Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 mei 2014
Bij brief van 31 maart jl. (Kamerstuk 33 836, nr. 3) hebben de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en ik uw
Kamer een uitvoeringsplan gepresenteerd dat tot doel heeft de positie van kinderen
in een vechtscheiding te verbeteren.
Diezelfde dag heeft de Kinderombudsman zijn rapport «Vechtende ouders, het kind in
de knel» gepresenteerd. De medewerkers van de Kinderombudsman en medewerkers van de
beide ministeries hebben voorafgaand aan het uitbrengen van het rapport en het uitvoeringsplan
uitgebreid informatie met elkaar gedeeld. Het rapport is daarom al betrokken bij het
eerdergenoemde uitvoeringsplan.
Op verzoek van het Kamerlid Voordewind (CU) tijdens de Regeling van Werkzaamheden
van 13 mei jl. (Handelingen II 2013/14, nr. 81, Regeling van Werkzaamheden) en ten
behoeve van het Algemeen Overleg over «vechtscheidingen» dat de Staatssecretaris van
VWS en ik hedenochtend met uw Kamer hebben, ga ik hierbij nader in op dit rapport.
Ik waardeer dat de Kinderombudsman zich sterk maakt voor de situatie van kinderen
in een «vechtscheiding». De urgentie die hij aan de problematiek geeft onderschrijf
ik volledig, zoals ook uit de brief aan uw Kamer van 31 maart jl. mag blijken. Met
de Kinderombudsman vind ik dat ouders in eerste instantie aan zet zijn, maar dat de
overheid, als ouders dat niet meer kunnen, moet bijsturen of ingrijpen. Met de Kinderombudsman
vind ik ook dat de nadruk moet liggen op het voorkomen van een «vechtscheiding».
Het rapport kent negen aanbevelingen die goed aansluiten bij de acties die de Staatssecretaris
van VWS en ik inzetten of reeds hebben ingezet. Ter illustratie hiervan licht ik er
twee uit. De Kinderombudsman beveelt aan dat de rechter de regie sterker naar zich
toe moet trekken. De rechtspraak bereidt twee pilots met een regierechter in echtscheidingszaken
voor (waarvan één pilot reeds gestart is), die ik financieel ondersteun. Ook adviseert
de Kinderombudsman tot professionalisering van de bijzondere curator. Deze professionalisering
is in volle gang, door de implementatie van werkprocessen voor de benoeming van de
bijzondere curator bij de rechtspraak en de formulering van kwaliteits- en opleidingseisen
voor bijzondere curatoren.
In het Algemeen Overleg dat de Staatssecretaris van VWS en ik hedenochtend met uw
Kamer hebben, kunnen wij desgewenst specifieker en uitgebreider ingaan op de aanbevelingen
van de Kinderombudsman, ook in relatie tot het uitvoeringsplan.
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven