliging (identificatie, authenticatie en volledigheid) uit de uitvoeringstoets als aandachtspunt naar voren is gekomen. Goed werkende mechanismen zijn binnen de basisregistratie ondergrond van wezenlijk belang, omdat het grootste gedeelte van de leveringen en raadplegingen gevolmachtigd (door het bedrijfsleven) zal plaatsvinden. De betrokkenheid van gebruikers (dus ook van bedrijven die hiermee moeten werken) bij het ontwerp is volgens de leden van deze fractie hierbij van groot belang. Deze leden vragen of de regering kan aangeven welke voortgang rond informatiebeveiliging is gemaakt en welke acties hiervoor zijn uitgezet.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen wat de in de memorie van toelichting genoemde onnodige risico’s zijn van verbreding van de scope van de basisregistratie ondergrond. Ook wordt genoemd dat de scope van de basisregistratie ondergrond en de informatiesystemen over ondergrondse netwerken anders zijn omdat bij laatstgenoemde ook private partijen betrokken zijn die niet-openbare informatie leveren. De leden van deze fractie vragen wat hier het probleem van is: niet-openbare informatie wordt nu al afgeschermd, dus dat zou in de nieuwe basisregistratie toch ook geen probleem hoeven te zijn?

Governance

De leden van de PvdA-fractie zijn benieuwd hoe de regering de aanbevelingen heeft verwerkt die in de uitvoeringstoets zijn gedaan met betrekking tot de governance (tijdens de ontwikkeling en het gebruik van de basisregistratie ondergrond).

De leden van de CDA-fractie hebben zorgen over de governance van dit wetsvoorstel. Het is volgens de leden van deze fractie immers nog niet duidelijk hoe die eruit komt te zien en ook is het niet helder hoe stakeholders betrokken worden en hoe de informatievoorziening richting de bronhouders zal verlopen.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen op welke wijze de regering invulling heeft gegeven aan de aanbevelingen op het terrein van de governance van de basisregistratie ondergrond.

Inwerkingtreding, planning en handhaving

De leden van de PvdA-fractie vragen of het haalbaar is dat de landelijke voorziening basisregistratie ondergrond vanaf 1 januari 2015 naar behoren functioneert. De leden van deze fractie zijn van mening dat het van belang is dat de regering hierover helderheid biedt aan de toekomstige gebruikers van de basisregistratie ondergrond en verzoeken de regering hierover snel duidelijkheid te geven aan de bestuursorganen die de basisregistratie ondergrond zullen gaan gebruiken.

De leden van de PvdA-fractie zijn benieuwd of het voor de regering een optie is om de gemeenten in de eerste fase van de basisregistratie ondergrond op vrijwillige basis te laten deelnemen, net zoals nu het geval is bij de registratie Data en Informatie Nederlandse Ondergrond (DINO) van de Geologische Dienst Nederland.

De leden van de PvdA-fractie verzoeken de regering nader toe te lichten waarom het van belang is dat gemeenten al in de eerste fase van de basisregistratie ondergrond als bronhouder worden aangemerkt. De leden van deze fractie zijn specifiek geïnteresseerd in wat de consequenties zijn van het weglaten van de gegevens waar gemeenten als enige beschikking over hebben voor de kwaliteit en betrouwbaarheid van de basisregistratie ondergrond.

De leden van de SP-fractie vernemen graag door wie en op welke wijze de driejaarlijkse onafhankelijke controle zal worden uitgevoerd.

De leden van de SP-fractie vragen ten aanzien van de verplichting om zogeheten brondocumenten aan de Minister te leveren wat de sanctie is bij het verzaken van deze plicht. Voorts willen deze leden weten wie hier toezicht op houdt.

De leden van de CDA-fractie vernemen graag of de centrale landelijke voorziening waar geo-informatie betreffende verschillende thema’s in wordt opgenomen per 1 januari 2015 ook daadwerkelijk functioneert. Deze duidelijkheid hebben de medeoverheden nog niet gekregen. De leden van deze fractie zijn van mening dat eventuele boetes die uit het niet voldoen aan deze verplichtingen kunnen voortvloeien, redelijkerwijs niet voor rekening van medeoverheden zouden moeten komen.

De leden van de CDA-fractie zijn van mening dat zowel medeoverheden als het bedrijfsleven maatregelen moeten treffen en acties moeten uitzetten, maar dat er nu nog geen duidelijkheid bestaat over waar ze zich exact op moeten voorbereiden. De leden van deze fractie vragen of dit mogelijk leidt tot desinvesteringen en tijdsverlies omdat er bijvoorbeeld niet gewerkt wordt met BRO-standaarden. Daarbij vragen deze leden of de regering kan aangeven wanneer gangbare BRO-standaarden worden gepubliceerd en stakeholders definitief duidelijkheid krijgen over waar ze zich op moeten voorbereiden.

De leden van de D66-fractie vragen de regering wanneer ze beoogt om het wetsvoorstel in werking te laten treden.

De leden van de D66-fractie vragen hoe de voorbereiding op de uitvoering van het wetsvoorstel bij de verschillende betrokken partijen verloopt. Hoe informeert de regering deze partijen welke stappen ze moeten zetten, wanneer wordt het duidelijk welke gegevens aan de basisregistratie ondergrond moeten worden aangeleverd en wanneer komen de gangbare BRO-standaarden beschikbaar? De leden van deze fractie vragen of de regering van plan is om protocollen met alle voorwaarden te maken en of ze een centraal informatiepunt gaat instellen.

De leden van de ChistenUnie-fractie vragen wat de geplande startdatum is van de inwerkingtreding van de landelijke voorziening. De leden van deze fractie vragen of het klopt dat Europese richtlijnen zoals Inspire en de Kaderrichtlijn water vereisen dat de voorziening per 1 januari 2015 beschikbaar is en dat andere overheden zoals waterschappen geen voorzieningen hebben getroffen om te voldoen aan deze richtlijnen aangezien zij er vanuit zijn gegaan dat de basisregistratie ondergrond op die datum beschikbaar is. Voorts vragen deze leden of de medeoverheden (provincies, gemeenten en waterschappen) er nog steeds vanuit kunnen gaan dat de landelijke voorziening basisregistratie ondergrond vanaf 1 januari 2015 naar behoren functioneert. Of is dit niet haalbaar gezien de complexiteit van de benodigde informatiesystemen? Indien deze datum niet haalbaar is, dan vragen deze leden wat dat betekent voor de eisen die voortvloeien uit de genoemde Europese richtlijnen. Klopt het dat de andere overheden hiervoor boetes kunnen krijgen? Zo ja, zo vragen deze leden, is de regering bereid hiervoor verantwoordelijkheid te nemen aangezien in het verleden de verwachting is gewekt dat de basisregistratie ondergrond op tijd gerealiseerd zou zijn?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of er voor behandeling van het wetsvoorstel duidelijkheid kan worden gegeven aan gemeenten over de gegevens die aan de basisregistratie ondergrond moeten worden aangeleverd inclusief een actuele planning voor de invoering, afspraken over de financiële vergoeding vanuit het Rijk en een landelijk protocol waarin de juridische, inhoudelijke, informatiekundige en eventueel financiële voorwaarden voor uitbesteding worden vastgelegd. Ook vragen deze leden of er in de huidige planning voldoende tijd is voor gemeenten om hun software aan te passen om aan de leveringsverplichting te voldoen. Heeft er al overleg plaatsgevonden tussen de softwareleveranciers en het Rijk over een haalbare planning?

Ter voorbereiding op inwerkingtreding van het wetsvoorstel zullen zowel medeoverheden als het bedrijfsleven maatregelen moeten treffen en acties moeten uitzetten. De leden van de ChristenUnie-fractie begrijpen van deze partijen dat er nog geen duidelijkheid is over waar zij zich exact op moeten voorbereiden. De leden van deze fractie vragen voorts of de regering kan aangeven wanneer gangbare BRO-standaarden worden gepubliceerd en stakeholders definitief duidelijkheid krijgen over waar ze zich op moeten voorbereiden.

Consultaties

De leden van de CDA-fractie constateren met instemming dat veel betrokken instanties zijn geraadpleegd bij de totstandkoming van dit wetsvoorstel. De leden van deze fractie vragen voorts of de regering verzekerd is van een blijvende betrokkenheid van deze groep bij de verdere vormgeving van de basisregistratie.

De leden van de D66-fractie lezen dat verschillende burgers en instanties op het wetsvoorstel hebben gereageerd tijdens de internetconsultatie. De leden van deze fractie vragen de regering nader aan te geven welke opmerkingen over het wetsvoorstel zijn gemaakt en wat daar precies mee is gedaan.

Kosten en baten

De leden van de VVD-fractie vragen of inzichtelijk is gemaakt wat de voorbereiding kost voor gemeenten die verplicht gegevens moeten toeleveren. Welke kosten zijn dat en welke baten staan daar exact tegenover? De leden van deze fractie vragen voorts of, als er wel kosten maar geen baten zijn voor gemeenten en/of gemeenten gegevens aanleveren zonder daar direct belang bij te hebben, er wordt overwogen om de desbetreffende gemeenten hiervoor te compenseren.

De leden van SP-fractie vinden de paragraaf over baten en lasten van een wonderlijke eenvoud. Er wordt volgens deze leden niet duidelijk gemaakt of de beoogde efficiencywinst van 5.8 miljoen euro daadwerkelijk wordt behaald. De dekking van de kosten is daarnaast niet in beeld gebracht en eenmalige kosten voor het aansluiten van de bestuursorganen zijn pro memorie gesteld. De regering geeft voorts aan dat de te bereiken baten mede zullen afhangen van de gegevens die in de basisregistratie ondergrond zullen worden opgenomen. De leden van deze fractie verzoeken de regering daarom om de genoemde bedragen nader te onderbouwen.

De leden van de SP-fractie verzoeken de regering toe te lichten waarom er een maximum aan kosten gesteld moet worden in het geval dat verstrekking van gegevens en authentieke modellen uit de basisregistratie ondergrond op een andere wijze dan via internet plaatsvindt. Voorts vragen de leden van deze fractie waarom de vaststelling van de tarieven inzake deze kosten bij ministeriële regeling gebeurd.

De leden van de CDA-fractie vragen of, indien bij de nadere uitwerking van de basisregistratie de kosten en baten gespecificeerd naar overheidslaag in kaart gebracht worden, het Rijk dan bereid is het merendeel van de kosten op zich te nemen.

De leden van de D66-fractie lezen dat de regering in een algemene maatregel van bestuur de kosten en baten gespecificeerd naar overheidslaag in kaart gaat brengen. De leden van deze fractie vragen op welke manier de regering gebruik gaat maken van die gegevens en of het de bedoeling is dat op basis van deze informatie financiële compensaties worden gegeven wanneer de balans tussen kosten en baten voor een bestuurslaag negatief uitpakt.

De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat gemeenten aangeven in de eerste fase nog niet verplicht te willen deelnemen aangezien zij in de eerste fase vooral kosten moeten maken en geen voordelen hebben. De leden van deze fractie vragen welke kosten en baten er voor de gemeenten in de eerste fase zijn en wat de mogelijkheden zijn om deze verhouding voor gemeenten in de eerste fase gunstiger te maken.

Gedelegeerde regelgeving

De leden van de PvdA-fractie krijgen graag inzicht in de planning met betrekking tot de ontwikkeling en vaststelling van de gedelegeerde regelgeving omtrent de basisregistratie ondergrond en verzoeken de regering hierin helderheid te bieden.

De leden van de PvdA-fractie verzoeken de regering nader in te gaan op de vraag waarom het wetsvoorstel niet voorziet in de betrokkenheid van de Kamer bij de vaststelling van algemene maatregelen van bestuur door middel van een voorhangprocedure.

Naar mening van de leden van de SP-fractie bepaalt de wijze van bescherming van grondwater in grote mate de wijze waarop gegevens moeten worden vastgelegd in een basisregistratie ondergrond. De keuze om een beperkte wet op te tuigen en verdere uitwerking van het wetsvoorstel te regelen krachtens of bij algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling zet de Kamer volgens deze leden buiten spel. In de memorie van toelichting wordt aangegeven dat «bij algemene maatregel van bestuur zal worden bepaald welke gegevens met betrekking tot de ondergrond in de basisregistratie ondergrond zullen worden opgenomen.» Voorst zal de exacte inhoud van die gegevens en van de authentieke modellen bij ministeriële regeling in de catalogus registratie ondergrond terecht komen. De regering geeft aan dat in de loop der tijd de exacte inhoud van de gegevens kan worden aangepast naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen en/of inzichten. De leden van de SP-fractie zien echter liever meer regels opgenomen in het wetsvoorstel zelf. Waar er sprake is van de vaststelling van algemene maatregelen van bestuur zijn deze leden voorstander van een voorhangprocedure. Deze leden vragen voorst de regering te motiveren waarom hier nadrukkelijk niet voor wordt gekozen.

De leden van de SP-fractie constateren dat in het wetsvoorstel staat aangegeven welke gegevens als authentiek worden aangemerkt. Ter wille van de flexibiliteit wordt voorgesteld om onder bepaalde voorwaarden krachtens of bij algemene maatregel van bestuur een ander gegeven als authentiek aan te merken in de basisregistratie ondergrond. De leden van deze fractie verwachten hierover een toelichting. Naar de mening van deze leden vraagt het om uitleg wanneer de regering iets vastlegt in een wetsvoorstel terwijl krachtens of bij algemene maatregel van bestuur alles gewijzigd kan worden. Daarnaast valt het deze leden op dat in de memorie van toelichting niet staat aangegeven wat wordt verstaan onder «bepaalde voorwaarden». De leden van de SP-fractie vragen de regering ook hier om een toelichting.

De leden van de CDA-fractie stemmen in met het feit dat het wetsvoorstel niet voorziet in betrokkenheid van de Kamer bij de vaststelling van algemene maatregelen van bestuur door middel van een voorhangprocedure. De leden van deze fractie hebben nota genomen van het feit dat de genoemde geconsulteerde partijen wel betrokken zullen worden bij de uitwerking krachtens of bij algemene maatregel van bestuur en bij ministeriële regeling.

De leden van de CDA-fractie vragen of bij wet geregeld kan worden wat onder constructies wordt verstaan. Naar de mening van deze leden is de invloed van ministeriële regelingen groot, zodat niet vooraf duidelijk is of alle door de mens aangebrachte constructies in de ondergrond – voor zover deze gekoppeld zijn aan het winnen of onttrekken van natuurlijke hulpbronnen, het opslaan van stoffen of het meten van ondergrondprocessen zoals het verloop van de grondwaterstand in de tijd (zoals boorgaten, putten of het meetnet) – wel of niet onder de wet vallen.

De leden van de D66-fractie zijn benieuwd naar het tijdspad van de ministeriële regelingen en de algemene maatregelen van bestuur en willen weten of alle algemene maatregelen van bestuur naar de Kamer worden gestuurd.

De voorzitter van de vaste commissie, Paulus Jansen

De adjunct-griffier van de commissie, Van Dijk


X Noot
1

Richtlijn nr. 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (PbEU 2007 L 108). Zie verder onderdeel 6: Samenhang met Europees beleid en regelgeving.

X Noot
2

Richtlijn nr. 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEU 2000 L 327).