Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201533826 nr. 8

33 826 Mensenrechten in Nederland

Nr. 8 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 juni 2015

Uw vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft in haar brief d.d. 21 april 2015 verzocht om ten behoeve van het algemeen overleg over het Nationaal Actieplan Mensenrechten van 24 juni a.s. een schriftelijke toelichting te ontvangen op aspecten van decentralisatie en scholing in relatie tot het Nationaal Actieplan Mensenrechten.1 Met deze brief geef ik gevolg aan dit verzoek.

Decentralisaties en mensenrechten

Met de drie decentralisaties in het sociaal domein hebben gemeenten een groot aantal nieuwe taken gekregen. Bij deze taken speelt de bescherming van mensenrechten een rol. Bij de nieuwe verantwoordelijkheden op het gebied van jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen, moeten gemeenten bijvoorbeeld rekening houden met kinderrechten, sociaal-economische rechten, maar ook met het recht op privacy in relatie tot het verwerken van gevoelige persoonsgegevens.

Gemeenten zijn evenals de rijksoverheid gebonden aan mensenrechtenverplichtingen en daarom is het van belang dat gemeenten goed op de hoogte zijn van deze verplichtingen. Dit wordt ook onderkend in het Nationaal Actieplan Mensenrechten. Er is vanuit de rijksoverheid de afgelopen periode dan ook aandacht besteed aan bewustwording en kennisoverdracht op dit gebied. Via het BZK-programma «Gemeenten van de Toekomst» ontvangen gemeenten ondersteuning bij de drie decentralisaties en kennisverspreiding op het gebied van mensenrechten is hier een onderdeel van. Zo is op de website www.gemeentenvandetoekomst.nl bijvoorbeeld de handreiking over mensenrechten voor lokale en regionale overheden van het EU-Grondrechtenagentschap en het Comité van de Regio’s geplaatst en op korte termijn zal ook een handreiking over sociaal-economische rechten volgen. Ook zal de folder «BAAT bij mensenrechten in het sociale domein» van het College voor de Rechten van de Mens binnenkort op deze website beschikbaar zijn, waarin een mensenrechtelijk kader geschetst wordt dat gemeenten handvatten biedt bij het vormgeven van beleid.2 Daarnaast is er met de VNG-Academie contact over de mogelijkheid van aanvullende onderwijsmodules.

In het Nationaal Actieplan Mensenrechten is tevens verwezen naar het Netwerk Mensenrechten Lokaal: een samenwerkingsverband tussen de VNG, de gemeente Utrecht, University College Roosevelt (UCR), het College voor de Rechten van de Mens en Amnesty Nederland dat zich op verschillende wijzen bezighoudt met de bevordering van mensenrechtenbescherming op lokaal niveau. Op 10 oktober 2014 heeft dit netwerk met financiële en deels inhoudelijke steun van het Ministerie van BZK een landelijke inspiratiebijeenkomst «Mensenrechten en decentralisaties in het sociale domein» georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomst kwamen raadsleden, (gemeente)ambtenaren en vertegenwoordigers van NGO's in Utrecht bijeen om in gesprek te gaan over welke rol mensenrechten spelen bij decentralisaties. Na een algemene plenaire sessie werden door de deelnemers in drie workshops good practices uitgewisseld, knelpunten geïdentificeerd en aanbevelingen gedaan over de onderwerpen «huiselijk geweld», «privacy» en «discriminatie, diversiteit en etnisch profileren». Zoals het Nationaal Actieplan Mensenrechten ook bevestigt, is mensenrechtenbescherming gebaat bij een voortdurende dialoog over het onderwerp. Kennisuitwisselingen zoals deze landelijke inspiratiebijeenkomst bieden een nuttige bijdrage aan deze dialoog.

Specifiek op het gebied van privacy is op 27 mei 2014 de beleidsvisie «Zorgvuldig en bewust: gegevensverwerking en privacy in een gedecentraliseerd sociaal domein» naar de Kamer gestuurd.3 Deze visie is gebouwd op drie pijlers: 1) balans tussen de noodzakelijke gegevensverwerking vanuit de maatschappelijke opgave in het sociaal domein en borging van de privacy; 2) versterking van de positie van de burger; en 3) versterken van de democratische verantwoording over gegevensverwerking en privacy op lokaal niveau. Ook is op 7 november 2014 het Privacy Impact Assessment (PIA) over het sociale domein aangeboden aan de Kamer («PIA gemeentelijke 3D informatiehuishouding»). De werkprocessen van verschillende gemeenten zijn doorgenomen op privacyrisico's op basis van modellen van VNG/KING. Het rapport biedt concrete handvatten en richtlijnen om de gemeentelijke organisatie van de gedecentraliseerde taken te toetsen op privacyrisico's en waar nodig maatregelen te treffen.

Gemeenten die ondersteuning behoeven bij het borgen van de privacy kunnen hiervoor contact opnemen met de privacyhelpdesk van het hierboven genoemde programma Gemeenten van de Toekomst. Daarnaast is inmiddels in samenwerking met de VNG en de Ministeries van BZK, VenJ, VWS en SZW gestart met een reeks opleidingen voor medewerkers van gemeenten over het borgen van privacy bij de uitvoering van de gedecentraliseerde taken (de opleiding Privacy-3D).

Tijdens het AO Mensenrechten van 10 april 2014 kwam vanuit uw Kamer de vraag of ik aandacht voor deskundigheidsbevordering bij het waarborgen van mensenrechten kon aanjagen in overleg met de VNG en lokale bestuurders. Dit heb ik toegezegd en daarbij de Brede Regietafel Decentralisaties als geschikte plek genoemd om het onderwerp te beleggen. Het creëren van aandacht voor dit onderwerp is echter effectiever op grotere schaal, zoals door de verspreiding van kennismateriaal en het bespreken van het onderwerp bij grotere bijeenkomsten, zoals hierboven beschreven.

Overigens mag niet vergeten worden dat naast uitdagingen, de decentralisaties ook grote kansen bieden op het gebied van mensenrechten. Doordat de uitvoering van het beleid dichter bij de burger gebracht wordt, kan maatwerk geleverd worden, wat de rechten van burgers ten goede komt. Bij dit maatwerk zullen mensenrechtenstandaarden tegelijkertijd ook altijd een belangrijke ondergrens vormen: de beleidsvrijheid van gemeenten is immers niet onbegrensd, maar beweegt zich binnen een door de wetgever te bepalen bandbreedte.

Ten slotte is er in het geval dat er toch klachten over mogelijke mensenrechtenschendingen zijn een uitgebreide mensenrechteninfrastructuur beschikbaar. Dit wordt ook benadrukt en uitvoerig besproken in het Nationaal Actieplan Mensenrechten. Binnen gemeenten zijn er mogelijkheden om klachten kenbaar te maken, bijvoorbeeld via de antidiscriminatievoorzieningen (ADV's) en lokale ombudsmannen. Daarbuiten kan men zich bijvoorbeeld wenden tot het College voor de Rechten van de Mens, de Nationale ombudsman, de Kinderombudsman, het College bescherming persoonsgegevens, of tot de rechter.

Mensenrechteneducatie

Het onderwijs heeft de belangrijke taak om kennis over te brengen over het functioneren van onze democratische rechtsstaat en over de kernwaarden die daaraan ten grondslag liggen. Deze waarden – o.a. neergelegd in onze Grondwet, in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de daarop gebaseerde VN-mensenrechtenverdragen – gelden altijd, overal en voor iedereen, ongeacht ras, geslacht, levensovertuiging, afkomst of enige andere status. Daarnaast hebben scholen de opdracht om bij te dragen aan de burgerschapsvorming van hun leerlingen.

In het Nationaal Actieplan Mensenrechten is aangekondigd dat door het Ministerie van OCW het voorstel bezien werd om «mensenrechten, waaronder kinderrechten, expliciet te benoemen in de kerndoelen van het funderend onderwijs.» Momenteel wordt een maatschappelijke debat gevoerd over de koersbepaling voor toekomstgericht funderend onderwijs, onder regie van het Platform Onderwijs2032. Burgerschap is één van de kernelementen in deze discussie. Ook mensenrechtenorganisaties en NGO’s hebben de mogelijkheid om aan de discussies deel te nemen en hun wensen en ideeën kenbaar te maken. Het advies van het platform wordt eind 2015 verwacht. In de beleidsreactie zal de Staatssecretaris van OCW ingaan op de positie van burgerschap in het curriculum.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Kamerstuk 33 826, nr. 1 en bijlage.

X Noot
3

Kamerstuk 32 761, nr. 62.