Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201933835 nr. 116

33 835 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

Nr. 116 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 maart 2019

Naar aanleiding van een verzoek uit de Regeling van Werkzaamheden van 5 februari 2019 over het bericht dat besmet koeienvlees op de Europese markt is gekomen (Handelingen II 2018/19, nr. 49, item 14), laat ik u het volgende weten.

De NVWA ontving op 10 februari 2019 bericht van de Poolse autoriteiten via het Europese Rapid Alert System for Food and Feed (RASFF) over de export van ongekeurd rundvlees uit een Pools slachthuis. Volgens dit RASFF bericht is er geen ongekeurd Pools vlees naar Nederland gegaan. Ook heeft de NVWA daarnaast geen signalen ontvangen die dit tegenspreken. Er waren 10 lidstaten die het ongekeurde Poolse vlees wel hebben ontvangen; Estland, Portugal, Finland, Roemenië, Frankrijk, Zweden, Spanje, Hongarije, Litouwen en Slowakije. Deze 10 lidstaten hebben het meeste vlees van de markt gehaald, maar in een enkele lidstaat was een deel van het vlees al opgegeten.

Tijdens de bijeenkomst van het Europese Standing Committee on Plants, Animals, Food and Feed op 11 februari 2019 in Brussel, heeft de Poolse Chief Veterinary Officer het bovenstaande nogmaals bevestigd en heeft hij maatregelen toegelicht om herhaling te voorkomen.

Tijdens bovenstaande bijeenkomst heeft de EU Health and Food Audits and Analysis (HFAA) dienst van de Europese Commissie verslag gedaan van haar onderzoek ter plaatse. De hoofdconclusie was dat er door een tekort aan dierenartsen onvoldoende toezicht was in het bewuste slachthuis. In maart 2019 zal de HFAA dienst opnieuw een bezoek aan Polen brengen om onder meer na te gaan of de situatie in het onderhavige slachthuis een incident is of dat dit een meer structureel probleem betreft.

Daarmee ziet de Europese Commissie erop toe dat de Poolse autoriteiten maatregelen nemen om herhaling te voorkomen.

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins